PlusInterview

Nieuwe universiteit voor bedreigde academici Oost-Europa opgericht: ‘Geeft hoop’

Ellen Rutten: ‘Ook ik zag de oorlog niet aankomen.’ Beeld Esther de Jongh
Ellen Rutten: ‘Ook ik zag de oorlog niet aankomen.’Beeld Esther de Jongh

Onder druk van de oorlog in Oekraïne lijkt de Amsterdamse hoogleraar slavistiek Ellen Rutten eindelijk te krijgen wat ze hebben wilde: een nieuwe Europese universiteit voor bedreigde academici, kunstenaars en vrijdenkers uit Oost-Europa. Vestigingsplaats: Riga.

Marcel Wiegman

Als Ellen Rutten (46) dezer dagen naar het nieuws kijkt, bekruipt haar vanzelf een gevoel van machteloosheid en verdriet. Hoe kan ze helpen? Ze ziet een land in puin, veroorzaakt door het Rusland van Poetin, een land waarvan ze de taal en cultuur al jaren bestudeert. “Ook ik zag de oorlog niet aankomen,” zegt ze.

Rutten is hoogleraar Slavische literatuur en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Als ze lesgeeft komt ze ze allemaal tegen: Russen, Belarussen en Oekraïners. “Het is intens. We hebben hier een docent met een Russisch klinkende naam. Die kreeg hatemail, terwijl ze uit een bedreigd Oost-Europees land komt. Er is enorm veel leed onder onze studenten en docenten. Van familie die in Oekraïne in een schuilkelder zit tot studenten uit Rusland die niet meer durven te spreken over hun eigen land.”

Academische vrijheid

Sinds de protesten tegen dictator Aleksandr Loekasjenko in Belarus loopt Rutten, met collega’s uit Italië en Duitsland, rond met het idee een nieuwe universiteit te beginnen: The University of New Europe (UNE), een instituut dat zich richt op de grote crises in Europa: gezondheid, klimaat, migratie, populisme en, sinds kort, oorlog. Een plek voor onderzoekers, kunstenaars en vrijdenkers uit landen waar de academische vrijheid in het geding is, door onderdrukking of militair geweld.

Door de oorlog in Oekraïne is het plan in een stroomversnelling gekomen. Acuter kon de zaak niet worden. In Riga, hoofdstad van Letland, is afgelopen week een mogelijke vestigingsplaats gevonden. Over Nederlandse steun zijn gesprekken gaande met de Jonge Akademie, onderdeel van de KNAW, en met het eveneens in Amsterdam gevestigde Netherlands Institute for Advanced Study.

Rutten: “In onze stuurgroep zitten twee Duitse, een Hongaarse, een Russische, een Russisch-Britse en een Oekraïens-Amerikaanse collega. Een prettig palet aan nationaliteiten. Oekraïne staat nu voorop. Daar is het leed duidelijk het grootst. Maar het is voor ons volstrekt vanzelfsprekend om ook onderzoekers uit Belarus en Rusland te betrekken, ook voor de Oekraïner in onze groep.”

Eén groot gebaar

Tienduizenden gegadigden verwacht ze. Aantallen die nooit onder te brengen zijn bij bestaande universiteiten in Europa. En eigenlijk ook niet in één nieuw instituut. “Het gaat erom,” zegt Rutten, “dat je in elk geval één groot gebaar maakt, dat je ervoor zorgt dat een mooi, substantieel deel van die groep ergens terechtkan om in vrijheid te werken. Ik merk dat het mensen hoop geeft. Mijn Russische contacten zijn vooral verdrietig nu, maar tegelijk helpt het ze om te zien dat elders iets voor ze wordt gebouwd.”

Intussen loopt een mentorenprogramma om de hevigste nood alvast te lenigen: mentees uit Rusland, Belarus en Oekraïne worden gekoppeld aan academici en kunstenaars in Europa en Amerika. Die zetten hun eigen netwerk in, bieden advies en helpen met het aanvragen van onderzoekssubsidies. Van de 330 mensen die nu in het programma zitten zijn er al 270 in setjes aan elkaar gekoppeld.

‘Ook Russen en Belarussen protesteren’

Rutten: “Iemand mailde: ik wil geen Russische man helpen. Dat gevoel begrijp ik, maar wij blijven uitgaan van de gedachte dat je mensen uit verschillende landen om een tafel zet. Ook Russen en Belarussen protesteren tegen de oorlog. Het zijn soms schrijnende gevallen. Russen die gevlucht zijn naar Istanboel of Tbilisi, die niet meer bij hun geld kunnen of van wie de ouders niet meer met ze willen praten, omdat die geloven in de Russische propaganda.”

Ze bereidt zich net weer voor op een uur consult met potentiële mentees. “Je ziet niemand. Je ziet geen gezichten en geen namen, want dat is voor sommige deelnemers veel te gevaarlijk. Maar je voelt aan de vragen dat er aan de andere kant mensen zitten die geen kant op kunnen. Iemand vroeg: ‘Ik ben nog niet gearresteerd, maar ik dreig dat wel te worden. Mag ik dan wel meedoen?’ Dat vond ik ontzettend pijnlijk. Na een uur is het weer voorbij, ga ik gesloopt naar huis en zitten zij daar met hun familie vast. Of ze zitten in een schuilkelder.”

Zie ook: neweurope.university. Ervaren onderzoekers, kunstenaars en journalisten kunnen zich melden als mentor.

Meer over