PlusNieuws

Kind buiten de Randstad heeft minder onderwijskansen

Kinderen die buiten de Randstad naar school gaan, lopen veel meer kans op een laag schooladvies. Zeker als ze ook niet in een grote stad wonen. Pakt de eindtoets vervolgens beter uit dan verwacht, dan is een opwaartse bijstelling van het advies lang niet altijd vanzelfsprekend.

Edwin van der Aa en Dominique Voss
Leerlingen van het Teylingen College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Het niveau van kinderen die opgroeien buiten de stad wordt vaker te laag ingeschat. Beeld Koen van Weel/ ANP
Leerlingen van het Teylingen College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Het niveau van kinderen die opgroeien buiten de stad wordt vaker te laag ingeschat.Beeld Koen van Weel/ ANP

Bijna de helft van de kinderen die op een dorpsschool zitten, levert bij de eindtoets hogere resultaten af dan het schooladvies doet verwachten, blijkt uit data-onderzoek van deze krant. Bovendien hebben zij bij het behalen van een hogere score significant minder kans op een bijstelling dan kinderen die naar school gaan in een grote stad.

Deze krant analyseerde met behulp van gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) informatie over basisschoolleerlingen in alle gemeenten die de afgelopen vijf schooljaren de eindtoets maakten. Vervolgens is deze data vergeleken met het aantal inwoners in de woonplaats van de school waar het kind naartoe gaat.

Op basis daarvan kan worden gesteld; hoe kleiner de plaats, hoe groter de kans dat het niveau van een kind te laag wordt ingeschat. Ter illustratie: in een dorp scoort 45 procent van de leerlingen hoger dan het schooladvies. In de grote steden is dat 33 procent.

In overleg

Een kind dat een hogere score op de eindtoets behaalt dan het schooladvies, komt in aanmerking voor een opwaartse bijstelling (bijstelling naar beneden gebeurt niet op basis van de eindtoetsscore). De school moet dan in overleg met de ouders en het kind om vervolgens het eindadvies wel of niet omhoog te halen. Het bijstellen van het advies is echter niet verplicht, met als gevolg dat verschilt per school of gebruik wordt gemaakt van deze optie.

En wat blijkt uit de harde cijfers: op een school in een dorp heeft een leerling die in aanmerking komt voor een bijstelling 21 procent kans dat hij ook daadwerkelijk een hoger eindadvies krijgt. Terwijl die kans in een grote stad bijna twee keer zo groot is.

Een voorbeeld: op de Versluijsschool in Aagtekerke (Zeeland) was volgens de data 14 keer sprake van heroverweging van het schooladvies in schooljaar 2020/2021 na een beter dan verwacht gemaakte eindtoets. Maar het definitieve schooladvies werd nul keer bijgesteld. Toch heeft directeur Peter Kieviet veel vertrouwen in de adviezen waarmee de kinderen uiteindelijk naar de middelbare school gaan, vertelt hij.

Kieviet: “Onze leerkrachten zijn ervaren en volgen een leerling door de jaren heen. Ze hebben goed contact met de ouders die hun kind als geen ander kennen. En wij zijn steeds in gesprek met de coördinatoren van de vervolgschool om te kijken hoe het onderwijs er uitziet en houden we in de gaten hoe groot later de op- of afstroom, de wijziging van onderwijsniveau, is. Dus ik durf te stellen dat wij een consistent en realistisch beeld hebben van het niveau van onze leerlingen.”

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Aanhoudend minder kansen

DUO heeft onlangs een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd en dat onderschrijft de uitkomsten van het onderzoek van deze krant. Die zijn extra opmerkelijk omdat de verschillen over de jaren heen volgens de cijfers niet kleiner zijn geworden.

