PlusInterview

President Amsterdamse gerechtshof: ‘Meer mensen moeten opstaan en zeggen: dit is over de grens’

Herman van der Meer, gewezen president van het gerechtshof Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent
Herman van der Meer, gewezen president van het gerechtshof Amsterdam.Beeld Ivo van der Bent

Bedreiging? ‘Er zouden meer mensen moeten opstaan en zeggen: dit is over de grens.’ Na negen jaar neemt Herman van der Meer afscheid als president van het Amsterdamse gerechtshof.

Marcel Wiegman

Zijn kamer is al deels onttakeld, het uitzicht is er niet minder om. Boven in het gerechtshof Amsterdam aan het IJdok zetelt president Herman van der Meer (63). Na negen jaar neemt hij afscheid. Zijn maximale termijn als baas van alle Amsterdamse hogerberoepsrechters zit erop. Gezond, vindt hij. “Je mag tot je zeventigste blijven, maar elke functionaris heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum. Het is beter dat je al weg bent voordat ze elkaar vragen: wie gaat het hem vertellen?”

Het hof in Amsterdam, dat is toch een beetje Ajax, zegt Van der Meer. Spelen in de top van de eredivisie. De grootste zaken van Nederland komen er voor de rechter. Amsterdam is nu eenmaal de stad waar veel ondernemingen zijn gevestigd en bijkans de complete financiële wereld. De meest prestigieuze advocatenkantoren zitten er.

En de grootste boeven.

“Dat hoort u mij niet zeggen.”

Het Amsterdamse hof wordt gevreesd vanwege zijn hoge strafmaat.

“Dat hoor ik vaker, ja. In Amsterdam winden we er geen doekjes om. Onze rechters staan midden in de samenleving. Die zien heel goed waar het misgaat en waar dingen moeten stoppen. Die zijn de eersten om een stevig signaal af te geven. In Amsterdam zijn de zaken gemiddeld net even iets heftiger dan in de rest van Nederland. Dan realiseer je je eerder waar bepaalde ontwikkelingen toe leiden als je niet krachtig corrigeert.”

Van der Meer zorgt als hoogste bestuurder van het gerechtshof voor de organisatie en het geld. Zijn belangrijkste taak: zorgen dat het recht ongestoord zijn loop kan hebben. “Als het goed is, ziet u mij niet, want anders is er iets ernstig misgegaan.”

Toen Derk Wiersum, de advocaat van kroongetuige Nabil B. in het Marengoproces, voor zijn huis werd doodgeschoten, zei u: wat 9/11 betekende voor de wereldorde, betekent deze moord voor de Nederlandse rechtsorde.

“Ik bedoelde daarmee dat de rechtspleging in Nederland nooit meer hetzelfde zal zijn. De bijl is aan de wortel van de rechtsstaat gelegd. Het had nooit mogen gebeuren.”

Maar het is gebeurd.

“Zeker.”

En nu?

“Zoals de Italiaanse rechters tegen ons zeiden: wees niet langer naïef. Daar oriënteren wij ons op: wat betekent dit voor de strafrechtspleging in die hele zware zaken?”

Kunt u daar iets over zeggen?

“Alleen dat we niet langer willen wachten met nieuwe maatregelen tot het weer te laat is. Zo sporen wij rechters aan om op internet en sociale media onvindbaar te worden.”

Bedoelt u dat met naïviteit?

“Als bestuurders hebben wij een taak om mensen te waarschuwen die nog steeds denken: het loopt wel los. Het loopt niet los. De onderwereld probeert vitale onderdelen van de bovenwereld in zijn greep te krijgen door publieke functionarissen onder druk te zetten. Maar het is breder: de risico’s komen op ons allen af.”

Afgelopen week vertelde viroloog Marion Koopmans hoe zij wordt bedreigd vanwege haar standpunten over corona.

“Ik heb in kort geding opgetreden tegen iemand die een van mijn raadsheren bedreigde, onder meer door met een megafoon door de buurt te trekken waar deze rechter woont. De man heeft nu een straatverbod en een contactverbod. Zijn filmpjes op YouTube zijn verwijderd. Je moet opstaan en zeggen: dit is over de grens.”

Staan er genoeg mensen op?

“Ik vind mevrouw Koopmans een mooi voorbeeld. Zij laat de samenleving zien hóe mensen haar attaqueren en zegt: genoeg. Je mag het best met iemand oneens zijn, maar kan dat alstublieft binnen de grenzen van de wet. Uiteindelijk is het aan de rechter om bescherming te bieden, want als de rechter niet meer beslist, is het aan de straat.”

