PlusExclusief

Omgebouwde alarmpistolen duiken steeds vaker op in Amsterdam, ook in het onderzoek naar de moord op Peter R. de Vries

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Peter R. de Vries werd vermoord met een omgebouwd alarmpistool. Inmiddels is een derde tot de helft van de in Amsterdam in beslag genomen vuurwapens een omgebouwd gasalarmpistool. Waar komen die vandaan?

Wouter Laumans en Paul Vugts

“Deze is niet zo heel netjes afgewerkt,” zegt wapenexpert Mario van Deventer terwijl hij een zwart pistool met een vreemd ogende zilveren loop in de lucht houdt. “Maar hier hebben ze dus een nieuwe loop op gezet. Met zo’n wapen schiet je iemand hartstikke dood.”

Voor hem op tafel ligt nog een pistool. “Dat is een Ekol, uit Turkije. Die heeft ook een andere loop gekregen. In het criminele milieu vragen ze er bedragen tot 1000 euro voor, waar een echt Glockpistool op de zwarte markt afhankelijk van het model en de meegeleverde attributen 2750 tot 3800 euro doet."

Blokkade uit de loop

De pistolen zijn niet het enige schiettuig dat Van Deventer heeft meegenomen. Voor hem ligt een kalasjnikov. “Dit wapen uit Slowakije was oorspronkelijk omgebouwd naar een akoestisch of trainingswapen. Criminelen hebben de blokkade die in de loop zit eruit gehaald, en nu kan je er gewone kogels mee afvuren. Het is vrij simpel te doen. Soms is het een kwestie van even boren en ineens is het weer een levensgevaarlijk oorlogswapen."

Na de dubbele liquidatie in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in 2012 doken geregeld omgebouwde kalasjnikovs op. Meestal waren ze via de ‘Slowakijeroute’ naar Nederland gesmokkeld. De wapens werden veelal aangeschaft in een (web)winkel in het Slowaakse plaatsje Partizánske, hierheen gesmokkeld en en vervolgens uitgeboord. Dergelijke wapens doken niet alleen op in Amsterdamse onderzoeken, maar ook bij de terreuraanslagen in Parijs in 2015 en die in Brussel in 2016. Daarna werd de wet in Slowakije aangescherpt.

Niet van echt te onderscheiden

Na tien jaar bij de recherche werkt Van Deventer inmiddels 25 jaar met wapens en explosieven bij de Amsterdamse politie. Hij geldt als een van dé deskundigen op dit vlak. In al die jaren zag hij duizenden in beslag genomen vuurwapens voorbijkomen. Hij zag de trends veranderen, van het uitboren van de loop tot het vervangen van onderdelen. Wekelijks wordt er in beslag genomen schiettuig op zijn afdeling binnen gebracht. Hij schat dat 30 tot 40 procent van al die in beslag genomen vuurwapens omgebouwde gasalarmpistolen zijn. Soms is de helft van alle aangetroffen wapens van oorsprong een alarmpistool.

Ze komen overal vandaan. Het gaat om alarmpistolen die in landen als Turkije, Tsjechië, Slowakije, Hongarije of Bulgarije worden verkocht. Maar ook dichter bij huis, in Duitsland, zijn de Schreckschusswaffen legaal te koop. Ze zijn niet van echt te onderscheiden en met betrekkelijk simpele ingrepen om te bouwen tot schietende vuurwapens. En het staal voor de lopen is per meter te koop in het buitenland. “Als je een beetje verstand hebt van metaalbewerking kom je een heel eind,” zegt Van Deventer.

Jonge gebruikers

De politie ziet ze vervolgens opduiken in Nederlandse onderzoeken naar overvallen, bedreiging, afpersing en intimidaties. En ook bij liquidaties. Zo werd misdaadverslaggever Peter R. de Vries in juli met een omgebouwd vuurwapen doodgeschoten. Zo’n Ekol uit Turkije.

Wat opvalt zijn de veelal jonge gebruikers van de wapens. Dat vertaalt zich ook in de delicten waarbij ze opduiken. “Bij gewapende overvallen en straatroven draait het negen van de tien keer om een omgebouwd vuurwapen in de goedkopere klasse van een paar honderd euro,” weet Van Deventer. “Als op mensen of woningen wordt geschoten, gebeurt dat vaak met omgebouwde wapens uit de duurdere klassen, van 1000 euro of meer.”

Op chatapps als Snapchat en Telegram worden de omgebouwde wapens aangeboden. Nederlandse en internationale verkopers tonen hun handelswaar met foto’s en video’s waarop de datum en hun gebruikersnaam te zien is. Daarmee ‘bewijzen’ ze dat ze geen oplichter zijn.

