PlusAchtergrond

Iedereen beticht elkaar van leugens in het stikstofdebat: maar hoe zit het nou?

Het stikstofdebat verloopt steeds verhitter. Komende week staat een Kamerdebat op de agenda terwijl overal in het land boeren protesteren. Voor- en tegenstanders roepen van alles. Maar hoe zit het nou echt?

Marcia Nieuwenhuis en Hans van Soest
Boeren brengen een onaangekondigd bezoek aan een ChristenUnie-bijeenkomst. Beeld ANP
Boeren brengen een onaangekondigd bezoek aan een ChristenUnie-bijeenkomst.Beeld ANP

1. ‘Als wij minder stikstof moeten uitstoten, dan zij ook’

Veel boeren voeren actie omdat alleen zij het gevoel hebben dat zij alle pijn moeten dragen. Zo legden actievoerders vorige week het treinverkeer stil tussen Winterswijk en Zutphen onder het motto ‘als wij minder stikstof moeten uitstoten, dan zij ook’. Het sentiment dat alleen boeren de klos zijn en bijvoorbeeld de industrie niet, leeft breed.

Maar dat is wat voorbarig. Weliswaar heeft het kabinet streefcijfers gepubliceerd hoe ver de uitstoot van stikstof moet worden teruggedrongen per gebied, maar hóe dat moet, staat nog allerminst vast. Provinciebesturen gaan het komend jaar bekijken hoe de doelen kunnen worden gehaald. Daarbij wordt niet alleen naar de agrarische bedrijven gekeken. Ook ‘industrie en mobiliteit’ moeten een bijdrage leveren, aldus het kabinet. Denk bijvoorbeeld aan de binnenvaart, waar dieselaggregaten op de kade in de ban moeten. Maar wellicht eist de provincie ook schonere alternatieven voor de dieseltreinen die de boeren vorige week demonstratief stillegden.

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het leeuwendeel van de opgave op het bordje van de boeren wordt gelegd. Letterlijk stelt het kabinet dat er voor boeren drie mogelijkheden zijn: ‘verduurzamen, verplaatsen of beëindigen’.

2. ‘We hebben helemaal geen stikstofprobleem’
Volgens oud-VVD-Kamerlid Gert-Jan Oplaat, die tegenwoordig lobbyist is voor de vleesverwerkende industrie, ‘hebben we helemaal geen stikstofprobleem’. Hij zei in Op1 dat in rechterlijke uitspraken en richtlijnen die het kabinet dwingt tot bescherming van de natuurgebieden ‘het woord stikstof niet eens voorkomt’. Maar de Raad van State oordeelde op 29 mei 2019 dat de Nederlandse stikstofaanpak in de prullenbak kon. En in die uitspraak komt het woordje stikstof welgeteld 312 keer voor.

Tot dat moment mocht stikstof worden uitgestoten ook al was dat mogelijk schadelijk voor beschermde natuurgebieden, als er maar andere toekomstige maatregelen werden getroffen die positieve gevolgen zouden hebben. Sindsdien liggen allerlei bouwprojecten stil en moet het kabinet van de rechter eerst zorgen dat de stikstofuitstoot omlaag gaat.

Voorman Mark van den Oever van Farmers Defence Force (FDF) die de stikstofmetingen betwist. Beeld ANP
Voorman Mark van den Oever van Farmers Defence Force (FDF) die de stikstofmetingen betwist.Beeld ANP

3. ‘De metingen deugen niet’
Veel tegenstanders van de maatregelen zeggen dat het beleid is gebaseerd op verkeerde aannames. Vorige week nog stemde een meerderheid van de VVD-leden op een partijcongres tegen de plannen. In een motie stond: ‘Offer niet onze agrarische bedrijven op aan een achterhaalde theoretische methode, maar kies voor beleid op basis van feiten.’

