PlusInterview

Plots is Ollongren defensieminister in oorlogstijd: ‘Oekraïne is een gamechanger’

Minister van Defensie Kajsa Ollongren. Beeld Patrick van Katwijk/Getty Images
Minister van Defensie Kajsa Ollongren.Beeld Patrick van Katwijk/Getty Images

Haar voorgangers riepen al dat er meer geld naar Defensie moest, maar minister Kajsa Ollongren gaat misschien wel de geschiedenisboeken in als de eerste minister sinds Relus ter Beek (1992) die de Navo-norm haalt. ‘Oekraïne is een gamechanger.’

Hanneke Keultjes

Waar het kabinet afgelopen weekend nog fluks Stinger-raketten en Pantzerfaust3-antitankwapens naar Oekraïne stuurde, blijft minister Kajsa Ollongren stil over welke andere andere militaire goederen naar het land gaan. Maar, zegt ze, dat betekent niet dat Nederland niks meer levert. De Tweede Kamer krijgt het wel te horen, het publiek niet meer.

Het transport werd door de oorlog flink bemoeilijkt. Ollongren wil niet zeggen of het wapentuig al is aangekomen in het land. “Er is geleverd. Daar stopt de mededeling.” Sindsdien, zegt de D66-bewindsvrouw, ontwikkelt de oorlog zich, die nu al meer dan een week duurt. “Dan is het niet dienstig om nadere mededelingen te doen.”

Toen u de aanvullende wapenleveringen bekendmaakte, was de oorlog ook al bezig.

“Nederland had toen al besloten om bepaalde wapens te leveren. Na de inval zeiden de Duitsers, maar ook Zweden, Finland en Noorwegen - landen die normaal gesproken nóóit wapens leveren - dat ze nu wel wapens gingen sturen. Dat was een wezenlijke wijziging van Navo-landen en andere bondgenoten. Het was toen ook belangrijk om te laten zien dat wij ook gehoor gaven aan het Oekraïense verzoek. Als signaal, aan Oekraïne, maar ook aan Rusland, dat Oekraïne gesteund werd. Dat doen we nu niet meer. Maar we blijven steunen waar dat kan.”

Is dat een Europese afspraak, om te zorgen dat Rusland in het duister tast over wat de Oekraïense strijdkrachten nog achter de hand hebben?

“Nee, dit is onze keus.”

Op een gegeven moment zal de voorraadkast bij Defensie toch leeg zijn? We horen al jaren over de tekorten bij de krijgsmacht. Houden de Nederlandse militairen nog wel wapens over?

“We zijn in staat een belangrijke bijdrage te leveren, ook nu. Wat we leveren, is goed. Tegelijkertijd is de gereedheid onvoldoende. Dat is een feit. Daar moeten we aan bouwen. We investeren daarin, maar dat kost tijd. Voor de wapenleveranties betekent dat we alles toetsen: wat is het effect op onze eenheden?”

De nacht waarin de Russische invasie van Oekraïne begon, werd Ollongren tussen vier en vijf uur wakker gebeld door ‘één van de generaals’. De manier waarop Rusland Oekraïne bestookte, noemt ze ‘het zwartste scenario’. “Van drie kanten, als een soort maan om het land heen.”

U bent ineens Defensieminister in oorlogstijd.

“Als je minister van Defensie wordt, moet je overal op voorbereid zijn. Als minister van Binnenlandse Zaken was ik verantwoordelijk voor de inlichtingendienst AIVD. Dat Rusland de laatste jaren steeds meer een dreiging werd, was mij bekend.”

Wat dacht u, toen de Duitse bondskanselier Olaf Scholz zondag zei 100 miljard euro in Defensie te steken? Sinds de Tweede Wereldoorlog voerde het land een pacifistische buitenlandpolitiek.

“Dat was echt een historisch moment, een Zeitenwende, zoals hij het zelf noemde. Hij liet zien wat de aanval van Poetin betekent. Dat het ook een aanval op het vrije Westen is, op onze manier van leven, op de democratische rechtsstaat. Dat Duitsland, als belangrijkste land op het Europese continent, een been bijtrekt en ook zegt dat het de Navo-norm van 2 procent haalt als percentage van het bruto binnenlands product dat aan defensie wordt uitgegeven, dat is een hele grote stap. Ze nemen die verantwoordelijkheid.”

Heeft het kabinet voorafgaand aan het Kamerdebat van maandag overwogen ook zo’n stap te zetten, eenmalig extra geld vrij te maken voor Defensie?

