Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Lilianne Ploumen heeft het afgelegd tegen de ballast van haar politieke verleden

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Het vertrek van PvdA-leider ­Lilianne Ploumen leek een verrassing. Maar de PvdA heeft een rijke historie van interne dolkstoten. Daar weet Ploumen overigens alles van, want zelf gaf ze als partijvoorzitter Job Cohen ooit het laatste zetje naar de uitgang. Het is aannemelijk dat Ploumens vertrek in elk geval mede is ingegeven door de grote weerstand binnen de fractie tegen haar innige verbond met GroenLinks. Zonder vertrouwen had doorgaan geen zin.

Ik ben ervan overtuigd dat er meer in haar ­leiderschap had gezeten, maar de erfenis die ze met zich meezeulde bleek voor veel kiezers ­onvergeeflijk. Net als haar voorganger Asscher bleef ze last houden van haar eigen deelname in Rutte II. Niet geheel terecht, want haar ministerschap was destijds een van de weinige lichtpuntjes. Anderzijds is het een publiek geheim dat Ploumen voor advies sterk leunde op haar oude maatjes, Jeroen Dijsselbloem en Wouter Bos. In het geval van Bos valt daar nog wat voor te zeggen, omdat hij zich als minister van ­Financiën in Balkenende IV verzette tegen snoeihard bezuinigingsbeleid en zelfs banken nationaliseerde. In navolging van die crisis gaf hij een beroemde speech, De Derde Weg Voorbij. Uitgerekend in de Rode Hoed, waar Wim Kok tijdens Paars juist het ‘afschudden van ideologische veren’ had bezongen. Bos was tot inkeer gekomen: de omarming van heilig marktdenken binnen de PvdA leek hem nu een doodlopende weg. Ironisch gezien vertrok hij vlak daarna uit de politiek.

Dijsselbloem echter, is juist een exponent van dat neoliberale denken. In Rutte II voerde hij bikkelhard bezuinigingsbeleid uit, niet onwillig maar uit overtuiging, en duwde hij de arbeidersklasse van Griekenland rücksichtslos onder de armoedegrens. De VVD was dol op hem. Dijsselbloem is de verpersoonlijking van de zelfverloochening van de kernidealen van Den Uyl. Juist dat is de reden dat de partij nog maar 9 zetels over heeft.

Dat Ploumen uitgerekend hem zo dichtbij hield in het uitzetten van de koers, riep de terechte vraag op of zij daadwerkelijk inzag dat meedoen aan Rutte II een catastrofale fout was. Ploumen noemt zich niet geschikt als leider, maar ze doet zichzelf tekort. Het is domweg haar politieke ballast die in de weg zit, en ook de haast van een partij die een obsessie heeft met nieuwe verlossers.

Namen als Aboutaleb en Timmermans gonzen nu alweer driftig rond. Natuurlijk allemaal mannen. In het AD zei iemand dat kiezers graag een vaderlijke leider willen. Ook zulk vulgair seksisme speelde Ploumen parten. En dus ook haar verbond met GroenLinks.

Gelukkig pleitten Timmermans en nieuw boegbeeld Marjolein Moorman gisteren in een opinieartikel juist voor het versterken van dat pact. Dat zal niet meevallen. Bij GroenLinks zijn velen de jarenlange arrogantie van de PvdA niet vergeten en heerst de vrees onder te sneeuwen. Andersom weet de PvdA dat GroenLinks nooit in staat is gebleken mensen buiten hun elitaire bubbel aan te spreken, terwijl de uitdaging juist ligt in het smeden van een brede linkse volkspartij. Een nauwer verbond is evengoed noodzaak. Maar nog belangrijker is de komst van een nieuwe generatie leiders, die de PvdA terug kan loodsen naar haar ware sociaaldemocratische idealen.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over