PlusInterview

Met een kantoor op het Rokin eist betaalbedrijf Adyen zijn plek op in Amsterdam: ‘Kantoorruimte bij de Arena past ons niet’

Adyenoprichter Pieter van der Does in het nieuwe onderkomen van de betaal­gigant. Beeld Dingena Mol
Adyenoprichter Pieter van der Does in het nieuwe onderkomen van de betaal­gigant.Beeld Dingena Mol

Met een prominent kantoor – ooit Hudson’s Bay – op het Rokin eist betaalbedrijf Adyen nu ook fysiek zijn plek op in Amsterdam. De nieuwe uitvalsbasis past bij het doel van topman Pieter van der Does: de toon zetten.

Het ruikt er naar verf en her en der staan de stoelen nog opgestapeld. De vaandeldrager van de Amsterdamse techindustrie, betaalbedrijf Adyen, heeft zich op het Rokin genesteld in de gebouwen waar voorheen warenhuis Hudson’s Bay zat.

Lang was Adyen verborgen tussen spoor en water op het Oosterdokseiland, waar het uitgroeide tot een van de grootste betaalbedrijven ter wereld. Bekend bij klanten uit alle hoeken van de wereld die het helpt bij betalingen, maar zo goed als onzichtbaar voor de uiteindelijke gebruiker. De consument ziet hoogstens bij het afrekenen online of bij een pinapparaat de naam van de betaalgigant langsflitsen.

“Dat geslotene vind ik onprettig aan de Simon Carmiggelt,” zegt Adyenoprichter Pieter van der Does (52), bedrijfsjargon voor het huisadres op het Oosterdokseiland. “We zijn juist in alles supertransparant. We hebben nooit rare toeslagen of wisselkoersverschillen aan onze klanten berekend, wat in de betaalwereld best uitzonderlijk is. Maar intussen zitten we in een gebouw dat je nauwelijks kunt vinden. Dat past ons helemaal niet.”

Maar nu zit Adyen op een plek in het volle zicht van Amsterdam, in een doorzichtig winkelpaleis waar de etalageramen een onbarmhartige blik bieden op het interieur. De stroom van 216 miljard euro aan betalingen van klanten die in de eerste helft van dit jaar door Adyen raasden, moet je erbij denken. “Een verschil van dag en nacht? Zeker. Maar ook logisch. Niet eng. Integendeel. Kíjk maar bij ons naar binnen. Zo hoort een bedrijf toch te zijn?”

“Kantoorruimte bij de Arena past ons niet,” zegt Van der Does als hij ons afgetraind door het sereen ogende onderkomen jaagt. Op naar – voorlopig – zijn favoriete plek: de bovenste verdieping vanwaar je via schuine ramen over de daken van de Wallen uitkijkt. “Ik ben niet mijn eigen bedrijf begonnen om tien haltes in een dampige metro te zitten en daarna nog een kwartier door de regen te lopen. Dat is niet de droom als je begint. Dan denk je: we gaan met een paar leuke mensen aan een gracht zitten. Eigen­lijk is dat niet veranderd.”

Aan een gracht past niet meer, maar het centrum van de stad, op loopafstand van Amsterdam CS was voorwaarde; Adyen doet niet aan parkeren. “We hebben aan het IJ gekeken naar kantoorpanden.” Hij pauzeert en haalt er dan zijn schouders over op. “Dat hebben we toen niet gedaan, terwijl het hard nodig was. Maar het was niet ‘ons’. Niet wat we willen met Adyen.”

“Wij zoeken getalenteerde mensen die overal in de wereld aan werk kunnen komen. Als je die over een lange dijk naar een winderig gebouw jaagt, kiezen ze niet voor ons. Niemand gaat na het werk onder de cruiseterminal in de Subway zitten. Geweldig bedrijf, een klant van ons, maar voor ons werkt zoiets niet.”