De afgelopen jaren werd in de media vaak belicht dat kansenongelijkheid in het onderwijs vooral kinderen zou treffen die in een arme wijk opgroeien, die te maken hebben met complexe fysieke of psychische problemen of waarvan de ouders een migratieachtergrond hebben. Denk aan de serie Klassen van omroep Human, met een hoofdrol voor de Amsterdamse PvdA-leider Marjolein Moorman. Nu blijkt dat het kind in een plattelandsdorp ook aanhoudend minder onderwijskansen heeft.

Hoe komt dat eigenlijk? Mensen uit de regiogebieden zullen het vooral ophangen aan de mentaliteit in het noorden, oosten en zuiden van Nederland (‘Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’) of praktische afwegingen (‘Buiten de Randstad wordt vaker gekozen voor de dichtstbijzijnde school in plaats van de best passende onderwijsvorm’).

Opleidingsniveau ouders

Volgens socioloog Sara Geven van de Universiteit van Amsterdam, die onderzoek doet naar gelijkheid in schooladviezen, wonen er ‘andere mensen binnen dan buiten de Randstad’. Zo kan het opleidingsniveau van de ouders een verklaring zijn voor de verschillen in beoordeling en bijstelling. “Deze mensen, vaak met hogere inkomens, zijn oververtegenwoordigd in de grote steden. Zij weten uit eigen ervaring hoe het onderwijssysteem werkt en hoe belangrijk een schooladvies is voor de rest van je schoolcarrière. Dit uit zich onder andere in het uitoefenen van invloed.”

Caspar van den Berg is hoogleraar Bestuurskunde in Groningen en onderzoekt de verschillen tussen krimpregio’s en stedelijke gebieden. Als mogelijke verklaring voor de onderadvisering ziet hij culturele verschillen. “Wellicht zetten ouders van kinderen in grootstedelijke gebieden meer druk op een hoger opleidingsniveau voor hun kind, en zijn ze inderdaad assertiever. Maar het lijkt ook wel of in minder dichtbevolkte gebieden de kansen op hoger onderwijs in de buurt minder zijn.” Het vwo voelt verder weg.

Van den Berg publiceerde, samen met sociaal geograaf Josse de Voogd, vorig jaar nog over deze kwestie. Ze constateren in dat artikel ook dat leerlingen in de plattelandsregio’s na de basisschool vaker op dezelfde regionale scholengemeenschap terechtkomen. ‘De leefwerelden zijn er minder gesegregeerd en het eventueel later nog stapelen van niveaus zal een minder grote stap zijn. Dit zal het belang van het schooladvies mogelijk wat minder groot maken, en daarmee ook de druk om een hoog advies te krijgen.’

Basisscholen zijn buiten de Randstad volgens de experts mogelijk ook behoudender omdat ze bij middelbare scholen, die in de regio beter zicht hebben op de herkomst van leerlingen, niet bekend willen staan als een school die leerlingen te hoog adviseert.

Tekst gaat verder onder de kaart.

Afgestraft

Sterker nog, volgens Geven worden middelbare scholen zelfs afgestraft als leerlingen lager terechtkomen dan het advies dat ze hebben gekregen, de inspectie kijkt daar mede naar bij de beoordeling van de onderwijskwaliteit. “De kansenongelijkheid tussen de regio en de Randstad is erg omdat we in Nederland in een strak systeem zitten. Opstromen naar een hoger niveau op de middelbare school is lastig, terwijl sommige leerlingen laatbloeiers zijn.”

Hoogleraar Van den Berg deelt de mening dat onderadviseren in de regio problematisch is. “Dit heeft direct te maken met kansenongelijkheid: hoeveel kans je maakt om het onderwijsniveau te volgen wat bij je past, moet niet worden bepaald door waar je geboren wordt. De afslag die kinderen nemen in groep 8 is heel bepalend voor hun toekomstige leven en maatschappelijke positie.” Zijn oplossing is hoger onderwijs ‘dichter bij de mensen brengen’, ook in de regio. Wat de hoogleraar betreft qua geografie én mentaliteit.

