PlusEssay

‘Joden zijn een kwetsbare minderheid, het is tijd dat we voor onszelf opkomen’

null Beeld Suzanne Ranzijn
Beeld Suzanne Ranzijn

Dat demonstranten de Holocaust gebruiken om het eigen leed te benadrukken, raakt schrijver Femmetje de Wind. Maar ook de ‘marketing’ van haar eigen minderheidsgroep laat te wensen over. Waar blijft dat stevige tegengeluid?

Femmetje de Wind

In een YouTubefilmpje maakt Hans Teeuwen zich kwaad over het gemak waarmee iedereen die zich ook maar enigszins miskend of buitengesloten voelt een vergelijking trekt met de Holocaust. “De ongevaccineerden zijn de nieuwe Joden? De moslims zijn de nieuwe Joden? Really?” vraagt de cabaretier woedend.

In de oorlog moest mijn vader van de nazi’s een ster dragen. Na de oorlog bewaarde hij het lapje stof, dat de status van een klein relikwie had, in zijn bureaula. Soms werd het tevoorschijn gehaald om te vertellen over de lotgevallen van onze familie. “Toen ik uit de trein gesprongen was, heb ik dat ding meteen van mijn revers gerukt,” vertelde hij. “De stikdraden hangen er nog aan, kijk maar.” Hij had de Holocaust overleefd, maar het grootste deel van de familie was vermoord.

Het maakte dat ik afgelopen jaar ongemak voelde toen ik demonstranten – in vrijheid – zag protesteren tegen het coronabeleid, met op hun revers die gele ster. Kan dat zomaar: je het leed van een ander toe-eigenen om je eigen leed kracht bij te zetten? In de literatuur zien we dat culturele toe-eigening op weerstand stuit. Toe-eigening van leed is een negatieve variant hiervan. Toch zie je dat de Holocaust, het grootste kwaad dat velen van ons van nabij kennen, steeds makkelijker wordt ingezet om effect te creëren.

‘Verkapte vorm van antisemitisme’

Dat er geen respect meer is voor de sacraliteit van de Holocaust is een teken van de tijd, zegt universitair hoofddocent Liar Steir-Livny die aan de Open Universiteit van Israël onderzoek doet naar de nawerking van de Holocaust. “Er is een soort Holocausttrivialisering gaande en die is van dezelfde orde als Holocaustontkenning. Mensen moeten zich realiseren dat het bijdraagt aan een onveilig klimaat voor Joden in de diaspora. Men zegt ermee: zo erg was het allemaal niet. Het is een verkapte vorm van antisemitisme.”

Irene Zwiep, hoogleraar Joodse studies aan de UvA, noemt de Holocaustvergelijkingen een zorgelijke ontwikkeling: “Twintig jaar geleden had men dit niet gedurfd. Mensen zoeken de grenzen op, en van nuance is steeds minder sprake. Tegelijk is het natuurlijk van alle tijden dat Joden het projectiescherm zijn van maatschappelijke ontevredenheid. Het gebruik van een term als ‘de nieuwe Joden’ is weliswaar een vrij recent fenomeen, maar het is ook onderdeel van een oud patroon.”

Black Lives Matter

Waarom horen we eigenlijk zo weinig protest tegen Holocaustvergelijkingen? Hoe zou het zijn gegaan als de demonstranten zwarte schmink hadden opgesmeerd om te laten zien dat ze zich als slaven voelden onder de coronamaatregelen? Ik vermoed dat Black Lives Matter meteen luid en duidelijk actie had ondernomen.

Zwiep ziet dat Joden in het aanzwellende minderhedendebat niet goed vertegenwoordigd zijn. “Daar is een historische reden voor. Joden zijn in de ogen van anderen altijd vreemdeling gebleven, vaak met uitsluiting als gevolg. In de middeleeuwen werden ze geweerd uit de gilden. De pogroms van de negentiende eeuw hebben veel Joodse gemeenschappen verwoest en zij die overbleven vluchtten of assimileerden. Toen rond 1880 het politieke en raciale antisemitisme opkwam in Europa, wisten de Joden niet hoe zich daartegen te verweren. Zij deden hun best om radicaal te assimileren, te ontjoodsen of te vluchten.”

Joden hebben dus nooit geleerd dat emancipatie ook een overlevingsstrategie kan zijn.

Zwart/wit

Maar er speelt nog meer. Waar het voor Joden moeilijk is zich te definiëren als een homogene groep, vertoont het minderhedendebat juist nogal binaire trekken: zwart/wit, man/vrouw. Zwiep: “We spreken graag in gemeenschappen, maar Joden behoren niet tot één duidelijke gemeenschap. Joden passen daarom niet goed in het huidige minderhedendebat en ze wurmen zich er ook niet tussen.”

