PlusInterview

Minister Franc Weerwind: ‘Staatsontvoeringen? Die term ga ik niet bezigen’

Een opmerkelijk groot aantal kinderen uit gezinnen die zijn geraakt door de toeslagenaffaire werden uit huis geplaatst. Minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming) roept een speciaal team in het leven om de zaken van de 1115 kinderen uit te pluizen en actie te ondernemen.

Tobias den Hartog en Carla van der Wal
Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind (D66). Beeld Robin Utrecht / ANP
Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind (D66).Beeld Robin Utrecht / ANP

Gaan we het hebben over staatsontvoeringen?

‘‘We gaan het hebben over uithuisplaatsingen.”

De term staatsontvoeringen mijdt u liever?

‘‘Dit onderwerp raakt mij. Als mens. Als bestuurder. Ik heb moeders gesproken en het verdriet gezien. Ik ben geschrokken van hun verhalen. Mensen die hun kinderen niet naar bed hebben kunnen brengen, die hen jaren hebben moeten missen. Maar dit is geen term die zij bezigen. En ik ook niet.”

Toch kreeg het woord staatsontvoeringen vleugels, sinds cabaretier Peter Pannekoek hem muntte op tv. De ouders kwamen in grote financiële problemen, doordat de Belastingdienst hen onterecht als fraudeurs bestempelde en hen opzadelde met enorme schulden. Honderden kinderen werden uit huis geplaatst, 420 daarvan wonen nog altijd niet thuis.

Weet u inmiddels of die uithuisplaatsingen direct gevolg zijn geweest van de toeslagenaffaire?

‘‘Ik mag op deze stoel zitten sinds 10 januari. We hebben gezegd: we willen deze ouders helpen. Hoe doen we dat? Ik focus mij daarop. Op het kind, op de ouders.”

Maar de zaken van 30 kinderen zijn nu al in beeld, als deel van een proef. Weet u al hoe vaak de toeslagenaffaire debet was?

‘‘We hebben veel multiproblematiek gezien, maar de Inspectie Justitie en Veiligheid doet nog onderzoek naar het systeem. Die komt pas eind dit jaar met hun rapport.”

Zijn kinderen al teruggeplaatst naar huis?

‘‘Nee, zover zijn we nog niet. Mensen hebben wel hun verhaal verteld, ze willen hulp, een luisterend oor.”

Ondertussen verstrijkt de tijd en daarmee termijnen. Na een halfjaar is een jong kind te zeer gehecht aan pleegouders, zo is de richtlijn, en is het advies vaak niet terug naar huis te gaan. Het zorgt voor schrijnende situaties, zeker nu jeugdzorg door grote tekorten niet altijd kan bewerkstelligen dat gezinnen in dat halfjaar de juiste hulp krijgen. Zo kan een definitieve breuk met biologische ouders ontstaan, zonder kans op hereniging met het gezin.

Sinds het aantal van 1115 kinderen naar buiten kwam, is al bijna een halfjaar verstreken.

‘‘Maar we moeten maatwerk leveren. Over wie hebben we het? Wat is het belang van het kind? Maar zelfs contact herstellen tussen ouder en kind kan al een brug zijn. Ik sprak vorige week nog een moeder die weer contact heeft gekregen met haar zoon van 17, met wie jaren geen communicatie was.”

Toch even. Durft u nog steeds te zeggen dat kinderen niet uit huis zijn geplaatst als direct gevolg van de toeslagenaffaire?

‘‘Het kan een extra duwtje zijn geweest, laat ik het zo framen en formuleren. Die financiële problematiek kan er, net als huisvestingsproblemen of een echtscheiding, toe hebben geleid.”

U zegt een duwtje?

‘‘Een duw.”

Er zijn ouders die zeggen: de problemen begonnen met de schuld waarvan de fiscus zei dat ik die had.

