Nieuws

Miljoenen coronasteun nog op de plank: FNV gunt zorgcollega’s ook financiële hulp

De helft van het bedrag van 8,8 miljoen euro dat is ingezameld voor zorgmedewerkers die slachtoffer zijn van corona, is nog niet uitgekeerd. FNV vindt dat ook zorgmedewerkers die zijn getroffen door long covid in aanmerking moeten komen voor een vergoeding.

Annemieke van Dongen
null Beeld ANP /  ANP
Beeld ANP / ANP

Afgelopen twee jaar heeft de stichting Zorg na Werk in Coronazorg (ZWiC) een vergoeding uitgekeerd aan twintig nabestaanden van zorgmedewerkers die op hun werk besmet zijn geraakt met corona en daaraan zijn overleden. Zij kregen een bijdrage van 50.000 euro. Daarnaast kregen 114 zorgmedewerkers die met Covid-19 op de intensive care zijn opgenomen eenmalig een bedrag van 30.000 euro.

Het steunfonds, dat halverwege volgend jaar wordt opgeheven, start nu een laatste offensief om getroffen zorgmedewerkers en nabestaanden te bereiken. Het is aannemelijk dat er nog tientallen zorgmedewerkers en nabestaanden zijn die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het steunfonds, verklaart voorzitter Wietske Blom-Ham van ZWiC. “Volgens het RIVM zijn door Covid 33 zorgmedewerkers overleden en meer dan duizend in het ziekenhuis opgenomen. Op basis daarvan schatten wij in dat er ongeveer tweehonderd op de ic zijn opgenomen. Blijkbaar hebben zij ons nog niet allemaal weten te vinden.”

Het steunfonds, dat in de eerste coronagolf is opgericht door twee chirurgen, heeft via donaties van particulieren en bedrijven afgelopen twee jaar bijna 4,4 miljoen euro opgehaald. Dat bedrag is door het ministerie van Volksgezondheid verdubbeld.

De FNV vindt dat ook zorgmedewerkers met langdurige klachten na corona een tegemoetkoming moeten krijgen vanuit de overheid. Bij het long covid-meldpunt dat de vakbond in december heeft opgericht, hebben zich inmiddels zo’n 4.500 zorgverleners gemeld. “Bijna de helft van die groep is al meer dan een jaar ziek en heeft daarom 30 procent salaris moeten inleveren,” zegt een woordvoerder van FNV. “Daarnaast hebben de meesten veel kosten gemaakt, waaronder revalidatiekosten die niet worden vergoed en het eigen risico dat ze kwijt zijn. Covid-19 en long covid zijn inmiddels erkend als beroepsziekten. Daarom vinden wij dat er een fonds voor moet komen, zoals dat er ook is voor mensen met OPS, een schildersziekte, en voor mensen die hebben moeten werken met asbest.”

Marian Haagsma (47) uit Leeuwarden raakte door haar werk in een wooncentrum voor gehandicapten besmet met corona en belandde op de ic. Dat had niet alleen lichamelijk, maar ook financieel grote gevolgen. Pas toen de geldzorgen waren opgelost, kon ze echt aan haar herstel gaan werken. “Vanaf dat moment kon ik weer gaan leven.”

Tijdens de hele eerste golf wist het wooncentrum voor verstandelijk beperkten in Drachten waar Haagsma werkt corona buiten de deur te houden. Maar tijdens de tweede golf sloop het virus toch naar binnen. “Natuurlijk waren we voorzichtig, droegen we mondkapjes. Maar met negen cliënten die je uit bed moet halen, douchen en verzorgen, is anderhalve meter afstand houden natuurlijk geen optie.”

Een collega was de eerste die positief testte. Op 19 oktober 2020 volgde Marian. “Ik dacht: ik fiets er wel doorheen. Voor veel mensen was corona niet meer dan een griepje.”

Het liep anders. Vier dagen later was Marian zo benauwd dat ze in het ziekenhuis aan de zuurstof moest. Daar lag ze moederziel alleen. Haar man en kinderen mochten niet langskomen, die zaten thuis in quarantaine. Met Marian, die astma heeft, ging het snel bergafwaarts. Na twee dagen besloten de artsen haar over te plaatsen naar de ic. “Het schijnt dat ik mijn man nog heb gebeld om afscheid te nemen, maar daar weet ik niets meer van. Ik was zo verschrikkelijk benauwd, dat ik alleen maar weg wilde. Ik zei ‘doe maar, breng me maar in slaap’.”

