PlusAnalyse

Kamer en Rutte willen nieuwe politiek, maar hoe dan?

De Haagse politieke mores liggen in hun geheel onder vuur, om te beginnen bij het gezicht ervan: premier Rutte. De Tweede Kamer eist invloed en transparantie – niet voor het eerst, zeggen experts.

Mark Rutte vindt zichzelf best in staat om de positie van de Tweede Kamer te verbeteren.  Beeld ANP
Mark Rutte vindt zichzelf best in staat om de positie van de Tweede Kamer te verbeteren.Beeld ANP

Nieuwe politiek. Nieuw leiderschap. Nieuwe bestuurscultuur. Politici buitelen over elkaar heen om in die termen te pleiten voor vernieuwing. VVD-leider Mark Rutte staat daarbij volgens alle andere partijen symbool voor alles wat verkeerd is: oude politiek, versleten leiderschap, vermolmde bestuurscultuur.

En waar andere partijen vinden dat Rutte plaats moet maken om die problemen op te kunnen lossen, zegt Rutte zelf ‘radicale ideeën’ te hebben over hoe het beter kan.

Om die ideeën ooit als premier van een vierde kabinet met zijn naam te kunnen uitvoeren, zal Rutte zich opnieuw moeten uitvinden. Dat is niet onmogelijk, zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Er zouden niet zo veel managementcursussen in het bedrijfsleven worden gegeven als leidinggevenden niet konden veranderen.”

Betrouwbare leiders

Alleen: Rutte heeft een ander probleem. “Er wordt vaak geroepen dat we nu een ander type leider nodig hebben dan vroeger. Dat is niet zo,” weet Stoker. “We vragen universele kwaliteiten van onze leiders: ze moeten richting geven en goed communiceren. We willen ook iemand die betrouwbaar is. Daar schuurt het nu.”

Behalve de bekritiseerde leider ligt in Den Haag de hele bestuurscultuur onder vuur. Wim Voermans, hoogleraar staat- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden: “Er is een regentencultuur ontstaan waaraan alle partijen in meer of mindere mate hebben bijgedragen.”

Kritiek op die cultuur broeit al jaren. Vorige week kwam het tot een eruptie nadat bleek dat er in de eerste gesprekken over de vorming van een nieuw kabinet door VVD-onderhandelaar Rutte was gepraat over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Volgens Rutte heeft hij niet meer gezegd dan dat zijn partij er geen bezwaar tegen zou hebben als het CDA Omtzigt zou voordragen als minister in een nieuw kabinet. Volgens andere partijen leek het op een poging om een kritisch Kamerlid monddood te maken.

Buitenbocht

Wat erger bleek: Rutte ontkende een week lang dat hij überhaupt over Omtzigt had gesproken. Niet voor het eerst moest hij bekennen dat de waarheid tóch anders in elkaar zat. Voor andere bewindspersonen zat er ook meermaals niets anders op.

Dat de Tweede Kamer het niet meer pikt, komt volgens Voermans ook doordat opeenvolgende kabinetten steeds vaker ‘de buitenbocht’ hebben genomen. “Alles draait om: zorgen dat dingen geregeld worden. Op zich niets mis mee en ook niet dat er dingen achter de schermen worden afgesproken. Maar onder drie kabinetten-Rutte is dat doorgeschoten. Uiteindelijk leidt dat tot het chagrijn van nu. Partijen eisen hun plek weer op.”

Voermans trekt een parallel met de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Om te voorkomen dat de wederopbouw stagneerde doordat partijen het oneens waren, werd veel achter de schermen geregeld. Toen daar burgers in de jaren zestig meer invloed wilden, vonden ze aanvankelijk een gesloten deur. “Het was die houding van: wij weten wel wat goed voor u is. Dat zie je nu ook.”

Elke twintig jaar ziet de hoogleraar die golfbeweging. Na een periode waarin Den Haag vooral gericht is op zakelijk besturen, komt er een periode met kritiek daarop. Partijen in de Kamer zoeken dan meer de confrontatie.

