Nieuws

Kabinet worstelt met compensatie spaartaks: duurste variant gaat bijna 12 miljard kosten

Het kabinet wikt en weegt nog over de terugbetalingen die het moet doen aan spaarders en beleggers nu de zogeheten vermogensrendementsheffing is afgeschoten door de rechter. De Tweede Kamer mag nu meebeslissen over het hoofdpijndossier. Het prijskaartje loopt mogelijk op tot 11,7 miljard.

Tobias den Hartog
Staatssecretaris Marnix van Rij: 'Een lastige keuze, want een ideale oplossing is er niet.' Beeld ANP
Staatssecretaris Marnix van Rij: 'Een lastige keuze, want een ideale oplossing is er niet.'Beeld ANP

Gaan we voor de dure variant, de duurdere, of de duurste? Die vraag ligt voor aan de Tweede Kamer, nu het kabinet aan parlementariërs vraagt mee te denken over wat het aan moet met het spaartaks-probleem. Dat hoofdpijndossier werd in december geboren, toen de Hoge Raad een streep zette door de methode waarmee er sinds 2017 belasting wordt geheven over vermogen in box 3. De Belastingdienst hanteert sinds dat jaar een nieuwe formule, met twee tarieven: een lager tarief voor spaargeld en een hoger tarief voor beleggingen.

Waar het misging was dat spaarders ook belasting moesten betalen over veronderstelde beleggingen, ook al hadden ze geen cent in aandelen gestopt. Door die fictie zette de rechter een streep. De Hoge Raad beval dat spaarders die bezwaar hadden gemaakt te veel betaalde belasting terug moeten krijgen.

Goedkoopste variant

De grote vraag van de afgelopen maanden: wie gaan moeten allemaal worden terugbetaald? Staatssecretaris Marnix van Rij (Belastingdienst) legt het dilemma nu bij de Tweede Kamer neer, om mee te denken. Daarbij heeft hij een paar smaken doorgerekend. In de ‘goedkoopste’ variant worden alleen de mensen die naar de rechter stapten gecompenseerd, maar die groep van 60.000 levert al een prijskaartje van 2,4 miljard euro op.

Toch vindt Van Rij die optie vanuit zijn ‘rechtvaardigheidsgevoel’ niet koosjer: anderen, die niet in bezwaar gingen, hebben ook geleden.

Daarom liggen er nog twee varianten op tafel om de fout van de zes jaren sinds 2017 te herstellen. Optie één is de ‘spaarvariant’, waarin mensen met vooral spaargeld geld terugkrijgen. Wie vooral heeft belegd, heeft in deze variant het nakijken. Het prijskaartje: 6,9 miljard euro.

Optie twee is een variant waarbij grote spaarders nog steeds geld terugkrijgen, maar grote beleggers mogelijk ook. Daarbij wordt van jaar tot jaar bekeken of hun rendement lager was dan de Belastingdienst aannam. Voor die jaren zou dan compensatie moeten komen. Van Rij verwacht dat dit de duurste variant is. Het kost de staat 11,7 miljard.

Gat in de begroting

“Een lastige keuze, want een ideale oplossing is er niet,” aldus Van Rij. Wordt iedereen vergoed, dan wordt een gat van 11,7 miljard geslagen in de Rijksbegroting. En dat komt juist op een moment dat wordt onderhandeld door kabinet en Kamer over de voorjaarsnota. Die wordt al geplaagd door gaten en problemen, zoals compensatie voor de teruglopende koopkracht, de wens van de Kamer om de AOW te verhogen om bezuinigingen in de jeugdzorg terug te draaien, en extra investeringen in defensie.

Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de spaartaks. Dan hoopt Van Rij duidelijk te krijgen hoe hoog de rekening is die hij meeneemt naar de onderhandelingstafel over de voorjaarsnota.

Om de problemen in de toekomst voor te zijn, wordt voor de belastingjaren 2023 en 2024 aan een spoedwetgeving gewerkt die moet gaan lijken op het nieuwe stelsel om vermogen te gaan belasten. Die moet in 2025 van kracht worden, wanneer de oude spaartaks met fictieve rendementen vervangen wordt door een ‘vermogensaanwasbelasting’, zoals Van Rij die heeft gedoopt. Daarbij wordt gewoon jaarlijks belasting geheven op basis van de echte winst die is gemaakt tussen 1 januari van dat jaar en 31 december.

Meer over