Geven noemt brede brugklassen én latere selectie, zoals vorig jaar geadviseerd door de Onderwijsraad, als mogelijke bijdrage aan vermindering van de ongelijkheid tussen de Randstad en de regio. “Ik neem ouders in Amsterdam niet kwalijk dat ze er het beste uit proberen te slepen voor hun kind, maar het is wel belangrijk om ook al die andere kinderen in Nederland kansrijk te adviseren. Kijk naar hun groeipotentie, niet alleen naar de risico‘s.”

Hier zijn veel politieke partijen momenteel mee bezig. In het coalitieakkoord staat zelfs: ‘We verbeteren de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. We stimuleren brede en verlengde brugklassen met oog voor de talenten van elke leerling. We bevorderen doorstroom en differentiatie om leerlingen maximale kansen te geven.’

Nieuwe wetgeving

Nieuwe wetgeving hierover is begin dit jaar aangenomen. Vanaf schooljaar 2023-2024 moeten scholen in de schoolgids opnemen hoe het schooladvies tot stand komt. Verder is geregeld dat de school een hoger schooladvies moet geven als de leerling de doorstroomtoets, de opvolger van de eindtoets, beter gemaakt heeft. Alleen als het ‘in het belang van de leerling’ is, kan worden besloten het advies niet te wijzigen. Maar wat is in het belang van de leerling?

Volgens Kamerlid Paul van Meenen (D66) moeten we kinderen meer vertrouwen geven, geduld hebben met hun ontwikkeling en zogeheten ‘kansrijk adviseren’. “Daarom ben ik blij dat we de wet gaan aanpassen, waardoor het advies naar boven moet worden aangepast als de eindtoets daar aanleiding voor geeft. We blijven verder werken aan een onderwijssysteem dat kinderen kansen en mogelijkheden biedt, bijvoorbeeld met brede en verlengde brugklassen voor kinderen die dat nodig hebben.”

Ook oppositiepartij SP vindt het hoog tijd dat de huidige ongelijkheid wordt aangepakt. Kamerlid Peter Kwint: “Als je die eindtoets goed maakt, zou je gewoon de kans moeten krijgen om het op het niveau waar je uitkomt te proberen. In het ergste geval lukt het niet en weet je dat ook weer. Geef kinderen gewoon de kans.”

De PO-Raad, de sectorvereniging voor het primair onderwijs, besluit hoopvol: “We zijn vorig jaar begonnen met kansrijk adviseren, waarbij vooral wordt gekeken naar de mogelijkheden van een kind en minder naar de resultaten van het moment. Dat is een succes: de meeste kinderen zitten goed. Verder willen we minder druk op het keuzemoment in groep 8: kinderen van twaalf zijn nog niet ‘af’ en komen één of twee jaar later soms pas tot bloei.”

Over dit onderzoek

Voor het maken van de analyse is gebruik gemaakt van cijfers van DUO (leerlingen) en het CBS (inwoners). In de analyse zijn de cijfers van het speciaal basisonderwijs niet meegenomen. De cijfers van DUO zijn beschikbaar per school. Vervolgens zijn de cijfers van de scholen gebundeld, dit op basis van de plaats waarin de school staat. Het kan zijn dat een kind naar school gaat in een andere plaats dan de eigen woonplaats, maar dit komt naar verwachting niet vaak voor. Scholen met minder dan vijf leerlingen zijn in de bestanden van DUO weggelaten om privacyredenen.

De cijfers genoemd in dit verhaal zijn op basis van de analyse van het schooljaar 2020/2021. Wij hebben dezelfde analyse ook uitgevoerd voor de schooljaren daarvoor, tot en met schooljaar 2016/2017. Van het schooljaar 2019/2020 kon geen analyse gemaakt worden, omdat er in dat schooljaar vanwege de coronapandemie geen eindtoets werd gemaakt. Voor alle onderzochte schooljaren geldt dezelfde conclusie.

Onze analyse en uitkomsten hebben wij voorgelegd aan DUO.

Meer over