Tandeloze tijger

Zo ook na de Fortuyn-revolte in 2002. Na relatief rustige paarse jaren, klaagde Pim Fortuyn over een Haagse regentencultuur en over een Kamer als tandeloze tijger. Voermans: “In de jaren die volgden was veel debat, maar konden partijen het ook over veel niet eens worden. Veel belangrijke dossiers bleven liggen.”

En toen kwam de periode-Rutte. Rutte de manager, de compromissenmaker, de coalitie­bouwer. Meningsverschillen werden niet meer uitgevochten in de vergaderzaal van de Tweede Kamer, maar daarbuiten. Of door coalitieoverleg op maandagochtend. Of door buiten het parlement om akkoorden te sluiten met maatschappelijke organisaties, zoals bij het klimaatakkoord en het pensioenakkoord.

Het leidde tot een doorbraak bij dossiers die jarenlang vastzaten, maar het gevolg was dat het parlement buitenspel kwam te staan, ziet Voermans. “Een Kamerdebat is min of meer verworden tot een veredelde persconferentie waarin het kabinet een oplossing presenteert voor een probleem en waar de Kamer dan nog ja of ja tegen kan zeggen. Het is een praktijk vol dichtgetimmerde afspraken en regeerakkoorden waar coalitiepartijen niet meer van mogen afwijken. Rutte zei ooit dat het hem niet interesseerde of dat mooi of lelijk was. Het land moet nu eenmaal bestuurd worden.”

Vergezichten

Deze manier van leidinggeven kreeg van de kiezer meer waardering dan van de Tweede Kamer. Daar klonk al die tijd kritiek op Ruttes zakelijke stijl zonder weidse vergezichten. “Maar kennelijk hadden kiezers daar geen behoefte aan,” zegt Janka Stoker.

Ook dit jaar won Rutte, hoewel andere partijen hem in de campagne hadden neergezet als iemand wiens houdbaarheids­datum verstreken was. Stoker: “Op onze politiek leiders verwachten we dat zij problemen voor ons oplossen. Bij een premier draait het vooral om vertrouwen dat het land bij hem of haar in goede handen is.”

En juist daar is het door Ruttes laatste leugentje over Omtzigt gaan wringen. In zijn boek Het land moet bestuurd worden, Machiavelli in de polder telt Wim Voermans 43 van dergelijke ‘informatie-incidenten’ sinds het aantreden van het eerste kabinet-Rutte. Van de bonnetjesaffaire tot het bombardement op Hawija. “Een stijging van 65 procent ten opzichte van de periode daarvoor. Het is een cultuur die ontstaat als het bestuur vooral gericht is op: dingen voor elkaar krijgen. Dan is openheid of een kritische Tweede Kamer een sta-in-de-weg.”

Volgens Voermans is die cultuur overheidsbreed al jaren geleden ontstaan. “Toenmalig minister Piet Hein Donner zei het al met zo veel woorden: we moeten besturen, we hebben geen tijd voor die openbaarheid.” Of in de woorden van verkenner Herman Tjeenk Willink woensdag: wat in veertig jaar is opgebouwd, is niet in veertig dagen opgelost.

In die cultuur kon ook de toeslagenaffaire ontstaan. Informatie werd niet gedeeld. Niet door ambtenaren met hun bewindspersoon. En niet door bewindspersonen met de Tweede Kamer, ook al heeft het kabinet een inlichtingenplicht. Dat was niet altijd kwade opzet. Het kwam ook omdat de uitvoering van veel wetgeving zo ingewikkeld is geworden, dat overzicht ontbreekt.

“Dat mag je opeenvolgende kabinetten kwalijk nemen,” vindt Voermans. “De afgelopen twintig jaar is alleen maar op de openbaarheid van overheidsinformatie bezuinigd. Zo wordt elk informatieverzoek er een te veel.” En als dan na jaren doorvragen door Kamerleden blijkt dat er toch documenten zijn waaruit al jaren geleden kon worden afgeleid dat de fraudebestrijding bij de kinderopvangtoeslag niet deugde, dan is het logisch dat de Tweede Kamer narrig wordt. “Die narrigheid heeft nu een kritisch kookpunt bereikt,” constateert Voermans. “Iedereen zegt dat de huidige bestuurscultuur niet goed is.”

Meer over