Kabinet zit zonder coronawet na blokkade Eerste Kamer: ‘Dan maar weer noodverordening’

De meerderheid van de Eerste Kamer stemt als verwacht tegen de nieuwe verlenging van de tijdelijke coronawet. Partijen vinden het onverantwoord om een wet in leven te houden die zulke ingrijpende restricties bevat. Het kabinet zal nu moeten teruggrijpen naar noodregelingen als er coronamaatregelen nodig zijn.

Niels Klaassen
null Beeld ANP
Beeld ANP

Via de tijdelijke wet kan het kabinet bij een opleving van het coronavirus maatregelen afdwingen, zoals het dragen van mondkapjes, de coronapas en beperking van groepsgrootte.

Maar een meerderheid van de Senaat keert zich tegen de zoveelste verlenging van de wet, zo bleek dinsdag tijdens een debat met minister Ernst Kuipers (D66) van Volksgezondheid. Dit betekent concreet dat er over twee dagen geen wettelijke grondslag meer is voor het kabinet is om beperkende maatregelen op te leggen. Mocht het coronavirus plots weer enorm opleven, dan zal Kuipers dus moeten teruggrijpen naar noodverordeningen. Of hij moet de wet opnieuw indienen, waarna Raad van State, Tweede en Eerste Kamer zich erover buigen. ‘Dat kan weken duren,’ klaagde een ingewijde eerder.

Maar de blokkade in de Senaat is bepaald geen verrassing. Al maanden verzetten Eerste Kamerleden zich tegen de gebrekkige onderbouwing van de noodzaak voor de tijdelijke wet. Met de mild ziekmakende omikronvariant is het niet verantwoord om de tijdelijke wet steeds weer te verlengen, redeneren partijen. “Als de noodzaak voor een wet er niet is, dan moet ook de macht vervallen die vrijheden fors inperkt,” zei PvdA-senator Jeroen Recourt. “We mogen de vrijheid van burgers niet verder inperken dan strikt noodzakelijk, we moeten beducht zijn voor de almachtige overheid.”

Senatoren dringen al langer aan op haast rond de aanpassing van de permanente wet Publieke Gezondheid, die ‘coronaproof’ moet worden gemaakt. Maar Kuipers kan die wetswijziging niet eerder dan eind augustus leveren, daarom trekt de Eerste Kamer in meerderheid nu aan de noodrem.

Alleen de coalitie zal later vanavond instemmen met de vijfde verlenging (maart-juni), maar VVD, D66, CDA en CU hebben samen slechts 32 van de 38 benodigde zetels voor een meerderheid.

De coalitiepartijen stemmen in met tegenzin. Diverse fracties vinden dat het kabinet al veel eerder werk had moeten maken van de wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Daarin wil het kabinet opnemen welke maatregelen het kabinet mag afdwingen bij een pandemie als corona. “Maar we komen liever niet in een vacuüm tussen de tijdelijke wet en de nieuwe permanente wet,” zei Reina de Bruijn-Wezeman namens de VVD. Om dat te voorkomen moest de tijdelijke wet maar blijven, redeneert de coalitie. Daarin gaat de meerderheid dus niet mee.

Tegenstanders

De noodzaak om ingrijpende beperkende maatregelen op te leggen is gezien het geringe aantal coronabesmettingen niet meer nodig, is het dominante argument bij tegenstanders. “Er is op dit moment geen enkele noodzaak meer voor een tijdelijke wet,” betoogde Margreet de Boer (GroenLinks) die eerder al een meerderheid verzamelde voor haar plan om de tijdelijke wet verder uit te kleden. Mede daarom verwijderde het kabinet al diverse instrumenten uit de juridische gereedschapskist: in de zesde verlenging was de coronapas (3G) al verwijderd.

Maar dat was niet genoeg voor de critici. “Als het onverhoopt weer misgaat, kunnen we met noodverordeningen werken,” vindt onder anderen SP-senator Rik Janssen. “Er is niks mis met noodverordeningen in een acute crisis.”

De tijdelijke coronawet loopt al sinds najaar 2020 en moet telkens met drie maanden worden verlengd door beide Kamers.

Meer over