PlusTen slotte

Jan Rot (1957-2022): zijn talent als taalvirtuoos viel ook buiten de popmuziekwereld op

Jan Rot in 2020. Beeld Nosh Neneh
Jan Rot in 2020.Beeld Nosh Neneh

Zanger, componist en schrijver Jan Rot was een taalvirtuoos. Hij maakte vrije, maar heel zorgvuldige bewerkingen van Engelstalige popsongs en klassiekemuziekteksten, en vertaalde ook Amerikaanse musicals.

Peter van Brummelen

In zijn Twitterbio stond lang: ‘Meer dan veertig jaar in de muziek en nooit een dag ziek geweest.’ Nadat hij in augustus vorig jaar van de dokter had vernomen uitgezaaide darmkanker te hebben, haalde Jan Rot dat toch maar weg. Veel tijd restte hem niet meer, maar het was hem gegund op een waardige manier afscheid te nemen van het publiek. Wel moest een als definitief vaarwel gepland concert in het Rotterdamse Luxortheater worden afgelast. Vrijdagochtend overleed hij, op 64-jarige leeftijd.

Dat Jan Rot zijn allerlaatste concert in Rotterdam had willen geven was logisch; het was de stad waar hij al jaren woonde met zijn gezin. Maar de als zoon van een zendingsarts in Indonesië geboren zanger had ook een uitgebreid Amsterdams verleden. In de jaren tachtig en negentig woonde hij in de Jordaan en was hij een geziene figuur in de stad.

Overal dook de boomlange Rot in die tijd op: bij concerten in bijvoorbeeld Paradiso, later in de nacht in de Mazzo of de iT. Met Rot kon je lachen. Hij had altijd goede anekdotes en kon heerlijk roddelen. Ondertussen spiedden zijn ogen over de dansvloer: effe kijken of daar nog leuke jongens rondhuppelden.

Later trouwde hij een vrouw, met wie hij vier kinderen kreeg, maar in zijn Amsterdamse jaren was hij een, zoals hij zichzelf omschreef, ‘hotero’.

‘Brood is dood, Rot is de nieuwe God’

Het was een rijk en mooi leven, zei Jan Rot in de tijd die hij na die vreselijke diagnose nog had. Lang had hij er best mee gezeten dat het hem nooit was gelukt een hit te scoren (het dichtst in de buurt kwam hij met het nummer Counting Sheep, dat in 1982 vijf weken in de Tipparade stond), maar verbitterd was hij daar nooit over. “Ik maak muziek voor miljoenen, maar die miljoenen weten het niet,” zei hij eens opgewekt in Nieuwe Revu.

Zijn muzikale carrière ging eind jaren zeventig van start in Groningen, de stad waar iets eerder de victorie van Herman Brood was begonnen. Jan Rot was zanger en leider van de groepen Streetbeats en Ratata. Met gevoel voor publiciteit schreef hij op toiletwanden in de stad ‘Brood is dood, Rot is de nieuwe God’.

Later ging hij solo, nog weer later stapte hij, inmiddels een Amsterdammer, als songschrijver van het Engels over op het Nederlands. Het was vaak sappelen als popmuzikant – ‘God straft wie rocker in Holland wil zijn,’ zong hij in een van zijn nummers – maar toen hij de jeugdhonken inruilde voor het theater bood hem dat veel meer vastigheid.

En hij had in de jaren negentig succes als columnist, in Avenue, maar vooral in Nieuwe Revu, dat in die tijd nog verscheen in een oplage van 200.000 exemplaren. Onverbloemd en met veel humor schreef hij over zijn liefdesleven en seksuele escapades, waarbij aanbeden jongens ‘broertjes’ en ‘hertjes’ heetten – Gerard Reve was een held van Rot.

Musicals vertalen

Jan Rots columns, die ook in boekvorm verschenen, hadden veel vaart en lazen lekker, maar er ging een uitgebreid proces van schaven en schuren aan vooraf. Diezelfde precisie legde hij aan de dag bij het vertalen van songs van anderen, waar hij zich vanaf 2000 op stortte. Angie van de Stones werd Ankie, van Can’t Help Falling In Love van Elvis (een andere grote held) maakte hij Halsoverkop op jou.

‘Hertalingen’ noemde hij die vrije, maar heel zorgvuldige bewerkingen. Hij zong ze zelf, maar ze werden ook uitgevoerd door artiesten als Rob de Nijs en Karin Bloemen. Zijn talent als taalvirtuoos viel ook buiten de wereld van de popmuziek op; in opdracht van Joop van den Ende vertaalde Rot diverse Amerikaanse musicals.

Hij waagde zich zelfs aan hertalingen van teksten uit de klassieke muziek, waaronder die van Bachs Matthäus-Passion en Schuberts Winterreise. Dat viel niet overal goed, maar Jan Rot zat er niet mee en noemde een bundel van zijn bewerkingen van klassiekemuziekteksten met de hem kenmerkende humor Meesterwerk.

Waar hij écht trots op was viel buiten zijn werk. Toen zijn einde naderde zei Jan Rot, een meer dan toegewijde gezinsman, op tv in het programma Volle Zalen: “Mijn meesterwerken zijn mijn vier kinderen, vooral dankzij mijn vrouw Daan.”

Meer over