‘‘Ik wil er geen semantische discussie van maken en ik wacht het onderzoek af. Maar ik sluit niet uit dat het het begin van de ellende kan zijn geweest. Ik sluit mijn ogen daar niet voor. De moeders die ik sprak zeiden ook: het begon klein en werd steeds groter. Die durfden geen overheidsenvelop meer te openen. Dat is ernstig. De overheid is er om de burger te beschermen.”

Nu wil de overheid de problemen oplossen. Maar hoe kunnen ouders u nog als betrouwbare partner zien?

‘‘Er is gefaald. Daar kan ik kort over zijn. Rechters hebben het boetekleed aangetrokken, het kabinet ook. Dat is karakter. Nu moeten we herstellen wat er gebeurd is.”

Hoe dan?

‘‘Dit kabinet heeft de mond vol van de menselijke maat. En terecht. Maatwerk leveren, de mens zien. Dat is mijn policy.”

Er is proefgedraaid met een speciaal ondersteuningsteam. Dat wordt nu landelijk opgetuigd. Experts die bekend zijn met jeugdzorg praten met ouders, kijken wat zij en hun kinderen nodig hebben. Helpt een huis, psychische hulp of bemiddeling met jeugdzorginstellingen met het herstel van contact met kinderen? Dan moeten ze dat krijgen. En ja, Weerwind zegt te weten dat het team zich begeeft op gebieden waar de wachtlijsten zijn opgelopen. Daarom verwacht hij dat de leden ‘creatief’ te werk gaan.

De proefperiode had ‘voorzichtig positieve’ resultaten. Dat klinkt niet als een denderend succes.

‘‘Ik houd niet van borstklopperij. Ik ga de dag niet prijzen voor de avond gevallen is. Ouders moeten zich straks geholpen voelen. Daar wil ik op meten.”

Ondertussen zijn een aantal getroffen ouders zoek, soms gevlucht, durven ze zich niet te melden.

‘‘Ik zeg ook: steek je hand op en kom. Ik kan mij niet inleven in hen, want ik heb het niet meegemaakt. Maar ik steek mijn hand uit.”

Wat Weerwind niet doet, is het opvragen van de gegevens om wie het het gaat. De reden: dan moeten persoonlijke bestanden van allerlei instanties gekoppeld worden. Iets waarmee de Belastingdienst eerder, bij het aanleggen van zwarte lijsten, de fout in ging.

Is het feit dat u een nieuw team nodig heeft een aanwijzing dat het systeem faalt?

‘‘Deze mensen hebben iets extra’s nodig.”

Het ondersteuningsteam is een bemiddelaar. Kan het iets afdwingen?

‘‘Nee, maar als ze steeds tegen dezelfde problemen aanlopen, bijvoorbeeld bij huisvesting, wil ik daarmee aan de slag. Als er een patroon is waar het team tegenaan loopt, ben ik er.”

Maar er is dus geen decreet?

‘‘Nee, maar ik doe echt een appel op iedereen die betrokken is.”

Dit ondersteuningsteam kijkt naar een afgebakend aantal gevallen. Komen andere gezinnen die hulp nodig hebben dan achteraan te staan?

‘‘Ik vind dat we ons echt maximaal moeten stretchen om deze groep te helpen. Ik weet dat er heel veel mensen kloppen op die deur. Maar als er mensen gedupeerd zijn door overheidsoptreden, dan moet ik echt acteren. Dan moet ik optreden. Er is een stuk vertrouwen kwijtgeraakt in de overheid.”

Maar u geeft toeslagenouders voorrang.

‘‘Er is schaarste, de vraag is: hoe verdeel ik die. Ik ken de wachtlijstproblematiek. Ik ken de personeelstekorten. Ik ga dat niet uit de weg. Maar dit is een kwetsbare groep Nederlanders die zich geborgen moet voelen bij de overheid. Die verdient nu alle aandacht, die moet ik geven.”

Wat doet u ondertussen voor andere kwetsbare kinderen?

‘‘Ik weet dat er veel op mijn bord ligt. Ik erken dat, begrijp dat het breder ligt. Ik ga het niet uit de weg om te zeggen: verdient dit stelsel een aanpassing? Maar ik begin hier.”

Meer over