Keihard rapport over falen politie: ‘relatie’ tussen zelfdoding undercoveragent en zijn werk

De politie heeft gefaald in de begeleiding van een undercoveragent die tijdens zijn laatste operatie suïcide pleegde. Er is ‘een relatie’ tussen zijn werk en zijn dood. Dat harde oordeel velt een commissie die onderzoek deed naar het drama.

Koen Voskuil en Hanneke Keultjes
null Beeld Joris van Gennip
Beeld Joris van Gennip

Nabestaanden zijn ‘zwaar teleurgesteld’ en houden de politie medeverantwoordelijk voor de dood van de politieman.

Signalen dat het niet goed ging met de undercoveragent zijn in de wind geslagen, aldus de commissie onder leiding van Oebele Brouwer, die de suïcide op verzoek van de politietop onderzocht. Diezelfde politietop wordt verweten niet te hebben ingegrepen toen duidelijk was dat er grote problemen speelden op de undercoverafdeling Werken Onder Dekmantel.

Demissionair minister Ferd Grapperhaus van Justitie en veiligheid noemt het rapport, dat grotendeels geheim blijft, ‘ontluisterend’. Het onderzoek laat volgens hem een schrijnend gebrek aan professionaliteit, rapportage, sturing en toezicht zien. Daarnaast constateert de commissie dat er ‘een relatie is tussen het overlijden van de infiltrant en zijn werk’. “Voor de nabestaanden moet dit ook weer een enorme schok zijn. Dit mag nooit meer gebeuren.”

Grapperhaus trekt 3 miljoen euro uit voor maatregelen om de veiligheid en het welzijn van undercoveragenten te verbeteren. Zo wil hij dat er ‘direct’ meer aandacht komt voor het geestelijk welzijn van undercoveragenten en moeten de teams kleiner worden.

Vervolgonderzoek

Grapperhaus kondigt vervolgonderzoek aan, dat minister van staat Winnie Sorgdrager gaat leiden. Korpschef Henk van Essen zegt ‘diep geraakt’ te zijn. Hij erkent dat de politie ernstig tekort is geschoten bij de begeleiding van de agent.

Nabestaanden van undercoveragent Peter (zijn codenaam) zijn ‘ernstig teleurgesteld’ in de politie, die ze medeverantwoordelijk houden voor het overlijden van hun geliefde, melden ze in een bericht aan de media.

Tijdens de laatste opdracht kregen familie, geliefden en directe collega’s door dat het niet goed met hem ging. “Dit signaal werd meerdere keren afgegeven.” Ze zeggen bij de politie geen gehoor te hebben gekregen. “Hij is gedurende dit laatste onderzoek meerdere keren door zijn werkgever onder druk gezet om maar door te gaan, dit tegen de signalen en beter weten in.”

Joop M.

Zijn periode bij het undercoverteam Werken Onder Dekmantel zat er eigenlijk op, maar Peter zou nog één grote operatie uitvoeren. Zo belandde hij begin 2020 in Zevenbergschen Hoek, waar de politie een huis had gekocht naast dat van Joop M., die ervan werd verdacht een belangrijke spil te zijn in cocaïnesmokkel via de haven van Vlissingen. M. zou binnen de haven over corrupte contacten beschikken.

Nadat Joop M. halverwege 2020 werd gearresteerd, moest Peter de operatie blijven doorzetten. De hoop was dat hij via buurvrouw Debbie achter de vermeende corrupte contacten van Joop M. kon komen. Toen er avances ontstonden, raakte Peter – hij is getrouwd – in gewetensnood. Hij voelde zich bij zijn leiding niet gesteund en nam in april van dit jaar een aangrijpend besluit door uit het leven te stappen.

De commissie-Brouwer erkent dat er signalen waren dat Peter en de buurvrouw een ‘te nauwe’ relatie kregen. “Deze waarschuwingen zijn niet of onvoldoende serieus genomen,” schrijven de onderzoekers in het openbare deel van het rapport. Dit gebeurde ook omdat de agent dit zelf ontkende en toezegde dat hij zijn aanpak zou wijzigen, stelt de commissie. Toch had de politie toen ‘een interventie’ moeten doen.

