PlusNieuws

Met keeluitstrijkje is zelftest bij omikron even nauwkeurig

De omikronvariant is minder goed op te sporen met zelftests. Maar door ook keelslijm mee te nemen bij de zelftest wordt het verlies aan betrouwbaarheid opgeheven, zo blijkt uit een onderzoek van UMC Utrecht.

Jop van Kempen
Door niet alleen neusslijm, maar ook keelslijm mee te nemen bij de zelftest steeg de betrouwbaarheid van MP Biomedicals en Clinitest echter met tien procentpunt. Beeld Getty Images
Door niet alleen neusslijm, maar ook keelslijm mee te nemen bij de zelftest steeg de betrouwbaarheid van MP Biomedicals en Clinitest echter met tien procentpunt.Beeld Getty Images

Door de opkomst van omikron daalde de gemiddelde betrouwbaarheid bij alle drie de onderzochte zelftests met alleen een neusafname. Het gemiddeld aantal positieve gevallen dat Flowflex opspoorde ging omlaag van 79 procent naar 73. Bij MP Biomedicals daalde de betrouwbaarheid van 70 procent naar 63. Bij Clinitest van 70 naar 57.

Door niet alleen neusslijm, maar ook keelslijm mee te nemen bij de zelftest steeg de betrouwbaarheid van MP Biomedicals en Clinitest echter met tien procentpunt. Daarmee komt de betrouwbaarheid van zelftests bij omikron weer op een vergelijkbaar niveau als bij de deltavariant. Bij Flowflex werd geen onderzoek gedaan naar de meerwaarde van het meenemen van keelslijm, omdat het stokje te kort en breekbaar werd bevonden.

Kanttekening bij de gemiddelde betrouwbaarheidspercentages van de zelftests is dat ook de uitslagen zijn meegenomen van mensen die vóór onderzoeksdeelname al positief hadden getest op een zelftest. Hun zogenoemde bevestigingstests krikken de betrouwbaarheidscijfers fors op. Bij mensen die wel klachten hadden, maar geen zelftest deden, was de betrouwbaarheid bij alledrie de tests ongeveer 50 procent.

Testinstructies

“Het vermoeden is dat mensen met ernstigere klachten eerder een zelftest doen,” zegt epidemioloog Carl Moons, die het onderzoek leidde. “Hoe zwaarder de symptomen, hoe beter zelftests dus lijken te werken. Onderzoek over de betrouwbaarheid van zelftest bij mensen zónder klachten loopt nog.”

De studie werd uitgevoerd onder 6500 bezoekers van GGD-teststraten. Deelnemers werd verzocht om bij thuiskomst ook een zelftest te doen. De resultaten van PCR-tests van de GGD werden vergeleken met de zelftests. Het onderzoek liep in de periode dat omikron dominant werd ten koste van de deltavariant van het coronavirus: van half december tot half februari.

De studie is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Moons zou minister Ernst Kuipers adviseren om met de fabrikanten te bespreken of de afname van keelslijm kan worden meegenomen bij de testinstructies.

Tekort aan testcapaciteit

Verder vindt Moons dat het huidige beleid met zelftests bij mensen met ziektesymptomen goed is, omdat het onderzoek ook opleverde dat een positieve zelftest in meer dan 97 procent van de gevallen werd bevestigd door de PCR-test van de GGD. “Als er ooit weer een tekort aan testcapaciteit in de teststraten komt, weten we nu dat iemand met een positieve zelftest niet naar de GGD hoeft voor een bevestiging.”

Dat de betrouwbaarheid van zelftests afneemt bij de opkomst nieuwe varianten, is geen verrassing, zegt medisch microbioloog Jan Kluijtmans, die meedeed met het onderzoek. “Dat kan liggen aan de wat andere samenstelling van de virusvariant, maar ook het feit dat het virus zich op een andere manier manifesteert in het lichaam.” Omikron verschanst zich waarschijnlijk wat meer in de keel dan in de neus.

Ook de mate van immuniteit in de bevolking speelt een rol bij de betrouwbaarheid van zelftests, aldus Kluijtmans. Iemand die is gevaccineerd of eerder besmet raakte, wordt doorgaans minder ziek. Een mildere infectie is minder goed op te sporen met een zelftest dan een ernstige infectie.