Daarbij is het lastig om Joden ‘waar te nemen’. Het Jodendom is net zo min een ras, een cultuur, een religie, of een volk, als dat het dat wel is. Mensen hebben juist behoefte aan een simpel en duidelijk beeld, vooral als iets complex is. Whoopi Goldberg struikelde er onlangs ook over. In een tv-interview zei ze dat de Holocaust geen racismevraagstuk was. Het waren immers witte volkeren die elkaar probeerden uit te moorden. Toen er een storm van protest opstak, kwam ze met een uitleg die de complexiteit verder blootlegde. “As a black person I think of race as something that I can see.

Je kunt inderdaad niet zien of iemand Joods is. Maar wat we wel weten is dat nazi’s de Joden als een inferieur ras zagen en dat je met drie Joodse grootouders de gaskamers inging, ongeacht je geloof of huidskleur. Een witte huid heeft Joden nooit beschermd tegen agressie en vervolging. En juist daarom mag je Joden niet over het hoofd zien in het racismedebat.

Niet gezien als kwetsbaar

De Engelse komiek David Baddiel schrijft in zijn boek Jews don’t count: “Vrouwenbewegingen, lhbtqi-groeperingen, Black Lives Matter, ze lijken eindelijk en terecht voet aan de grond te krijgen bij het establishment, maar de Joden worden in die emancipatiestrijd niet gehoord. Sterker nog, Joden worden niet gezien als kwetsbaar: ze worden eerder gezien als machtig en geprivilegieerd.”

De paradox is dus dat Joden enerzijds een kwetsbare minderheid vormen, en anderzijds niet als zodanig worden gepercipieerd door de samenleving. Hoe zouden Joden moeten omgaan met deze paradox? Zwiep: “Dat Joden niet kwetsbaar zouden zijn, of zelfs geprivilegieerd is geworteld in Duits-antisemitisch gedachtegoed dat ontstaan is rond 1850. De Jood werd toentertijd neergezet als de poppenspeler, infiltrant in de nationalistische samenleving, de man aan de knoppen en de op macht beluste geldwolf. Dat narratief klinkt nog steeds. Het is daarom belangrijk dat er Joden opstaan die zich uitspreken over deze stereotyperingen en over hun kwetsbare positie.”

Muren met prikkeldraad

Dat we nog steeds kwetsbaar zijn, lijdt wat mij betreft geen twijfel. Tachtig jaar na de Holocaust zitten Amsterdamse kinderen op Joodse scholen nog steeds gevangen achter muren met prikkeldraad. Kwetsbaar. Ik zie het ook bij mijn zwager die niet meer met een keppel over straat durft als hij naar de synagoge loopt. Kwetsbaar. En ik merk het bij mezelf, als ik mijn davidsterretje onder mijn shirt laat glijden als ik over de markt loop en geen zin heb in een nare opmerking. Kwetsbaar. Teeuwen besluit zijn filmpje dan ook terecht met de woorden: “Weet je wie de nieuwe Joden zijn? Dat zíjn gewoon de Joden!”

Concluderend kun je zeggen dat Joden en de Holocaust met elkaar verwikkeld zijn in een diabolisch huwelijk. De Holocaust is het ijkpunt voor goed en kwaad en voor de Joodse gemeenschap is het zo’n pijnlijke en delicate herinnering dat het ongepast is om je als zelfgekozen minderheid elementen uit die tijd toe te eigenen om je eigen leed kracht bij te zetten.

Dat niemand, behalve Hans Teeuwen, echt kwaad wordt als het wél gebeurt, zegt iets over de positie van Joden in Nederland en de manier waarop zij voor zichzelf durven en kunnen opkomen. Dat het Joden niet lukt om zich als minderheidsgroepering goed te ‘vermarkten’ heeft te maken met de verdeeldheid en de verscheidenheid binnen de Joodse gelederen, alsmede met een historisch gebrek aan emancipatoir bewustzijn.

Maar ook met een samenleving die maar niet wil aanvaarden dat Joden kwetsbaar zijn. Dat er met Joden rekening moet worden gehouden, net zoals er rekening moet worden gehouden met de lhbtqi-gemeenschap, de Black Lives Mattergemeenschap en de vrouwenbeweging.

Zolang dát verhaal niet het dominante narratief is, zal ik mijn stem gebruiken om het aan te kaarten: Joden hebben een plek nodig in het minderhedendebat. Want ze zijn een minderheid, en ze zijn een kwetsbare minderheid.

Op 2 mei organiseert het Joods Educatief Centrum Crescas samen met De Balie het debat ‘De nieuwe Joden’.

