PlusAchtergrond

Ineens trekt Den Haag zwaar geschut uit de kast voor Oekraïne

Weken werd er in Den Haag gesteggeld over een Oekraïens verzoek om wapens. Afgelopen weekend ging het plots snel: ook raketten en antitankwapens gaan naar het land en mogelijk volgt er méér. Is het te laat?

Hanneke Keultjes
Leden van een burgermilitie in Kiev controleren hun wapens. De mannen willen proberen de naar de Oekraïense hoofdstad oprukkende Russische troepen tot staan te brengen.  Beeld Mikhail Palinchak/AP
Leden van een burgermilitie in Kiev controleren hun wapens. De mannen willen proberen de naar de Oekraïense hoofdstad oprukkende Russische troepen tot staan te brengen.Beeld Mikhail Palinchak/AP

Nederland stuurt serieuze vuurkracht naar Oekraïne: vijftig antitankwapens met vierhonderd raketten en tweehonderd Stinger-luchtdoelrakketten, waarmee vanaf de schouder helikopters en zelfs jachtvliegtuigen kunnen worden bestookt. Ook trekt het kabinet 20 miljoen euro uit voor hulp aan vluchtelingen uit Oekraïne.

En daarbij blijft het waarschijnlijk niet. Commandant der strijdkrachten, Onno Eichelsheim, zei zondag in het tv-programma Buitenhof dat Nederland kijkt of het nog meer kan leveren. In elk geval wordt een Nederlands-Duitse inzet van Patriot-luchtafweergeschut in Slowakije onderzocht. In sneltreinvaart heeft het kabinet zaterdag alvast alle benodigde stempels voor de export van de toegezegde raketten kunnen regelen.

Wapenexportcriteria

Dat was vorige maand wel anders. Een Oekraïens verzoek om wapens werd ‘welwillend’ bekeken, stelde minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken). Defensie maakte een inventarisatie – wat kunnen we leveren? – en stuurde die naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het proces rond de toetsing aan de Europese criteria voor wapenexport zou volgens ingewijden anderhalve week in beslag nemen.

Maar pas drie weken later, op 18 februari, viel het besluit: Nederland stuurde snipergeweren, munitie, metaaldetectoren, scherfvesten en gevechtshelmen. Het prijskaartje: 7.381.495 euro. De militaire goederen zijn nog niet in Oekraïne, een deel is sinds vrijdagavond onderweg. De oorlog in het land was toen al in volle gang en bemoeilijkt ook de logistiek.

Spoedprocedure

Zo langzaam als het toen ging, zo snel ging het afgelopen weekend. Volgens Hoekstra en minister Kajsa Ollongren (Defensie) kreeg Nederland ‘zeer onlangs’ een nieuw verzoek om wapens. Daarna is ‘gezien de uitzonderlijke omstandigheden’ voor dat verzoek een ‘verkorte toetsing aan de wapenexportcriteria’ uitgevoerd. Logisch, vindt defensie-expert Peter Wijninga van The Hague Center for Strategic Studies (HCSS). “De nood is aan de man.”

Wijninga vindt dat Nederland eerder ook een spoedprocedure had moeten volgen. Toch is het volgens hem niet te laat. Immers: als je niks doet, weet je zeker dat het niet helpt. “De wapens zullen in elk geval het westen van het land goed kunnen verdedigen.”

Ook volgens de hoogste militair, Eichelsheim, zijn het wapens ‘die in deze fase van de strijd keihard nodig zijn’. De raketten en antitankwapens noemt de generaal ‘eenvoudig te bedienen en ongelooflijk effectief’.

Nu Russische troepen vechten om de controle over diverse Oekraïense steden, is het gevaar dat Nederlandse wapens in handen zullen vallen van de Russen. Dat kun je niet voorkomen, stelt Wijninga. “Dat risico is er altijd als je wapens naar een conflictgebied stuurt.”

Het kabinet, zei minister Ollongren vrijdag, heeft ‘dat risico onder ogen gezien’ toen het eerste besluit over wapenlevering viel. Dat het toen nog geen oorlog was, maakt volgens haar niet uit. “We wisten al dat het een mogelijk scenario is.”

Meer over