“Een kantoor is voor ons niet een plek waar je werknemers achter een bureau zet. De mensen die hier werken, willen iets doen dat tractie heeft, dat invloed heeft. Hun leven begint niet pas als ze de deur van het bedrijf achter zich dichttrekken. Werk is voor hen een deel van het leven en dan moet dat werk ook een plek zijn waar leven is.”

Toevallige ontmoetingen

De meeste roltrappen die destijds naar de winkelverdiepingen van Hudson’s Bay voerden, zijn bij de maandenlange verbouwing vervangen door echte trappen, van bamboe. Kledingrekken hebben plaatsgemaakt voor flexbureaus rondom een klinkerstraatje van hergebruikte bakstenen - een verwijzing naar Amsterdamse bestrating, waarin vernuftig cruciale kantoorfuncties zijn verborgen. Voor koffie staat een barista klaar, ruwweg op de plek van de voormalige juwelenafdeling.

Dat een van de grootste financiële dienstverleners van de winkelwereld in een voormalig warenhuis trekt, is een teken des tijds. “Het is een algemene trend dat grote winkelbedrijven het moeilijk hebben op dit soort plekken. Voordat deze gebouwen werden neergezet, stond hier bankgebouwen van Fortis en MeesPierson. Mijn vader heeft op deze plek gewerkt, bij Mees. Ik ben er vaak binnen geweest toen ik in Amsterdam studeerde. Dan gingen we samen lunchen. Een heel gesloten gebouw, toen heel modern: als je een raam openzette ging de verwarming uit, zodat je niet voor de vogels stookte.”

Pieter van der Does op zijn favoriete plek in het nieuwe kantoor van Adyen op het Rokin, de bovenste verdieping van het  gebouw met vensters die uitkijken op de daken van de Wallen. Beeld Dingena Mol
Pieter van der Does op zijn favoriete plek in het nieuwe kantoor van Adyen op het Rokin, de bovenste verdieping van het gebouw met vensters die uitkijken op de daken van de Wallen.Beeld Dingena Mol

In zo’n bankkasteel met kleine kamertjes en gangetjes zou Adyen nooit zijn intrek nemen, verzekert Van der Does. “Ik ben dit bedrijf ook niet begonnen om door lange gangen te lopen om mensen op te zoeken die eenzaam in kamertjes zitten. Je moet toch plekken hebben om met elkaar te praten, van gedachten te wisselen. Toevallige ontmoetingen zijn erg belangrijk. We gebruiken elkaar om onze hersenen te scherpen. Dat werkt alleen in een open omgeving.”

Een Zuidaskolos of een Bullewijkbunker passen volgens Van der Does meer bij een gevestigd bedrijf, bij managerspraat als ‘kostenoptimalisatie’ en ‘synergie’, terwijl hij tijdens het gesprek al struikelt over het woord ‘dele­geren’. Want, ondanks groei van tussen de 45 en 65 procent - of dat nu om opzet of verwerkte betalingen gaat - en een beurswaarde van nu 73 miljard euro is Adyen volgens Van der Does na 15 jaar nog altijd een groeidiamant.

“We zijn nog steeds een bedrijf aan het opbouwen. Dan ben je dus niet aan het schrapen door je huisvestingskosten te optimaliseren, maar aan het investeren: in mensen, in producten, in kantoren.”

Adyen maakte het zichzelf, bij de zoektocht naar meer ruimte bewust moeilijk; vierkante meters kantoorvloer zijn in hartje Amsterdam zeldzaam. Het ongeluk van Hudson’s Bay was Adyens geluk. Het Canadese warenhuis sloot eind 2019 de deuren, nadat het in drie jaar 300 miljoen euro had verbrand aan een stuurloos Nederlands avontuur.

‘Ik hou niet van winkelen’

“Ik heb hier, toen we net waren benaderd voor dit gebouw, vlak voor de sluiting van Hudson’s Bay nog een rondje door de winkel gelopen. Rekken vol kleding met 50 procent korting, 70 procent. Ik hou helemaal niet van winkelen Ik dacht: best grappig, alles in de uitverkoop, maar ik kan er nog steeds niks vinden.”