De motie sloot aan bij een sentiment dat al zo lang leeft als de stikstofdiscussie woedt. Boerenorganisaties zeggen al jaren dat niet duidelijk is hoeveel stikstof er eigenlijk neerslaat in natuurgebieden. Reden waarom het vorige kabinet emeritus hoogleraar Leen Hordijk van de Wageningen Universiteit vroeg de manier te onderzoeken waarop nu in natuurgebieden de neerslag wordt gemeten van ammoniak en stikstofoxiden (de vorm waarin stikstof neerslaat). Zijn rapport uit 2020 stelt dat de meetmethode op onderdelen verbeterd kan worden, maar dat die ‘van voldoende tot goede kwaliteit’ is.

Hordijk is boos om de VVD-motie. Hij noemde het een aanval op de wetenschap: “Metingen zijn geen meningen.” Het RIVM meet op zo’n 60 locaties in ons land de luchtkwaliteit en op ruim 300 meetpunten in natuurgebieden de ammoniakconcentratie.

4. ‘De veestapel groeit, er komen alleen maar dieren bij’
Volgens GroenLinks-leider Jesse Klaver is ‘de veestapel de afgelopen jaren niet kleiner is geworden, maar groter’. “Er komen alleen maar dieren bij,” zei hij bij Khalid en Sophie. Maar een blik op de cijfers van het CBS leert iets anders. Zo is de totale rundveestapel sinds 2016 10 procent gedaald van ruim 4,2 naar 3,8 miljoen vorig jaar. In 1984 was de rundveestapel zelfs nog 5,5 miljoen dieren groot. Van elke tien koeien die een boer toen had, zijn er nu dus zeven over.

Nederland telde afgelopen jaar een kleine 11,5 miljoen varkens, 9 procent minder dan de 12,6 miljoen varkens in 2015. Op het hoogtepunt in 1997 had Nederland met ruim 15 miljoen varkens bijna net zoveel varkens als inwoners. Van elke vier varkens van toen zijn er nu drie over. Door de jaren heen zijn de aantallen kippen wel fors gegroeid: van ruim 80 miljoen in 1980, naar 90 miljoen in de jaren negentig. Maar ook dat is de afgelopen jaren gedaald. Met ruim 99 miljoen kippen telt Nederland nu 6,5 procent minder kippen dan in 2015. Toen dit het duizelingwekkende aantal van bijna 107 miljoen bedroeg.

Boeren voeren actie op een viaduct over de A35/A1. Beeld ANP
Boeren voeren actie op een viaduct over de A35/A1.Beeld ANP

5. ‘Boeren kunnen meer verdienen met minder dieren’
D66-Kamerlid Tjeerd de Groot zegt het al jaren en het kabinet propageert het nu ook: boeren moeten minder beesten houden per hectare, minder kunstmest gebruiken, minder veevoer importeren uit andere landen en overschakelen op biologische landbouw.

Maar dat is voor een individuele boer nog niet zo makkelijk. Overschakelen op wat het kabinet ‘kringlooplandbouw’ noemt, maakt ondernemers meer afhankelijk van bijvoorbeeld het weer of slechte oogst. Dat in combinatie met minder dieren maakt automatisch dat ze meer geld moeten vragen voor hun product. Tegelijkertijd moeten boeren concurreren met boeren uit het buitenland die de markt overspoelen met goedkope producten.

Het kabinet wil dat probleem oplossen door boeren subsidie te geven als ze meer aan natuurbeheer gaan doen. Daarnaast zegt het kabinet prijsafspraken te willen maken zodat boeren meer geld krijgen voor hun producten. Hoe, is echter nog volkomen onduidelijk. Maar nodig is het wel. Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen blijkt dat boeren in 2021 gemiddeld 46 cent op een liter melk kregen. Dat is niet veel meer dan in 1988 toen de melkprijs omgerekend 37 eurocent was. Ondertussen is de prijs van melk in de supermarkt veel harder gestegen. Die winst gaat niet naar de boer.

Meer over