U bent voorzitter geweest van een commissie die zich boog over de sociale advocatuur.

“Zonder goede rechtsbijstand, zonder toegang tot de rechter waar jouw zaak bepleit wordt door mensen die er verstand van hebben, is de rechtsstaat slechts een concept, maar geen realiteit. Dat hebben we wel gezien bij de toeslagenaffaire. De overheid had natuurlijk al de schijn tegen toen staatssecretaris Fred Teeven zei dat als je sociaal advocaten weinig uren geeft voor hun werk, je ook geen last van ze hebt.”

Dat betwist hij tot op de dag van vandaag.

“Hij zou een kort geding beginnen. Dat heb ik niet langs zien komen, dus voorlopig houd ik het er op dat de journalist die het optekende gelijk had. Het past de overheid niet.”

Per 1 januari komt er geld bij.

“Door de toeslagenaffaire is men ruw wakker gekust. Maar we zien nu een ander probleem: mensen met een inkomen net boven modaal, de monteur, de schilder, de loodgieter, die hebben nergens recht op. Voor een ontslagzaak mag iemand zo dertig- of veertigduizend euro aftikken bij zijn advocaat. Dan denk ik: in de Grondwet staat dat de overheid voorzieningen treft voor rechtsbijstand voor mensen die het niet kunnen betalen. De overheid zou moeten zeggen: die tarieven van de sociaal advocaat, die mag de burger met een inkomen tot twee keer modaal ook betalen. Dat kan met een eigen bijdrage van honderd procent. Dan is hij voor tweeduizend euro klaar. En het kost de overheid niks. Die moet het alleen nog wel even regelen.”

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming zegt ondertussen: mensen zitten helemaal niet te wachten op een advocaat of een rechter, maar op een oplossing voor hun probleem.

“Gelukkig rent niet iedereen meteen naar de rechter. Dat is goed. Daar heeft hij een punt. Maar waar hij geen punt heeft, is dat hij de indruk wekt dat andere mensen te makkelijk naar de rechtbank stappen. Dat is helemaal niet de realiteit. Voor de meeste mensen is het enorm spannend. Het berooft hen niet alleen van hun geld, maar ook van hun nachtrust. Het geeft stress, maar een andere oplossing zien ze niet.”

Dekker klaagt dat er te veel en te lang wordt geprocedeerd.

“Mensen gebruiken de wet. Maar wie is voor de inhoud van die wet verantwoordelijk? Dat is toch echt de minister en niet de rechter, dus moet je dat ook niet op zijn bordje neerleggen. Ik zie niet dat er zo enorm veel nodeloos wordt geprocedeerd. Ik zie weleens dat mensen moeizame zaken verliezen, maar dat zit hem meer in de kwaliteit van de rechtsbijstand dan dat de toegang tot de rechter te makkelijk is.”

Bij de toeslagenaffaire viel de rechter ook het een en ander te verwijten.

“Als je als wetgever alles dichttimmert, heb je als rechter te weinig speelruimte om maatwerk te leveren. Ik heb gehoord van mensen die een dag te laat waren met het inleveren van hun inkomensopgave bij het UWV een boete van 250 euro kregen. Dat mocht door de rechter niet worden gematigd.”

Ook niet met een beroep op redelijkheid en billijkheid?

“Die begrippen kennen we alleen in het civiele recht. Wij worden nu soms gedwongen beslissingen te nemen waarvan wij zeggen: dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest. Wat dat betreft heb ik de zelfreflectie in de Kamer gemist. Alles is bij het oude gebleven, maar wij vinden het onverstandig als de wetgever ons afknijpt in onze mogelijkheden.”

Toen u negen jaar geleden aantrad als president van het Hof beloofde u iets te doen aan de werkdruk en de achterstanden.

“Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren. Maar nee: we zijn best een eind gekomen. Wij zeggen nu: genoeg is genoeg. Wij hebben een ondergrens ingesteld en vragen de rechters om niet meer te doen dan dat. Dan werken ze nog steeds ruim vijftig uur voor een aanstelling van 36 uur.”

En blijven er dus nog steeds zaken liggen.

“In theorie.”

En in de praktijk?

“Overschrijden wij het budget. Uiteindelijk zijn wij ook de Staat en de Staat is gehouden om ons in staat te stellen die zaken tijdig af te handelen. Justice delayed is justice denied. Dus gaan wij de goede dingen doen en laten ons niet meer knechten door het budget.”

Meer over