PlusAchtergrond

Jeugdzorgdirecteur Olaf Prinsen: ‘Ophalen afval beter vastgelegd dan hulp aan kwetsbare kinderen’

Olaf Prinsen, directeur van Jeugdzorg Nederland: 'Er valt nu te veel onder jeugdzorg. Je kunt je afvragen of dit nou allemaal zaken zijn waar de gemeente zich mee moet bemoeien.'
 Beeld Koen Verheijden
Olaf Prinsen, directeur van Jeugdzorg Nederland: 'Er valt nu te veel onder jeugdzorg. Je kunt je afvragen of dit nou allemaal zaken zijn waar de gemeente zich mee moet bemoeien.'Beeld Koen Verheijden

Te veel maatschappelijke problemen komen op het bordje van jeugdzorg. Tijd om de boel om te gooien, vindt branchevereniging Jeugdzorg Nederland.

Hans van Soest en Carla van der Wal

Olaf Prinsen viel van de ene verbazing in de andere nadat hij directeur was geworden van branchevereniging Jeugdzorg Nederland. Daarvoor werkte hij als directeur bij de vereniging van afval- en reinigingsmanagement. “Het ophalen van afval hebben we in Nederland beter vastgelegd dan de zorg voor kwetsbare kinderen,” zegt hij. “In de wet staat gedetailleerd beschreven hoe vaak gemeenten afval moeten ophalen en hoe ze dat moeten financieren met een afvalstoffenheffing. Bij de jeugdzorg staat er alleen: gemeenten, u bent verantwoordelijk voor de hulp aan kinderen. Punt.”

De jeugdzorg is sinds 2015 de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daar valt alles onder, van kinderen die ernstig worden mishandeld, reclassering voor jongeren die iets hebben misdaan tot kinderen die niet goed kunnen lezen. En al die vormen van hulp worden door duizenden jeugdzorgaanbieders geboden. Gemeenten moeten met aanbestedingen die hulp inkopen voor hun inwoners. Prinsen: “Toen ik hier net zat, las ik dat de jeugdbescherming ook moet worden aanbesteed. Ik vroeg: dat is toch een tikfout? Maar nee, zelfs de zorg voor de kinderen met de meest zware problemen is overgelaten aan de markt.”

Wat moet er veranderen, volgens u?

“We hebben een systeem dat is ingesteld op luxere vormen van jeugdzorg. Maar niet op dát wat we als maatschappij de belangrijkste taak van jeugdzorg vinden: zorgen voor veiligheid van kinderen en gezinnen.”

Wat bedoelt u met luxe jeugdzorg?

“Bij ons thuis gaat alles goed, maar op een dag zei de lerares over mijn zoontje dat hij zijn fijne motoriek wat meer kon ontwikkelen. De school kon bewegingstherapie regelen. Maar als je daarmee instemt, valt je kind dus ineens onder de jeugdzorg. Terwijl het vroeger heel normaal was om zelf je kind op gymnastiek te doen bijvoorbeeld. Er valt nu te veel onder jeugdzorg. Je kunt je afvragen of dit nou zaken zijn waar de gemeente zich mee moet bemoeien.”

Gemeenten willen lichtere hulp zoals dyslexieles niet meer onder de jeugdzorg laten vallen. Eens dus?

“Deels. Veel dingen die we nu problematiseren horen gewoon bij opgroeien. Niet iedereen die bijzonder gedrag vertoont, hoeft in een hulptraject. Maar belangrijker is de vraag hoe we de zorg beter kunnen inrichten voor kinderen die het thuis echt niet goed hebben. Waarom doen we dat in een systeem met marktwerking? Bij ziekenhuizen zeggen we ook dat ze elkaar niet moeten beconcurreren. Jeugdbescherming, jeugdreclassering en zorg voor de meest kwetsbare gezinnen en kinderen, dat laten we toch niet volledig over aan de markt?”

“De instellingen willen dat ook niet. Zij moeten nu met al die gemeenten verschillende contracten afsluiten. In deze tak van jeugdzorg wordt geen geld verdiend. De verhalen over grote winsten gaan over bedrijven die lichtere vormen van zorg aanbieden. Als u morgen een jeugdzorgbedrijf wilt beginnen, dan mag dat. Ook voor zware hulp. Dat is niet goed.”