“Wij hebben het anders gedaan. In het coalitieakkoord hebben we al afgesproken dat er 25 procent bij de begroting komt, structureel 3 miljard euro. Dat is óók een grote stap. En die hadden we al gezet.”

De Tweede Kamer zegt nu: het is niet genoeg. Nederland moet ook naar die 2 procent toe.

“Wij zeggen: gegeven wat er is gebeurd, de Russische aanval, de Duitse stap, gaan wij ook kijken wat we aanvullend kunnen doen. Dat er brede steun voor is, ook van partijen die in het verleden echt heel anders in de wedstrijd zaten, is ook een reality check. Dít is de wereld waarin wij nu leven. Maar ik zie het ook als een duidelijk signaal van waardering richting onze troepen.”

In het D66-verkiezingsprogramma staat niets over de Navo-norm, alleen dat de defensie-uitgaven moeten toegroeien naar het Europees gemiddelde. Ook voor uw partij is het dus een omslag.

“Ik zie dat toch niet zo. Het Europees gemiddelde is uiteindelijk ook wat we hebben afgesproken in het coalitieakkoord.”

Dat is niet hetzelfde als de Navo-afspraak uit 2014 om 2 procent van het bruto binnenlands product aan Defensie uit te geven. Daar hecht u minder aan?

“Nee, mijn partij hecht erg aan internationale afspraken. De afspraak was toen: toegroeien naar 2 procent. Dit kabinet nam een grote stap op weg naar die 2 procent, dus ik denk dat we daar leveren. We zien nu dat Poetin enorm militair geweld toepast in Oekraïne. Dat is écht een gamechanger.”

Tegelijkertijd zegt de Kamer dat extra uitgaven voor Defensie niet ten koste mogen gaan van andere investeringen uit het coalitieakkoord. Kan het dan wel?

“Dat kunt u aan mij vragen, maar dat moet in het kabinet - onder leiding van de minister van Financiën (partijgenoot Sigrid Kaag, red.) - worden afgewogen. Maar uitzonderlijke tijden vragen ook om een uitzonderlijke oplossing.”

Heeft de Navo ons al om troepen gevraagd?

“We weten wel waar naar gekeken wordt, maar het zit nog niet in de fase dat we daar een ‘go’ op kunnen geven. Dat verwacht ik wel in de komende paar dagen.”

De verloven zijn ingetrokken, sommige eenheden moeten binnen ‘enkele uren of dagen’ paraat staan. Wat merken de mannen en vrouwen van Defensie van alle voorbereidingen?

“De situatie heeft veel impact op mensen, met name op de familie en de mensen om hen heen. Het brengt onzekerheid met zich mee. Dit gaat niet ongemerkt voorbij. We hebben mensen in Litouwen zitten. Die horen dan: jullie vallen vanaf nu onder direct commando van de Navo. Dat is bijzonder en heeft te maken met snel kunnen handelen. Het is zelfs de eerste keer dat we het commando over Nederlandse troepen overgeven aan de Navo-commandant.”

In de hoop dat het niet nodig is?

“Uiteraard. We zijn er om het Navo-grondgebied te beschermen. Dan moet je ook laten zien dat je dat doet, dat je snel kunt handelen als dat nodig is. Afschrikking, noemen we dat.”

Kort voor dit kabinet aantrad, luidden de Defensietop en toenmalig minister Henk Kamp de noodklok over de slechte staat van de strijdkrachten. Nu verkeren Nederlandse militairen in een verhoogde staat van paraatheid, doet de Navo een beroep op ons, vliegen we boven Polen, oefenen we in Roemenië en zitten we in Litouwen. Ineens is alles mogelijk. Hoe valt dat met elkaar te rijmen?

“We hebben 65.000 mensen, van wie er zo’n 40.000 militair zijn. Die hebben we niet allemaal in de staat van gereedheid die we zouden willen hebben. Er zijn gewoon knelpunten, dat is een feit. Die extra investeringen zijn dus zeer welkom.”

Defensie kampt ook met een groot personeelstekort. Er staan zo’n 8000 vacatures open. De oorlog in Oekraïne zorgt ook voor meer interesse voor een baan bij de krijgsmacht. Geluk bij een ongeluk?

“Er is meer interesse. We hebben ook mooie banen op allerlei verschillende terreinen en op verschillende krijgsmachtonderdelen. We hebben meer dan 50 procent extra sollicitaties. Nu Defensie zichtbaarder wordt en deze oorlog gaande is in Europa, kan ik me goed voorstellen dat mensen gaan nadenken over hoe zij een bijdrage kunnen leveren. Dat is een mooie ontwikkeling. En we hebben echt mensen nodig!”