Inspectie: onderwijs is toe aan grondige renovatie

Het onderwijs in Nederland moet structureel beter, constateert de inspectie in het woensdag verschenen rapport Staat van het Onderwijs 2021. De basisvaardigheden van leerlingen zijn onder de maat en de kansenongelijkheid neemt tijdens deze coronacrisis alleen maar toe, luidt de alarmerende boodschap.

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

In februari nog kondigde het kabinet een inhaalslag aan, omdat leerlingen en studenten vertraging hebben opgelopen door de coronapandemie. Voor de komende jaren is er een gigantische zak geld van 8,5 miljard euro beschikbaar. Maar alleen achterstanden wegwerken is niet genoeg, zegt de Inspectie van het Onderwijs.

‘Als de ambitie van de reparatie is om het onderwijs terug te brengen tot de toestand van vóór 2020, dan zijn te veel leerlingen daar niet mee geholpen,’ klinkt het in het rapport. Het is tijd voor een ‘grondige renovatie’. Want al vóór de coronacrisis stelde de inspectie herhaaldelijk vast dat jaarlijks duizenden jongeren het risico lopen dat ze de maatschappij in moeten zonder de minimaal benodigde vaardigheden.

Niet op afgesproken niveaus

Denk dan aan onvoldoende taalvaardigheid, rekenvaardigheid en ook maatschappelijke vaardigheden. ‘Deze leerlingen lopen daarmee het risico om uiteindelijk laaggeletterd of -gecijferd het onderwijs te verlaten,’ aldus de waakhond van het onderwijs. Zo kon al vóór de crisis ruim een kwart van de leerlingen in het basisonderwijs niet schrijven op het afgesproken minimale basisniveau. Ook bij rekenen kan het veel beter: jaarlijks halen ongeveer 50.000 groepachters niet het streefniveau.

En corona heeft de problemen alleen maar verergerd. Nu blijkt dat basisschoolleerlingen minder vooruitgang hebben geboekt dan de jaren ervoor. Dit geldt voor zowel rekenen en spelling als voor begrijpend lezen. Hierin is ook nog eens een ongemakkelijke tweedeling te zien. De negatieve gevolgen zijn het sterkst merkbaar bij leerlingen met een lage of gemiddelde sociaaleconomische achtergrond.

Volgens inspecteur-generaal Alida Oppers is die tweedeling logisch te verklaren. “Dat komt door grote verschillen in de thuissituatie; het maakt nogal wat uit of je in een rustige kamer afstandsonderwijs kan volgen, of je voldoende lesmateriaal hebt en of je ouders hebt die hulpvaardig zijn en kunnen bijspringen.”

Ongelijke kansen

Al eerder stelde de inspectie vast dat er grote verschillen zijn tussen scholen met een vergelijkbare groep leerlingen, waardoor er ongelijke kansen ontstaan. Al dan niet omdat hun ouders in staat zijn om doelbewust een betere school uit te kiezen. Of doordat leerlingen in het basisonderwijs een lager schooladvies krijgen dan mocht worden verwacht op basis van hun prestaties. En in het afgelopen jaar liepen naar schatting 14.000 leerlingen een hoger schooladvies mis, onder meer omdat door corona de eindtoets niet doorging.

Genoeg redenen volgens inspecteur-generaal Oppers om het onderwijs structureel te renoveren. “Eén ding veranderen helpt echt niet. Wat er in de klas gebeurt, wat schoolleiders doen, welke beslissingen bestuurders nemen, wat er landelijk wordt ingebracht en ook welke rol wij zelf als inspectie pakken. Het kan allemaal beter. Ouders hebben het afgelopen jaar met hun neus op hun kinderen gezeten en wij merken dat de urgentie van de problemen nu wordt onderkend. Dat moment is uniek. Daar komt bij dat er plots veel extra geld naar het onderwijs gaat, dus er zijn ook financiële mogelijkheden.”

Concreet wil de inspectie niet dat scholen méér doen, maar dat ze zich juist gaan focussen op wat het belangrijkst is. Daarnaast roept de waakhond het onderwijsveld op om kennis te delen zodat niet iedere school of elk bestuur ‘zelf het wiel aan het uitvinden is’, om leraren en schoolleiders gericht bij te scholen, om aanpakken te kiezen die zich bewezen hebben en om samen te werken met de wetenschap. ‘Zo zorg je voor een duurzame verbetering van het onderwijs,’ aldus het Staat van het Onderwijs 2021-rapport.

‘Het onderwijs is toe aan een Great Reset’

De PO-Raad zegt al langer, samen met partners uit kinderopvang en onderwijs, dat groot onderhoud nodig is. Dat vereist een meerjarige aanpak met voldoende tijd, heldere keuzes en structurele middelen.

“Het onderwijs is toe aan een Great Reset, zoveel is duidelijk,” zegt PO-Raad vicevoorzitter Anko van Hoepen. “Dat vraagt allereerst om goed zicht op wat ons te doen staat. We waken voor pleisters plakken na corona. De onderwijsinspectie roept op tot een renovatie. Iedereen die weleens gerenoveerd heeft weet: zonder tijd, vertrouwen, een degelijk plan en structurele middelen krijg je nooit het gewenste resultaat. Ik verwacht van een nieuw kabinet dat het onderkent dat het onderwijs dat nodig heeft. Omdat onze kinderen dat verdienen.”

In het hoger onderwijs blijkt een gebrek aan aandacht voor de student een toenemend zorgpunt. Dat baart het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) zorgen. ISO-voorzitter Dahran Çoban: “Iedere student moet binnen het onderwijs gezien worden én zich gezien voelen. De coronacrisis en het hierdoor noodzakelijke online onderwijs hebben bestaande gebreken in persoonlijke aandacht voor de student enorm uitvergroot. Achter de getallen uit het rapport zitten echte mensen en daar gaat het niet goed mee.”

Meer over