Dalit Hospers Beeld Daphne Lucker
Dalit HospersBeeld Daphne Lucker

‘Weinig solidariteit’

Dalit Hospers (29), illustrator & feministe

“Joden hebben geen stem in het minderhedendebat omdat we niet als volwaardige minderheid worden gezien. Ook wordt Israëls politiek gebruikt om antisemitisme te vergoelijken. Mij wordt vaak gevraagd wat ik vind van Israël. Maar waarom? Aan Sylvana Simons vraag je ook niet wat zij vindt van de politiek die Bouterse bedrijft. Wat men eigenlijk wil weten is of ik vind dat Israël mag bestaan. Met de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in het achterhoofd, vind ik dat een zeer zorgelijke zaak.

Ik ben actief binnen de vrouwenbeweging, waaronder de Women’s March, een protestmars, waar er elk jaar met de Palestijnse vlag wordt gezwaaid. Veel joden voelen zich daardoor niet veilig terwijl ze wel solidair zijn met de feministische zaak. Ik heb gevraagd daar actie tegen te ondernemen maar dat wilde de organisatie niet. Toen heb ik tijdens de optocht een bord meegedragen: “Er zijn ook Joodse zionistische feministen. Schuif ons niet terzijde. Benadruk niet wat ons verdeelt, maar wat ons verbindt. Gelijkheid voor alle vrouwen.” Daarna heeft de Women’s March elke relatie met mij stopgezet. (Hospers had een poster ontworpen voor de Women’s March, FdW). Er is weinig solidariteit met ons.”

Stanley Winnik  Beeld Daphne Lucker
Stanley WinnikBeeld Daphne Lucker

‘Gebrek aan historisch besef’

Stanley Winnik (72), gepensioneerd

“Ik weet maar al te goed dat er veel vooroordelen leven. Ik heb in de bancaire wereld gewerkt en hoorde regelmatig de stereotypering dat Joden de bankenwereld zouden runnen. Nou, ik ben zelden een Joodse bankier tegengekomen. Ik geloof ook niet dat Joden geprivilegieerd zijn. Welk privilege hebben ze dan, behalve gediscrimineerd worden?

Ik vind het belangrijk dat we antisemitisme niet over onze kant laten gaan. We moeten ons uitspreken. Maar ja, wie luistert er serieus naar ons? Wij zijn een minderheid maar worden niet altijd zo gezien.

Ik had grote twijfels bij het Holocaust Namenmonument. Zo erg zelfs dat ik het heb geprobeerd tegen te houden. Ik was bezorgd dat het antisemitische demonstraties zou uitlokken. Een halfzusje van mij is in Auschwitz vermoord en ik wilde niet dat haar steentje postuum zou worden beklad. Nu het monument er is, vind ik het overigens erg mooi en belangrijk.

Dat minderheden nu zich af en toe vergelijken met ‘de Joden van toen’ vind ik ingewikkeld. Ik heb iemand in mijn nabije omgeving die zich niet wil laten vaccineren. Hij voelt zich door de maatschappij buitengesloten. Ik snap zijn gevoel, en ik snap de behoefte om te willen vergelijken, maar als je zegt ‘ik mag niet meer naar de film, dat gebeurde in de oorlog ook’, dan vergelijk je twee zaken van totaal andere orde. Als je dat niet snapt, ontbreekt het je aan historisch besef.”

Jelle Zijlstra Beeld Daphne Lucker
Jelle ZijlstraBeeld Daphne Lucker

‘Onrecht jegens Joden is ook onrecht tegen moslims’

Jelle Zijlstra (34), theatermaker en mede-oprichter Oy Vey Acts

“Joden zijn voor de meeste Nederlanders vrijwel onzichtbaar en Joodse instituten zitten verstopt achter hoge muren. Daar komt nog bij dat Joden het onderling vaak niet eens zijn over hoe zich als bondgenoot op te stellen of in het racismedebat te mengen.

Sinds de moord op George Floyd is er een sterke anti-racismebeweging in opkomst, die samenwerking zoekt met andere gediscrimineerde groepen. Maar Joden krijgen daar geen stem in, of het lukt moeilijk. Ik vind dat we van ons moeten laten horen. Ik ben activistisch en zoek tegelijkertijd het gesprek graag op. Het zou mooi zijn als we allemaal voor elkaar opstaan. Ik geloof dat onrecht jegens moslims ons ook raakt. En dat onrecht jegens Joden ook onrecht is tegen moslims. We moeten elkaars geluid versterken. We moeten elkaars rug dekken. Maar dan moet er wel een plek voor jou aan tafel zijn en die wederkerigheid is niet vanzelfsprekend. Joden worden gewoon niet gezien als een gemarginaliseerde groep die kwetsbaar is.”

Meer over