Plus

Moslims ervaren dat discriminatie steeds gangbaarder wordt

Geen stage kunnen vinden vanwege je geloof, uitgescholden worden vanwege het dragen van een hoofddoek en niet meer opkijken van hatespeech op sociale media: voor veel Amsterdamse moslims is dit de dagelijkse realiteit.

David Hielkema
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek naar moslimdiscriminatie dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd. Voor veel moslims is de normalisatie van islamofobie een groot probleem, waar men zich maar moeilijk tegen kan verweren. Op een gegeven moment kiezen ze er daarom voor ‘ermee te leren leven’.

De opstellers van het rapport stellen dat het onderzoek te klein is voor harde cijfers, maar wel goed inzicht biedt in hoe discriminatie door veel Amsterdamse moslims wordt ervaren, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs. Jongeren krijgen daar te maken met islamofobe reacties van medeleerlingen en van docenten en bijna alle deelnemers zeggen problemen te hebben met het vinden van een stageplaats, terwijl het medestudenten zonder migratieachtergrond wel lukt.

Op de arbeidsmarkt wordt die lijn doorgezet. Moslims worden vaak afgewezen vanwege hun achternaam en achtergrond en krijgen bij sollicitatiegesprekken te maken met ‘volstrekt irrelevante vragen’, zoals hoe ze over man-vrouwverhoudingen, terrorisme, lhbtq of loyaliteit aan Nederland denken. Wanneer zij hierover aan de bel trekken, wordt hun doorgaans verweten niet tegen een geintje te kunnen of de racismekaart te trekken.

Hatespeech

Vrouwen die een hoofddoek dragen in de openbare ruimte zeggen geregeld te worden uitgescholden (‘Ga terug naar je land’, ‘Alle terroristen moeten oprotten’, ‘Daar loopt weer zo’n tent’) en sommigen worden geslagen of bespuugd. In zowel het openbaar vervoer als in winkels hebben veel moslims de indruk dat zij niet begroet worden wegens hun geloof, dat ze angstig worden aangekeken of dat ze juist continu in de gaten worden gehouden door het personeel.

Veel moslims hebben, kortom, het gevoel dat discriminatie wordt genormaliseerd. Dat zou onder meer komen door de toenemende invloed van het uiterste rechtse spectrum van de politiek: JA21, PVV en FvD. Die partijen zouden het publieke debat zo beïnvloeden, dat er ook over maatregelen gediscussieerd wordt die ‘grondwettelijk niet te verdedigen zijn’ en ‘niet ter discussie zouden mogen staan’, zoals een boerkaverbod of niet-proportionele wetgeving in het kader van terrorismebestrijding. ‘Voorkom dat dit soort wetgeving bevolkingsgroepen uit elkaar speelt,’ bepleiten de onderzoekers.

De media spelen in de beeldvorming ook een belangrijke rol. Veel deelnemers vinden dat de manier waarop moslims worden geportretteerd polariserend werkt en bijdraagt aan een negatief zelfbeeld. Op sociale media komt veel ‘hatespeech’ voorbij, opmerkingen die aanzetten tot haat. Een deel van de geënquêteerden heeft hier een olifantshuid voor ontwikkeld, een ander deel zegt hier nooit aan gewend te (willen) raken en vindt het onbegrijpelijk dat dit praktisch altijd ongestraft kan gebeuren.

Reflectie is er ook richting de eigen gemeenschap. Sommige deelnemers aan het onderzoek spreken zich uit tegen opruiende predikers; die schaden de samenleving door de verschillen tussen seculiere en islamitische Amsterdammers uit te vergroten. ‘Uiterst conservatieve moslimorganisaties profiteren van (de gevolgen van) islamofobie en isoleren op deze manier jongeren.’

Moskeebestuurders

De onderzoekers uiten ook kritiek op de gemeente: die zou werkgevers en uitzendbureaus keihard moeten aanspreken op discriminatie. Ook moeten medewerkers ‘bijgeschoold’ worden op het gebied van moslimdiscriminatie en zijn meer ‘toegespitste voorlichtingen’ nodig.

Wethouder Rutger Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid): “Het onderzoek maakt duidelijk dat moslimdiscriminatie veel Amsterdammers dagelijks diep raakt en belemmert. Het bevat nuttige, maar ook pijnlijke inzichten in hun leefwereld, en ook aanbevelingen die van meerwaarde zijn voor het gemeentelijk beleid.”

Gesprekken met diverse organisaties

De onderzoekers spraken met vertegenwoordigers van migrantenorganisaties, vluchtelingenorganisaties, vrouwenorganisaties, studentenorganisaties, jongerenorganisaties en sportclubs. Ook zijn er gesprekken gevoerd met een groot aantal moskeebestuurders en islamitische scholen. Daarnaast is gekeken naar bestaande literatuur en is door ruim dertig organisaties een vragenlijst ingevuld over moslimdiscriminatie.

Meer over