PlusAchtergrond

Lessen voor Haagse nieuwkomers: leer te zwijgen en probeer niet alles te lezen

Van nieuwe ministers die buiten de Haagse kaasstolp komen, wordt altijd veel verwacht. Maar om te slagen moeten ze een aantal valkuilen omzeilen.

Hans van Soest
Beoogd Minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wordt digitaal ontvangen door formateur Mark Rutte (VVD).  Beeld ANP
Beoogd Minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wordt digitaal ontvangen door formateur Mark Rutte (VVD).Beeld ANP

Nieuwe bewindspersonen die van buiten de politiek komen, mogen zich bij het aantreden van elk nieuw kabinet verheugen in de meeste aandacht. Nu wekken ziekenhuisdirecteur Ernst Kuipers en wetenschapper Robbert Dijkgraaf hoge verwachtingen. In het verleden gold dat bijvoorbeeld voor Ronald Plasterk die als columnist en wetenschapper al bekendheid genoot of voor econoom Eduard Bomhoff.

Maar hoeveel krediet je ook hebt opgebouwd op je vorige werkplek, het wil niet zeggen dat je ook als minister succesvol wordt. “Wie de overstap maakt naar Den Haag, moet leren omgaan met de Haagse regels en het politieke krachtenveld,” zegt Jacqueline Cramer. Ze was bekend als hoogleraar Duurzaam Innoveren voor ze in 2007 minister voor Milieu en Ruimtelijke Ordening werd in het kabinet Balkenende IV. “Je succes wordt afgemeten aan hoe je je plannen door het parlement krijgt en hoe je in de media terechtkomt. Dat is echt iets wat je onder de knie moet krijgen.”

Wie kiest voor een overstap naar Den Haag, leert al snel dat elk woord op een goudschaaltje wordt gewogen. Zo kon Robbert Dijkgraaf tot voor kort nog zeggen dat het kabinet veel te weinig geld uittrekt voor het wetenschappelijk onderwijs, nu is dat anders.

Valkuil

Vrijuit praten is een eerste valkuil waar Haagse nieuwkomers vaak instappen. Plasterk leerde dat destijds ook al snel. Als kersvers minister van Onderwijs zei hij in 2007 het gek te vinden dat het boek Mein Kampf in Nederland verboden was. In de eerstvolgende ministerraad werd hij direct bestraffend toegesproken dat hij zich niet mocht bemoeien met andermans beleidsterrein.

Een bewindspersoon moet rekening houden met de eenheid van kabinetsbeleid: je kunt niets zeggen wat afwijkt van wat er door de meerderheid van de ministerraad is afgesproken. Zo kan Kuipers niet meer zonder ruggenspraak zeggen wat hij verstandig coronabeleid vindt. Omdat nieuwkomers ineens rekening moeten houden met politieke meerderheden en afspraken uit het regeerakkoord, krijgen ze al snel de kritiek dat ze ‘de belofte niet waarmaken’.

Ruzie

Een tweede valkuil is ruzie maken met je ambtenaren. Zij doen het werk voor je, zoeken uit of je plannen haalbaar zijn en moeten je behoeden voor fouten. Dan helpt het niet als je zoals LPF’er Bomhoff destijds als minister van Volksgezondheid direct ruzie zoekt met de ambtelijke top die hij niet vertrouwde. Of zoals gevierd rampenprofessor Uri Rosenthal die na zijn aantreden op Buitenlandse Zaken diplomatie een rustiek tijdverdrijf noemde.

Wil je dat je ambtenaren hun best voor je doen, leer van huidig premier Mark Rutte. Als staatssecretaris van Sociale Zaken kreeg hij in recordtijd een ingewikkelde herziening van de bijstand van de grond, mede omdat hij zijn ambtenaren persoonlijk opbeurde en piano speelde bij zieke collega’s thuis.

Balans

Een derde valkuil voor nieuwe bewindspersonen heet ‘micromanagement’. Toenmalig minister Ella Vogelaar stond onder haar ambtenaren bekend als een controlfreak: alle documenten die op haar ministerie rondgingen wilde ze kennen om niet verrast te worden. Zo kreeg ze dagelijks zeven loodgieterstassen vol papier mee die ze fysiek onmogelijk naast haar andere werk nog kon doorploegen. Tegelijkertijd moet een minister ook niet te veel overlaten aan zijn ambtenaren, want zijn handtekening staat overal onder. Daar een balans in vinden kost tijd, zeggen alle oud-ministers.

“Maar laten we niet doen alsof mensen zonder Haagse ervaring het daardoor niet goed zouden doen,” vertelt Cramer. “Collega’s die wel gepokt en gemazeld zijn in het Haagse wereldje moeten zich weer inwerken in het vakgebied. Kuipers en Dijkgraaf hoeven op hun ministeries Volksgezondheid en Onderwijs niets meer van de inhoud te leren. Dat is echt een groot voordeel. Ook zijn buitenstaanders vaak beter in staat om naar de lange termijn te kijken en niet alleen te denken in wat politiek haalbaar is. Het liefst ben je van alle markten thuis: dus zowel politiek ervaren als specialist op je vakgebied. Maar vaak beheers je beide aspecten pas na een jaar of twee.”

Meer over