PlusTen slotte

Om vrijspraak te bereiken ging Max Moszkowicz (1926-2022) tot het uiterste

Max Moszkowicz senior overleefde twee concentratiekampen en ontpopte zich daarna tot een van de bekendste advocaten van Nederland. Beeld ANP
Max Moszkowicz senior overleefde twee concentratiekampen en ontpopte zich daarna tot een van de bekendste advocaten van Nederland.Beeld ANP

Heel wat zware jongens kenden zijn telefoonnummer uit hun hoofd, maar ook gewone burgers met echtscheidingsproblemen of zakelijke conflicten wisten Max Moszkowicz in zijn Maastrichtse kantoor te vinden.

Dick van Rietschoten

Een halve eeuw praktiseerde hij als advocaat en dankzij hem en z’n zoons, die in de voetsporen van hun vader traden, groeide de praktijk uit tot een familie-imperium van formaat. Wat Gerrit van der Valk was in de horeca, was Max Moszkowicz in de advocatuur. Hij overleed deze week op 95-jarige leeftijd.

Om onduidelijke redenen wilde Max Moszkowicz nooit aan derden vertellen wanneer hij jarig was. In elk geval kwam hij ter wereld in 1926, als zoon van een Joodse textielhandelaar in Essen, in het Duitse Ruhrgebied. Uit angst voor het opkomend fascisme week de familie in 1933 uit naar Nederland. Het gezin vestigde zich in Maastricht, waar vader een manufacturenwinkel opende.

Aan de dood ontsnapt

De Duitse vernietigingsmachine kwam naar Nederland en in 1942 werden vader, moeder, de bijna 15-jarige Max en een jonger broertje en zusje op transport gesteld naar Auschwitz. Max’ moeder en z’n broertje en zusje werden kort na aankomst vergast. Max en z’n vader moesten slavenarbeid verrichten, waaraan vader kort voor de bevrijding bezweek.

Max, die tot twee maal toe op wonderbaarlijke wijze aan de dood door vergassing of ophanging had weten te ontsnappen, bracht de laatste maand van de oorlog door in het kamp Mauthausen in Noord-Oostenrijk. Na de bevrijding was hij letterlijk alleen op de wereld. Terug in Nederland werd hij, 46 kilo licht, opgevangen door een pleeggezin in Maastricht. Daar pakte hij zijn in 1941 afgebroken gymnasiumstudie weer op, rondde de nog resterende drie à vier leerjaren in één jaar tijd af en ging in Nijmegen rechten studeren. Met enkele textielwinkeltjes voorzag hij in de studietijd in zijn levensonderhoud.

Tekst gaat verder onder de foto

Max Moszkowicz (r) met Peter  R. de Vries in 1987 bij de presentatie van diens boek over de ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Max Moszkowicz (r) met Peter R. de Vries in 1987 bij de presentatie van diens boek over de ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Bekende cliënten

Aanvankelijk wilde Max gaan werken bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, omdat die problematiek hem vanwege zijn oorlogservaringen zeer aansprak, maar het werd ten slotte de advocatuur.

Hoewel advocaten geacht worden geen reclame te maken, wist Moszkowicz vanaf de jaren zeventig aan de weg te timmeren, alleen al vanwege zijn cliënten. Zo verdedigde hij onder anderen Aage Meinesz, de Haagse brandkastkraker met de thermische lans die eind jaren zestig en begin jaren zeventig nationale bekendheid verwierf, de ‘meesteroplichter’ Heer Olivier, de Heineken-ontvoerders Van Hout en Holleeder, de ontvoerders van Toos van der Valk en later de drugsbazen Klaas Bruinsma en Johan V. alias De Hakkelaar.

Advocaten Max Moszkowicz sr. (r) en zijn zoon Bram tijdens de rechtszaak tegen de Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder in 1987.
 Beeld ANP / Bert Verhoeff
Advocaten Max Moszkowicz sr. (r) en zijn zoon Bram tijdens de rechtszaak tegen de Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder in 1987.Beeld ANP / Bert Verhoeff

Tot het uiterste

Wie Max Moszkowicz in de arm nam, kon erop rekenen dat de pleiter tot het uiterste zou gaan om vrijspraak of een zo laag mogelijke straf te krijgen. Met grote precisie bestookte hij justitie met argumenten en verzachtende omstandigheden en speurde hij naar vormfouten en andere steken die het Openbaar Ministerie had laten vallen.