Dat het pand iets voor Adyen kon worden, zag hij wel. “Ik besefte vrij snel dat we hier een leuk kantoorpand van konden maken, maar dat we daar heel goed over moesten nadenken. Iets wat bij ons past en wat werkt. Zulke beslissingen neem ik deels op gevoel.”

Het is nu nog een onderkomen in opbouw. Het naastgelegen warenhuispand – met zijn glazen koepeldak waar ooit Ron Blaauw kookte – wordt nu verbouwd. Later dit jaar volgt de monumentale Grote Vleeshal aan de overkant van de Nes, waarna 1123 van de 1900 Adyenners in hartje Amsterdam zullen zitten.

De keuze voor het winkelpaleis betekent wel dat de droom om Adyen in zijn geheel onder één dak te brengen, is losgelaten. Het onderkomen op het Oosterdokseiland blijft in gebruik. “Ik ben niet zo’n goeie kok, maar als ik voor een grote groep kook, kook ik in meerdere potten. Dat kan ik nog behappen. In een grote pan koken kan ik niet. Dat gaat aanbranden. Dat geldt hier ook. Als je heel Adyen in zo’n grote toren aan de Zuidas stopt, dan wordt het moeilijker te behappen.”

Zichtbaar voor de stad

De nieuwe plek maakt het bedrijf zichtbaarder voor de stad. Adyen deed al allerlei dingen voor Amsterdammers, zegt Van der Does. Zoals programmeerlessen voor vluchtelingen bij Hack your Future of samenwerking met Jinc dat kansarme scholieren helpt bij het zoeken naar een carrière. “Niemand die het zag, want het was altijd verborgen in de kantine van de Simon Carmiggelt.”

Nu wordt in de kelder van het nieuwe onderkomen, waar ooit de schoenen van Hudson’s Bay stonden en binnenkort de eigen metro-ingang opent, de laatste hand aan een congreszaal gelegd die niet alleen voor eigen gebruik is. “Ik denk dat er behoefte aan is dat bedrijven die rol pakken. Dat kunnen we ook heel goed. We praten nu met De Balie of we samen evenementen bij ons kunnen opzetten.”

Vorige maand opende Adyen ook een pop-upwinkel, waar om de drie maanden nieuwe klanten van het bedrijf zich presenteren. “De omvang die we nu als Adyen hebben, geeft ons de mogelijkheden op een andere manier bij te dragen aan de stad. Dat kan veel beter vanaf deze plek. ”

De nieuwe uitvalsbasis is ook cruciaal in de strijd om internationaal talent, waarin Adyen met andere techgrootheden is verwikkeld. “Amsterdam is een fantastische plek. Heel veel expats willen hier werken, willen hier blijven. Zeker gezinnen met kinderen. Omdat de kwaliteit van leven onvergelijkbaar is met die in veel andere techsteden.”

“Ik zie nu mensen die al een tijdje bij ons rondlopen voor zichzelf beginnen, maar in Amsterdam blijven. Ik vind het geweldig dat er een ecosysteem vanuit ons ontstaat. Dat geldt overigens ook voor Booking en al die andere techbedrijven van onze generatie. Dat is heel positief voor Nederland. Dat creëert banen die toekomstbestendig zijn.”

Keerzijde

Hij moet glimlachen bij het begrip ‘vaandeldrager van de Amsterdamse tech’. “Er is een hele club van bedrijven, Just Eat Takeaway – onze buren op het Oosterdokseiland, Booking, Backbase en nog veel meer die deze stad aantrekkelijker maakt. Mede dankzij hen is Amsterdam een van de toonaangevende techsteden geworden. Toen we 15 jaar geleden begonnen, was werken in Amsterdam in de techwereld nog een aparte keuze. Dat is niet meer zo.”

Dat legt ook een druk op de stad, waar vanwege woningnood en drukte ook wordt gewezen naar de keerzijde van de internationale aantrekkingskracht van bedrijven als Adyen. “Amsterdam moet niet worden als San Francisco. Daar is het echt heel duur geworden om te wonen en dat trekt een wissel op die stad.”

