PlusInterview

Minister Ollongren: ‘De oorlog in Oekraïne heeft ons met de neus op de feiten gedrukt’

Niet eerder sinds de Koude Oorlog mocht een minister zoveel geld extra uitgeven aan de krijgsmacht. Vijf miljard euro. Elk jaar weer. ‘Natuurlijk is dit mooi, maar het is ook echt heel hard nodig,’ zegt minister van Defensie Kajsa Ollongren.

Raymond Boere
Minister van Defensie Kajsa Ollongren op bezoek bij de Nederlandse landmacht.  Beeld Defensie/Aaron Zwaal
Minister van Defensie Kajsa Ollongren op bezoek bij de Nederlandse landmacht.Beeld Defensie/Aaron Zwaal

De champagnekurken plopten nog net niet op de binnenplaats van de marinierskazerne Van Ghent in Rotterdam waar de minister gisteren haar plannen voor de komende jaren ontvouwde. Maar in de zeventig pagina’s tellende Defensienota staat zoveel goed nieuws dat militairen best een vreugdedansje hadden kunnen maken. Waar de afgelopen dertig jaar ministers de ene na de andere bezuiniging aankondigden, eenheden verdwenen en spullen verkocht moesten worden, mogen alle krijgsmachtonderdelen nu juist fors geld investeren.

Er komen extra jachtvliegtuigen, nieuwe drones en langeafstandsraketten voor op de fregatten. De landmacht vernieuwt bijna alles wat rijdt. Het personeel gaat fors meer verdienen en voorraadbunkers worden weer tot de nok gevuld. Bovendien gaat er veel geld naar het versterken van de gevechtskracht en de ondersteuning van gespecialiseerde eenheden. Hierdoor kunnen ze vaker zelfstandig op missie worden gestuurd.

Wat denkt u nu als u terugkijkt op de afgelopen decennia waarin zo fors is bezuinigd?

“Na de val van de Berlijnse Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was het best logisch om te zeggen: we stoppen met de wapenwedloop. Maar tegelijkertijd zie je dat dit van het ene op het andere kabinet is doorgegaan en uiteindelijk sprake was van een kaalslag. De oorlog in Oekraïne heeft ons met de neus op de feiten gedrukt.”

Er mag 5 miljard worden uitgegeven. Waar werd u zelf het vrolijkst van?

“Dat we investeren in de mensen. Zonder hun inzet is er niets. En dat we kijken naar de toekomst. Hoe ontwikkelt een potentiële oorlog in de ruimte zich bijvoorbeeld? We onderzoeken nieuwe mogelijkheden en investeren in nieuwe technologie om ook daar op voorbereid te zijn.”

Willen we niet te veel? Er zijn nu al duizenden vacatures. Waar halen we al die mensen vandaan?

“Er zijn inderdaad veel vacatures en er komen er nog duizenden bij. Het is nu een hele krappe arbeidsmarkt, niet alleen voor defensie. Maar door de nieuwe afspraken over de salarissen zijn we nu echt concurrerend. Dat is geen reden meer voor mensen om voor een andere werkgever te kiezen. En de oorlog in Oekraïne heeft wel iets veranderd. Niemand zit op een oorlog te wachten, maar mensen zien nu wel hoe belangrijk een goed leger is. Het zet ze aan het denken of dit ook iets voor hen kan zijn.”

Heel Europa trekt de portemonnee voor nieuwe spullen. Hoe zorgen wij ervoor dat we niet misgrijpen?

“Ik zie het echt als een kans dat we nu allemaal meer geld aan defensie uitgeven. Dit is hét moment om slimmer te investeren en meer samen in te kopen. In de afgelopen decennia is dat niet gelukt. Landen kozen er voor om het net allemaal iets anders te doen, om hun eigen producten te ontwikkelen. Als we er nu in slagen om meer samen op te trekken, dan gaat straks samen trainen ook beter.”

Er mogen nu systemen worden aangeschaft die altijd zeer omstreden waren, zoals raketten onder onbemande vliegtuigen. Vanwaar die ommezwaai?

“We kunnen de ogen hier niet voor sluiten. De ontwikkeling van onbemande systemen is volop gaande en ze spelen een steeds belangrijkere rol in oorlogen. In ons dna zit dat we inzet van wapens liefst willen voorkomen, maar als je dat wil moet je juist ook wapens hebben. De dreiging die ervan uitgaat, is heel belangrijk. Maar we blijven wel nadenken over wat we ethisch acceptabel vinden. Ik vind het cruciaal dat de mens de beslissing blijft nemen om dit wapen wel of niet in te zetten.”

Militairen worden beter uitgerust. Gaan we ze nu ook vaker op missie sturen?

“Dat hangt af of wij precies hebben wat er nodig is als er ergens militairen naartoe moeten worden gestuurd. Ik vind het belangrijk dat we het straks kunnen doen als het nodig is.”

Met deze 5 miljard extra zijn we niet meer de klaploper van de Navo. We halen zelfs even de norm van 2 procent van ons nationaal inkomen, maar over vier jaar loopt dat alweer terug. Vallen we dan niet in dezelfde valkuil?

“Ik kijk liever naar harde euro’s dan procenten. Die vijf miljard euro extra is structureel en verdwijnt niet meer. We zitten daarmee op een budget van bijna 20 miljard. Daar kun je op plannen. Op een percentage kun je niet sturen.”

In hoeverre is deze Defensienota een les voor het kabinet?

“Wat er in dertig jaar is afgebroken, is niet zomaar opgebouwd. Militairen zullen snel iets merken in hun salaris en dat de voorraden zijn bijgevuld. Maar nieuw materieel aanschaffen kost tijd. Als het gaat over onze vrijheid, over onze veiligheid, over onze manier van leven heb je daar wel een krijgsmacht voor nodig. Laten we er nu inderdaad van leren dat dit niet vanzelfsprekend is, dat het geld kost, maar dat we er ook iets voor terugkrijgen.”

Goed geld uitgeven blijkt moeilijk bij defensie, constateerde de Rekenkamer onlangs. Er worden veel fouten gemaakt. En dan gaan we 5 miljard extra uitgeven. Dat schept niet heel veel vertrouwen dat er netjes met belastinggeld wordt omgegaan.

“Het is niet leuk om zoveel kritiek te krijgen en daar moeten we echt van leren. In een organisatie waarin jarenlang zoveel is bezuinigd is dat ook ten koste gegaan van de controle op de uitgaven. Ook dat gaan we rechtzetten. We gaan investeren in mensen die projecten goed begeleiden.”

Meer over