Drillrapscene

Mede doordat ze via sociale media zo gemakkelijk te koop zijn, is het voor jongeren betrekkelijk simpel aan een (omgebouwd) vuurwapen te komen. Met alle gevolgen van dien. Zo schoot een 15-jarige jongen uit Amsterdam-Zuidoost zichzelf in 2019 per ongeluk dood in zijn slaapkamer toen hij met een omgebouwd pistool zat te spelen.

Inmiddels duiken de omgebouwde vuurwapens ook op in onderzoeken die te herleiden zijn tot de drillrapscene. Zo werden bij huiszoekingen naar aanleiding van een aan drillrap gerelateerde steekpartij in een Albert Heijn in de Watergraafsmeer in december 2020 twee omgebouwde revolvers gevonden.

Dergelijke vondsten voeden de zorg bij politie, justitie en jongerenwerkers dat drillrapgroepen, die aanvankelijk bekend stonden om messengeweld, zijn overgestapt op goedkope omgebouwde vuurwapens. In videoclips staan drillrappers met echte en omgebouwde wapens te zwaaien. Momenteel doet justitie de eerste pogingen rappers én een producent van dergelijke video’s te vervolgen.

Notoir onbetrouwbaar

Bij een langer lopend conflict tussen twee drillrapgroepen in Amsterdam-Zuidoost klonken in augustus vorig jaar schoten aan de Karspeldreef. Een jongen van 19 raakte gewond. Op straat gaat het verhaal dat hij als eerste een wapen trok, dat weigerde, waarop zijn tegenstander een wapen trok dat het wel deed.

De omgebouwde wapens zijn notoir onbetrouwbaar. Omdat ze niet zelden het werk van amateurs zijn, haperen ze veelvuldig.

Om te illustreren hoe dat zit, haalt Mario van Deventer een paar kogels uit zijn zak. Hij pakt het magazijn van een van de omgebouwde wapens en houdt daar een kogel naast. “Kijk, die past niet,” legt hij uit. “Dat komt doordat er alleen knalpatronen in dit magazijn passen. Die zijn korter.” Van Deventer pakt een kogel met een groen plastic dopje in plaats van een kogelpunt. “Ze vervangen dit groene dopje voor een ijzeren balletje. Dat kan uit een fietskogellagertje komen dat je gewoon in de winkel koopt. Je kunt er iemand van minder dan 10 meter afstand mee doodschieten. Verder lukt niet, want hij stuitert uit de loop, dus goed richten gaat niet.”

Slowakijeroute

Het grootste probleem in het bestrijden van het vuurwapenbezit vormt de internationale regelgeving. Nederland kent voor Europa uitzonderlijk strenge wapenwetten. In landen met een eigen wapenindustrie (zoals bijna elk land in Europa) zijn de wetten veel milder. En zodra een route, zoals bijvoorbeeld de Slowakijeroute, wordt afgesloten, ontdekken smokkelaars al snel een nieuwe manier. Van Deventer: “De grenzen zijn open, we hebben vrij verkeer en de postpakketten worden mondjesmaat gecontroleerd.”

Er is al jaren kritiek op het gebrek aan een deugdelijke landelijke registratie van vuurwapens. Zo zeggen de cijfers over in beslag genomen wapens niet zoveel en wordt het gebruik van vuurwapens slecht geregistreerd. Een schietincident waarbij niemand geraakt is, gaat het systeem in als ‘schietpartij zonder gevolg’ en naar het gebruikte wapen wordt geen onderzoek gedaan. Dat terwijl het aantal schietincidenten de afgelopen vier jaar is toegenomen.

Geen prioriteit

Daarnaast klagen deskundigen dat het ministerie van Justitie en Veiligheid geen prioriteit geeft aan de strijd tegen illegale vuurwapens. Criminoloog Cyrille Fijnaut noemde in het onderzoeksrapport De lading van vuurwapens van Bureau Beke uit 2020 de Nationale Politie ‘passief ‘ ten aanzien van vuurwapens. Hij klaagde over gebrekkig beleid in Nederland en een al even gebrekkige internationale samenwerking.

De Amsterdamse politie deelt die kritiek. “Zelf hou ik de cijfers hier elk jaar heel precies bij, maar landelijk inzicht in de vuurwapenproblematiek is er helaas niet,” zegt Mario van Deventer. “Het heeft allemaal te maken met politieke keuzes. Zo nu en dan is het wel een issue, maar er wordt landelijk geen capaciteit voor vrijgemaakt, dus je kunt nooit grote stappen zetten."

Meer over