“Zo ver is het hier niet. In mijn straat vind je ook mensen die er al heel lang wonen, voor een paar honderd euro per maand. Dat moet niet verdwijnen. Die mix maakt Amsterdam Amsterdam. En de mensen die wij trekken, verspreiden zich. De hele hang-up dat Amstelveen geen Amsterdam is, voelen ze niet. Dat is iets van Nederlanders die alles afmeten aan fietsafstanden.”

“Ik zie geen sprinkhanengedrag bij onze mensen. In Nederland liggen de lonen veelal lager dan in andere grote techsteden. Je komt niet bij ons werken voor het salaris en wij staan ook niet bekend als een bedrijf dat daar enorm mee uitpakt. De kwaliteit van leven compenseert dat. En de aantallen mensen die wij trekken zijn ook weer niet zo groot dat wij nu een enorme invloed hebben op de woningmarkt of de drukte.”

Constante groei van Adyen betekent dat de drie panden op het Rokin de Nes ooit ook weer te klein zullen zijn. “De rekensom is best eenvoudig. Als we in medewerkers net zo snel groeien als in omzet, zitten we fout. Maar in ons tempo kom je onder de tien jaar uit, dan zitten we hier weer vol,” zegt Van der Does om daar lachend aan toe te voegen: “En als ik pessimistisch ben nog een stuk sneller.”

Overal ter wereld afrekenen

Afrekenen doen we ongemerkt bij Adyen. Zoek maar eens op ‘ADY’ in de eigen betaalrekening en zie bedrijven als Uber, Booking, Ebay, McDonald’s en Facebook langskomen of Nederlandse grootheden als KLM, Coolblue, Bugaboo, Picnic en de Bijenkorf, maar ook mkb’ers als modehuis Fabienne Chapot of hotel CityHub bij De Hallen.

Adyen is een van de grootste verwerkers van betalingen. Het bedrijf zorgt ervoor dat mondiaal opererende verkopers waar ook ter wereld kunnen afrekenen, ongeacht de gebruikte betaalpas, creditcard of internetbank. Het deelt die markt met grotere concurrenten als Paypal maar laat rivalen als WorldPay, Worldline of Stripe achter zich - de Duitse rivaal Wirecard implodeerde vorig jaar na een gigantische boekhoudfraude.

De webwinkelmanie van dit moment bezorgt Adyen gouden tijden. De recentste halfjaaromzet, 445 miljoen euro, was alweer de helft groter dan een jaar eerder, de winst verdubbelde ruim tot 205 miljoen. De beurswaarde kroop deze week richting 75 miljard euro. En de groei is er nog lang niet uit.

Van der Does is ervan overtuigd dat verdere groei de komende jaren komt uit de verandering die de winkelwereld doormaakt, gedreven door technologie – onder meer van Adyen. “Het is echt nog early days,” aldus de topman.

De mogelijkheden zijn eindeloos. Van der Does geeft een voorbeeld: “Ík geneer me als ik in een winkel vraag: ‘Is deze trui er in een ander kleur?’ en het antwoord is: ‘Nee, niet op voorraad.’ Dan verwacht ik dat de winkelier zegt: ‘Ik regel hem in onze online winkel, hou je telefoon tegen die betaalterminal dan ligt je trui morgen thuis.’ Ik vind het gek als een winkelier dat niet doet, omdat ik weet dat het kan, maar ook omdat ik wil dat het kan.”

“In San Francisco is het al heel normaal dat je spullen thuisgestuurd worden. Je past je kleren, je rekent af maar je neemt niks mee. De volgende dag ligt het thuis. Dat is veel efficiënter.” Hij kijkt door de hoge ramen van Adyens nieuwe kantoor naar de overkant van het Rokin. “Al die winkels offeren kostbare ruimte op aan opslagruimtes vol dozen. Dat kan je veel beter gebruiken.”

Meer over