Benauwd

Een week later werd ze wakker. “Voor mijn gevoel lag ik op de grond. Ik had het benauwd, voelde de beademingsbuis in m’n keel. Ze moesten me steeds weer in slaap brengen omdat ik in paniek raakte.”

Terug op de Covid-afdeling werd ze geconfronteerd met de verwoestende impact van het virus en de ic-opname op haar lichaam. “Ik kreeg mijn bakje yoghurt niet naar binnen. Mijn handen werkten niet. Ik kon helemaal niets meer.” Een confronterende ervaring. “Ik ben zorgmedewerker, een soort Duracell-konijntje dat altijd maar doorstuitert. Nu moest ik zelf verzorgd worden. Dat paste me helemáál niet.”

Ze werd overgeplaatst naar een revalidatiecentrum. In het weekend mocht ze naar huis. Met een rollator schuifelde ze door de straat. Halverwege moest ze rechtsomkeert maken, zo moe was ze. “Ik had best een goede conditie, werkte 28 uur in de gehandicaptenzorg. Dat is niet op je gat zitten, de hele dag moet je vol gas geven. Maar van mijn conditie was niets meer over.” Om te re-integreren ging ze een half uurtje koffiedrinken met collega’s in het wooncentrum in Drachten. “M’n vader moest me brengen, ik had niet de concentratie om zelf te rijden. Op de terugweg lag ik in de auto te slapen. De vermoeidheid was verschrikkelijk.”

Deel loon kwijt

Ondertussen zat ze al een jaar ziek thuis, en kreeg ze nog maar 70 procent van haar loon. In overleg met haar werkgever werd ze overgeplaatst naar een andere locatie, vlak bij haar huis. Geen wooncentrum, maar een dagbesteding voor gehandicapten, zodat ze alleen tussen 9 en 16 uur hoeft te werken. “Dat ritme heb ik nodig, wisselende diensten lukken niet meer. Dan zit ik bij thuiskomst trillend van vermoeidheid op de bank.”

Financieel had die overstap echter consequenties: haar onregelmatigheidstoeslag raakte ze kwijt. Ondertussen maakte ze vanwege haar ziekte allerlei extra kosten. Elk ritje naar het ziekenhuis, voor controle bij de longarts, kost benzine en parkeergeld. Voor behandeling van een schouderblessure die ze op de ic had opgelopen, moest ze vanuit Leeuwarden steeds op en neer naar Harlingen. Ook hield ze aan haar ic-opname hielspoor over, waarvoor ze zich steunzolen en nieuwe schoenen moest laten aanmeten. Allemaal extra kosten die niet door de verzekering werden vergoed, terwijl ze minder inkomen had. “Ik kon niet meer sparen voor als er iets onvoorziens gebeurt. De financiële zelfstandigheid die ik had, was ik kwijt.”

Steun maakte verschil

Een collega wees haar op het steunfonds van ZWiC voor getroffen zorgmedewerkers. Het geld dat ze ontving, maakte voor haar een wereld van verschil. “Ik hou er helemaal niet van om m’n hand op te houden, maar het heeft me zóveel rust gegeven. Toen ik de financiële zorgen kon loslaten, kon ik echt aan mijn herstel werken. Het gaf me het gevoel: alles komt goed. Vanaf dat moment kon ik weer gaan leven.”

Helemaal de oude is ze nog niet, en dat ze beseft dat ze dat misschien wel nooit meer zal worden. Ze worstelt nog steeds met geheugen- en concentratieproblemen, maar heeft manieren gevonden om daarmee om te gaan. “Agenda’s en schema’s zijn m’n beste vriend geworden. Corona bepaalt m’n leven niet meer. Ik besef dat ik geluk heb gehad. Ik ben vooral heel blij dat ik er nog ben.”

Haagsma gunt ook andere door corona getroffen zorgmedewerkers een schadevergoeding. “Als je niet op de ic hebt gelegen, wil dat niet zeggen dat je niet hebt hoeven knokken. Er zijn ook mensen die vanwege long covid al twee jaar thuis zitten. Ook zij zouden zo’n tegemoetkoming moeten krijgen.”

Tip Het Parool via Whatsapp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.

Meer over