Hij reageerde geprikkeld als hem werd voorgehouden dat alleen gefortuneerde mensen hem konden betalen. In principe hanteerde hij de gebruikelijke tarieven en zijn kantoor deed zelfs ook – in beperkte mate – pro-deozaken. Toch erkende hij ooit dat bepaalde klanten wel degelijk wat meer moesten neertellen als ze zo nodig Moszkowicz aan hun zijde wilden: “Ik declareer soms met aanzien des persoons.”

Op vragen over het verdedigen van moordenaars, ontvoerders en andere criminelen antwoordde hij steevast: “Je kunt ook aan een chirurg niet vragen waarom hij een patiënt helpt. Het is mijn vak. Ik verdedig ook niet wát die mensen gedaan hebben, maar ik verdedig een persoon die iets gedaan heeft wat in strijd is met de wet.”

Vanuit zijn overtuiging dat door-en-door slechte mensen niet bestaan, verdedigde hij in beginsel iedereen, tenzij er persoonlijke emoties aan te pas kwamen. In de jaren zeventig bood de van oorlogsmisdaden verdachte Pieter Menten hem ‘een miljoenenhonorarium’, maar Moszkowicz wees het aanbod af. “Een neonazi zou ik ook nooit kunnen verdedigen,” zei hij.

Raadslid

Gedurende veertien jaar van zijn drukke advocatenbestaan had Moszkowicz sr. ook nog tijd om lid te zijn van de Maastrichtse gemeenteraad voor de VVD, waarvan hij ook fractieleider werd. Hij relativeerde de bijbaan later zo: “Tijdens driekwart van dat geleuter in de raad las ik de krant of mijn jurisprudentie of dossiers.” Of hij schreef zijn wekelijkse column ‘Recht voor zijn raap’ voor De Telegraaf, waarin hij vele jaren lang verhaalde over zijn ervaringen als advocaat, zowel in als buiten de rechtszalen. In de jaren negentig werd op deze columns een tv-serie gebaseerd.

Met hard werken verdrong hij naar eigen zeggen de gebeurtenissen die hij in de oorlog had meegemaakt. En als hij eens niet met z’n werk bezig was, waren er wel weer andere dingen die hem afleiding bezorgden, zoals judo, karate en trombone spelen. Toch verklaarde hij keer op keer in interviews dat die oorlogsgruwelen nooit uit z’n hoofd verdwenen. “Sinds de bevrijding heeft Auschwitz mijn leven bepaald.”

Tegen gevangenisstraffen

Na de oorlog keerde hij zich aanvankelijk van zijn geloof af - wat voor god had al die ellende toegelaten - maar later werd hij een religieus mens. Hij at met zijn gezin koosjer. Een rabbijn uit Antwerpen had hem geleerd dat de Allerhoogste de mensen een vrije wil heeft gegeven en dat je Hem dus nooit de schuld kunt geven als mensen iets vreselijks aanrichten.

Als advocaat hield de oude Moszkowicz er voor de beroepsgroep een aantal dwarse opvattingen op na. Zo werd hij een uitgesproken tegenstander van gevangenisstraffen. “Zo’n straf helpt niet. Men wordt er geen haar beter van en komt er vol haat weer uit. Bovendien wordt men er liever lui dan moe.” Werkstraffen onder streng toezicht zouden veel beter zijn, vond hij. “Ik heb de werkstraf al bepleit voordat dat woord bestond, voordat iemand er ook maar aan dacht, de joodse wetgever uitgezonderd.”

Het is verleidelijk hem - gezien de connecties met zware jongens en zijn positie aan het hoofd van een advocatenfamilie - aan te duiden als ‘peetvader’ binnen de advocatuur. Mooier is het predicaat ‘pleitvader’ dat journalist Henk ten Berge hem meegaf in een 1998 verschenen biografie. Max’ zoons David, Robert, Max jr. en Bram hebben immers allemaal het vak van hem geleerd.

In 2004 kreeg Moszkowicz sr. een beroerte, sindsdien woonde hij in het Belgische Hasselt. In 2013 werd hij uitgeschreven als advocaat.

Meer over