PlusAchtergrond

Rapport over de eerste coronagolf: ‘We waren er niet klaar voor’

De Onderzoeksraad voor Veiligheid komt woensdag met een rapport over de eerste coronagolf in 2020. Dat zal kritisch zijn, verwachten betrokkenen. Drie pijnpunten op een rij. ‘Alles is houtje-touwtje.’

Niels Klaassen

Lang waren er te weinig mondkapjes, spatbrillen en schorten voor personeel in de verpleeghuizen. Beeld Robin Utrecht
Lang waren er te weinig mondkapjes, spatbrillen en schorten voor personeel in de verpleeghuizen.Beeld Robin Utrecht

Maandenlang spraken onderzoekers van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) van oud-minister Jeroen Dijsselbloem met talloze betrokkenen en lazen ze duizenden documenten van ambtenaren. Drie pijnpunten uit die periode van het voorjaar tot de zomermaanden van 2020

1. Nederland was er niet klaar voor

Na wat soms een ‘overdreven reactie’ op de Mexicaanse griep in 2009 genoemd is, leek Nederland in slaap gesust als het gaat om de bestrijding van infectieziekten. De regionale gezondheidsdiensten waren amper toegerust op een pandemie van deze schaal, het ontbrak aan infectieziekteartsen en -verpleegkundigen en de draaiboeken waren ondermaats, verklaarden nauw betrokkenen eerder al. Gemeenten bezuinigden jaar op jaar op de GGD’en.

De gevolgen waren de afgelopen twee jaar pijnlijk zichtbaar, zegt onder anderen SP-Kamerlid Maarten Hijink, die een plan schreef voor een betere GGD met meer centrale aansturing en een groter budget. “We hebben het vaak gehad over krapte in ziekenhuizen, maar dat is het einde van de keten. Virusbestrijding begint bij testen, traceren, opsporen en isoleren. Dat ligt bij de GGD, maar die was er niet klaar voor. Dan zie je dat we er slecht in slagen om veel te testen, dat het bron- en contactonderzoek al snel te veel wordt. Alles is houtje-touwtje.”

Daarbij ontbreekt het aan aansturing: niemand is de baas. Er zijn boegbeelden op tv – eerst Sjaak de Gouw, dan André Rouvoet - maar de gezondheidsdiensten blijven als eilanden opereren. Ook twee jaar na de uitbraak van de pandemie proberen ze nog zelf het wiel uit te vinden. Het kabinet werkt inmiddels aan verbetering op dat vlak: komend voorjaar komt er een plan voor een nieuwe ‘landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding’ (lees: een nieuwe organisatie).

2. ‘Stille ramp’ in verpleeghuizen

Lang waren er te weinig mondkapjes, spatbrillen en schorten voor personeel in de verpleeghuizen. Aan de talkshowtafels en op het Binnenhof waren in maart en april 2020 vooral de grafieken met ic-bezetting leidend – de dreiging van code zwart – maar ondertussen drong het coronavirus met speels gemak de verpleeghuizen binnen. Dat leidde tot veel meer sterfte dan tijdens de laatste heftige griepgolf. “De ouderenzorg was eerst gewoon slecht in beeld,” weet Cees Hertogh, lid van het Outbreak Management Team (OMT) en hoogleraar ouderengeneeskunde bij Amsterdam UMC. “Dat heeft veel energie gekost, het duurde lang voordat de langdurige zorg goed op de kaart kwam. Ik zat zelf bijvoorbeeld voor het eerst op 17 maart bij de vergadering van het OMT.”

Toen ging corona al wekenlang rond; twee dagen later besloot het kabinet tot een bezoekverbod als ongekend paardenmiddel: ouderen bleven maandenlang verstoken van bezoek van hun kinderen, kleinkinderen, andere familie en vrienden. Hertogh: “Zo’n virus kan binnenkomen en zich verspreiden via personeel, via bezoek en de bewoners zelf. Als je te weinig kan doen om de twee besmettingsroutes van personeel en bewoners af te snijden, ook vanwege een tekort aan beschermingsmiddelen, dan word je gedwongen tot een bezoekverbod. Een heel hard gelag.”

Over het gebrek aan beschermingsmiddelen ontstond afgelopen week opnieuw ophef, toen Nieuwsuur berichtte dat het OMT-advies daarover door politieke invloed verbouwd was tot de frase dat uit voorzorg ‘mondkapjes’ dragen ‘niet nodig is’ gelet op ‘de schaarste’.

Hertogh noemt de discussie daarover ‘ingewikkeld’: “Ik was niet bij dat bewuste OMT, dat is lastig. Na zo’n vergadering is er altijd een bestuurlijk afstemmingsoverleg waarin het conceptadvies besproken wordt. Dan wordt gekeken of het advies begrijpelijk en coherent is. De vraag is nu: was dit een substantiële wijziging van het OMT-standpunt of een verduidelijking? Ik moet wel zeggen: ik kan me niet herinneren dat er later discussie is geweest in het OMT over deze passage in het uiteindelijke advies.”

3. Crisisstructuur en crisiscommunicatie

Het gedoe rond het OMT-zinnetje illustreert mogelijk wel een breder probleem met de crisisstructuur. Zo opereert het OMT volgens alle betrokkenen ‘totaal onafhankelijk’, maar voorzitter Jaap van Dissel werkt ook als directeur van het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM, dat weer onder het ministerie van Volksgezondheid valt. Bovendien zat Van Dissel ook bij talloze informele Catshuisoverleggen met de ministers die de politieke besluiten namen.

Mogelijk dat de OVV ook kritische noten kraakt over de gang van zaken rond de crisisstructuur en -besluitvorming. Want waarom worden de politieke wensen niet vóór het OMT kenbaar gemaakt, zodat parlement en publiek precies weten wat het kabinet van plan is? En waarom wordt het OMT-advies niet openbaar gemaakt meteen nadat de experts vergaderd hebben? “Ook intern is weleens gezegd: waarom gooien we de stukken niet eerder naar buiten?,” zegt een Haagse bron.

Nu moest iedereen in aanloop naar de coronapersconferentie steeds maar gissen naar de politieke plannen. Het ‘lekken’ door Haagse bronnen compenseerde het troebele zicht enigszins.

Inmiddels heeft het kabinet de werkwijze al wel gewijzigd: de adviesaanvraag komt nu naar buiten nog voor de experts vergaderen. Ook wordt het OMT-advies sneller met de Tweede Kamer gedeeld. Dat is ‘nieuw leiderschap’, stellen bronnen tevreden vast. Het kunnen evengoed de lessen van het OVV-rapport zijn, die alvast verwerkt zijn in het staande beleid. De betrokken ministeries kregen in december al de feitelijke conclusies voor de feitelijke ‘wederhoor’ onder ogen.

Al met al hopen Haagse ambtenaren en OMT-leden dat de kritiek van de Onderzoeksraad inhoudelijk is, maar ook ‘constructief’, zoals Hertogh het noemt: “Je gaat al gauw met de kennis van nu die eerste golf beoordelen. Ik hoop dat er toch ook waardering voor de ouderenzorg overeind blijft. Veel waardering ging er toen terecht naar de ziekenhuizen, terwijl die ook toekomt aan de ouderenzorg.”

Meer over