Over die zware hulp: ouders klagen dat ze vooral geholpen worden door onervaren schoolverlaters die niet snappen wat opvoeden inhoudt.

“Natuurlijk helpt ervaring om afgewogen je werk te doen. Maar ik zie vooral medewerkers in de jeugdbescherming die onder enorme druk staan, die veel gezinnen onder hun hoede hebben waardoor hun agenda overloopt. Het verloop is groot. Elders kunnen medewerkers meer verdienen en krijgen ze minder kritiek, maar toch kiezen veel mensen ervoor om uit overtuiging dit werk te blijven doen.”

Ouders klagen dat jullie niet openstaan voor kritiek.

“Als je wordt aangevallen op je oprechtheid, reageer je soms hard op kritiek. Dat snap ik wel. En ik zeg niet dat er geen fouten worden gemaakt! Maar soms worden fouten ook gemaakt door de omstandigheden waaronder mensen hun werk moeten doen. Nu hebben we een systeem waarbij eerst het budget wordt bepaald en daarna wordt gekeken welke zorg daarvoor gegeven kan worden. Nu weer: het kabinet bepaalt nu al dat de jeugdzorg met een half miljard euro minder toe kan, zonder eerst te kijken welke hulp nodig is.”

“En nog even over die ouders. Bij een uithuisplaatsing zegt niemand: ‘Wat ben ik blij dat er is ingegrepen’. Ik snap dat zij het niet eens zijn met een beslissing. Maar het is wel een beslissing door een rechter op basis van regels die we als maatschappij hebben gesteld voor wat het beste is voor een kind.”

Maar er gaat nog steeds veel mis. Waarom blijft het aantal uithuisplaatsingen zo hoog?

“In de jeugdzorg komen heel veel maatschappelijke problemen samen. Schuldenproblematiek, verslavingen en problematische scheidingen. Afhankelijk van de regio speelt bij 60 tot 80 procent van de kinderen die met jeugdbescherming te maken krijgen echtscheidingsproblematiek. Vechtscheidingen zijn een groeiend probleem, zeggen onze leden. We moeten het daar echt over hebben. Doordat we te weinig aan die problemen doen, komen de gevolgen bij jeugdzorg terecht. Dat is ook een van de redenen dat we het aantal uithuisplaatsingen lastig omlaag krijgen.”

Te veel kinderen zitten in gesloten instellingen. We spreken nog steeds kinderen die in isoleercellen zitten.

“Daar moeten we ook van af! Maar soms is het ook gewoon een gebrek aan plaats of alternatief. En dan is een onwenselijke situatie beter dan een onveilige. Een ander ernstig probleem is dat jongeren na hun 18de ineens niet meer onder jeugdzorg vallen. Als ze dan geen verlengde zorg toegewezen krijgen door de gemeente, komen ze op straat te staan.”

Volgende maand gaat het personeel in de jeugdzorg staken.

“Wat ik winst vind, is dat de vakbond niet alleen ons als werkgevers aanspreekt maar ook gemeenten en het Rijk. Dit probleem is niet simpel op te lossen. We zitten vast in dit stelsel.”

Vechtscheidingen zorgen voor drukte

Het grootste deel van de kinderen die een beroep doen op jeugdzorg kampt thuis met ouders die in een scheiding liggen, blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland.

In sommige regio’s zijn er bij 80 procent van de kinderen in de jeugdzorg thuis problemen door ouders die in een scheiding liggen met vaak veel ruzie.

Echtscheiding is niet altijd de oorzaak dat jeugdzorg nodig is. Vaak spelen er ook andere problemen, zoals verslaving of schulden. Soms ook is echtscheiding juist een gevolg van die andere problemen. Maar volgens directeur Olaf Prinsen kunnen we het hoge aantal vechtscheidingen niet negeren. Het is er mede de oorzaak van dat zo veel kinderen professionele hulp nodig hebben. Volgens de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, gaat het elk jaar om zo’n 14.000 kinderen die een vechtscheiding meemaken.

Veel gemeenten bieden ouders die willen scheiden extra begeleiding. Gemeenten willen zo voorkomen dat ouders elkaar in de haren vliegen of dat een ruzie nog verder escaleert. Volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten moet worden voorkomen dat ‘lokale teams en de jeugdbescherming volslibben met complexe scheidingszaken’.