Zijn nabestaanden noemen hem ‘een familie- en politieman in hart en nieren’ en een voorbeeld voor veel collega’s. Hij heeft in verschillende belangrijke onderzoeken heel belangrijk en gevaarlijk werk gedaan, zeggen directe collega’s. “Hij was de man die de redelijkheid inbracht en de zaken vanuit verschillend perspectief kon bekijken.” Ze noemen hem ‘een held’ en ‘voorbeeld’.

De nabestaanden zijn verontwaardigd dat de politie zelfs na de suïcide fouten heeft gemaakt. Volgens bronnen heeft de politie geblunderd bij het onderzoeken van de plaats delict. Hoewel alles op suïcide wijst, kunnen andere toedrachten daardoor niet worden uitgesloten. “In dit onderzoek zijn door de politie niet de juiste procedures gevolgd en zijn niet de noodzakelijke maatregelen getroffen. Hierdoor is belangrijk bewijsmateriaal verloren gegaan en konden bepaalde scenario’s niet worden onderzocht.”

Achtervolgingswaanzin

Binnen de afdeling Werken Onder Dekmantel (WOD) wordt al langer geklaagd over slechte begeleiding. Undercoveragenten stapten al voor de dood van Peter naar deze krant. Ze spraken van een vertrouwenscrisis, van manipulaties en een afrekencultuur. “Wie kritisch op de leiding is, wordt er snoeihard uitgewerkt.” In de afgelopen jaren zijn meerdere undercoveragenten uit het team gezet, al dan niet met een afkoopsom en zwijgplicht. Ook was het langdurig ziekteverzuim hoog. “Velen zitten thuis met PTSS, achtervolgingswaanzin of een drankprobleem.”

Volgens Gerrit van de Kamp van politiebond ACP willen de mensen van de WOD ook nauwelijks praten uit angst voor represailles van bovenaf. Hij spreekt van een ‘angstcultuur’ die ‘diepgeworteld’ is. “Het zegt natuurlijk al wat dat je een externe commissie nodig hebt om de zaak te onderzoeken. De signalen van onderaf, mensen die het echte werk doen, bereiken de top niet.”

In die situatie van hoge werkdruk, grote onvrede over leidinggevenden zonder praktijkervaring, vriendjespolitiek en machtsmisbruik dreigt ‘professionele eenzaamheid’, stelt NPB-voorzitter Jan Struijs. “Zeker binnen geheime recherche-diensten.” Dan worden ‘initiatieven van frisse ‘out of the box’-denkers’ eerder afgekapt dan gestimuleerd.

‘Verziekte cultuur’

Nabestaanden van de undercoveragent steunen, net als de politiebonden, de conclusies van de commissie-Brouwer. Ook zij vinden dat de afdeling waartoe de WOD behoort, aan een grondige renovatie toe is. Daarnaast vinden zij dat de Korpsleiding van de nationale politie onvoldoende aandacht voor de situatie heeft gehad. “De dienst functioneerde zeer slecht, het ontbrak er aan adequaat leiderschap en professionaliteit en er was sprake van een verziekte cultuur.”

In slechts een paar jaar tijd zijn er drie suïcides geweest van politiemensen die werkten bij de Dienst Specialistische Operaties, waar de undercoverpolitie onder valt. Verschillende leidinggevenden zijn inmiddels opgestapt, onder wie diensthoofd Marjolein Smit. De baas van de Landelijke Eenheid Jannine van den Berg, die eind dit jaar opstapt, noemt het ‘volstrekt helder’ dat had moeten worden ingegrepen. “Dat is niet gebeurd. Dat maakt dat de politie – en ook ik als politiechef – zich verantwoordelijk voelt voor het overlijden van de collega en het leed dat daarmee bij zijn familie, vrienden en collega’s is aangericht.”

Van den Berg blijft voor de korpsleiding verantwoordelijk voor internationaal werken en intelligence.