Plus

Hoe de staat de man die een spion ontmaskerde probeerde te slopen

Frits Veerman werd weggehoond, ontslagen en geïntimideerd nadat hij in de jaren zeventig een Pakistaanse atoomspion had ontmaskerd. Tientallen jaren vocht hij voor eerherstel en genoegdoening. Dit voorjaar overleed hij. In Splijtstof vertelt Dirk van Delft zijn absurde verhaal.

Tonny van der Mee
Klokkenluider Frits Veerman werd het leven zuur gemaakt nadat hij in de jaren zeventig aan de bel trok over atoomspionage Beeld Carlo ter Ellen DTCT
Klokkenluider Frits Veerman werd het leven zuur gemaakt nadat hij in de jaren zeventig aan de bel trok over atoomspionageBeeld Carlo ter Ellen DTCT

Toen Dirk van Delft begin dit jaar Frits Veerman (1944-2021) vijf keer – vanwege corona noodgedwongen via Zoom – interviewde, zag hij geenszins een gebroken man. “Frits was niet terneergeslagen, zuur of cynisch,” zegt Van Delft, schrijver van het onlangs verschenen boek Splijtstof. “Hij stond positief in het leven.”

Dat leven stond voor een groot deel in het teken van atoomspionage, tegenwerking door zijn werkgever en door de overheid en hinderlijk achtervolgd worden door geheime diensten – tot in het buitenland toe.

Uit het niets werd hij in Boedapest door agenten op straat aangesproken, op het vliegveld van Baltimore door de FBI verhoord en in Italië staande gehouden door militairen met spijkermatten. “Maar hij is tot het laatst onverschrokken doorgegaan,” zegt Van Delft. “Hij heeft zich nooit laten afbluffen of afschrikken.”

Het verhaal van Veerman leest als het script van een James Bondfilm en lijkt uiterst geschikt voor een Netflixserie. Het begint in mei 1972 als Veerman op zijn werk – het laboratorium voor Fysisch Dynamisch Onderzoek (FDO) in Amsterdam – een nieuwe kamergenoot krijgt: de Pakistaanse metallurg Abdul Qadeer Khan.

Handgeschreven brief van de Pakistaan Abdul Khan aan Frits Veerman waarin hij hem vraagt voor hem informatie te verzamelen. Beeld Carlo ter Ellen DTCT
Handgeschreven brief van de Pakistaan Abdul Khan aan Frits Veerman waarin hij hem vraagt voor hem informatie te verzamelen.Beeld Carlo ter Ellen DTCT

Het laboratorium ontwikkelt technologieën voor onder meer Urenco in Almelo. Daar wordt met ultracentrifuges uranium verrijkt. De splijtstof is een belangrijke bron voor kernenergie en het fabriceren van atoombommen.

Als technisch fotograaf heeft Veerman toegang tot alle geheimen. Khan, afgestudeerd in metaalkunde aan de Technische Hogeschool Delft, de huidige Technische Universiteit, en gepromoveerd in Leuven, maakt daar gebruik van.

Vriendelijke man

Khan is een patriot. De strijd tussen moslims en hindoes, tussen Pakistan en India, heeft hem gevormd. Met lede ogen moet hij vanuit Nederland toezien hoe zijn vaderland militair niet is opgewassen tegen aartsrivaal India. Als dat land met succes de eerste proef met een atoombom uitvoert, biedt Khan zijn diensten als ‘spion’ persoonlijk aan premier Zulfikar Ali Bhutto van Pakistan aan en smokkelt hij geheimen van FDO en Urenco naar Pakistan.

Aanvankelijk koestert Veerman geen argwaan. Khan is een sociale, gemoedelijke man. Veerman komt geregeld bij hem thuis. “Zag er gewoon uit, korte krullen, altijd netjes gekleed, niks op aan te merken,” vertelt Veerman in het boek. “Ik kon goed met hem opschieten. Iedereen trouwens, Abdul was geliefd en maakte overal vrienden.”

Khan wil alles weten over ultracentrifugetechnologie en vraagt Veerman documenten en onderdelen te fotograferen. De Pakistaan loopt vrij rond binnen FDO en bij Urenco, ook op afdelingen waar hij volgens het veiligheidsprotocol niet mag komen. “Met de bewaking erbij, hebben we binnen alles gefotografeerd, opstellingen incluis. De vraag is natuurlijk: was dat nou echt allemaal nodig? Voor zijn werk niet. Allemaal flauwekul. Die foto’s had hij nodig voor een eigen fabriek in Pakistan.”

Medewerkers vinden het raar dat er wekenlang een Pakistaan rondloopt met een kleine camera om gedetailleerde foto’s te maken van ultracentrifuges. Maar de directie, oud-studiegenoten van Khan, houdt hem de hand boven het hoofd.

Veerman krijgt argwaan als hij bij Khan thuis geheime rapporten met bouwtekeningen ziet liggen en handleidingen om – in opdracht van de directie – te vertalen. Als Khan vraagt tekeningen voor hem te fotograferen, weigert Veerman dat te doen.

Voor gek verklaard

Elk jaar gaat Khan met zijn gezin – en een schat aan informatie – met vakantie naar Pakistan. Hij krijgt van de Pakistaanse regering geld om mensen om te kopen, onder wie Veerman. Als Khan hem in het voorjaar van 1975 in Pakistan uitnodigt op kosten van zijn regering, weet Veerman het zeker. “Ik heb dat afgewimpeld en alles bij elkaar opgeteld, trok ik de conclusie dat Abdul Khan wel eens een atoomspion zou kunnen zijn.”

Veerman meldt zijn vermoedens bij zijn werkgever en bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), maar wordt voor gek verklaard en gesommeerd te zwijgen. Uit de screening van Khan zouden ‘geen negatieve gegevens’ zijn gekomen, toch wordt hij in een andere functie gezet.

Later dat jaar keert Khan terug naar Pakistan. Hij wordt daar de aanjager van het atoomprogramma Project-706 en bouwt een uraniumverrijkingsfabriek die een kopie is van die van Urenco in Almelo.

Khan blijft vanuit Pakistan zaken doen met Nederlandse bedrijven, waaronder FDO. Hij blijft contact zoeken met Veerman. De directie vraagt hem de brieven te verbranden en te zwijgen. “Meer mensen wisten wat er aan de hand was,” zegt Van Delft. “Nooit heeft iemand anders aan de bel getrokken. Ook de BVD niet. Dat heb ik nooit begrepen. Khan heeft na zijn vertrek nog een paar jaar hier inkopen kunnen doen. Nederland had het kunnen voorkomen en internationaal de noodklok kunnen luiden.”

Dankzij de Nederlandse blauwdrukken voor kerntechnologie wordt Pakistan een atoommacht en groeit Khan in eigen land uit tot een nationale held. Intussen wordt Veerman door zijn werkgever en de Nederlandse overheid verguisd. Hij krijgt slechte beoordelingen, degradeert en wordt in 1978 ontslagen wegens ‘onvoldoende werk’. Hij vindt een baantje bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK).

Intimiderende bezoeken

Vanaf eind jaren zeventig komen de spionagepraktijken van Khan internationaal in de publiciteit. De BVD beweert dat Veerman een handlanger is van Khan. Waarom zou een intelligente ingenieur aanpappen met een eenvoudige technicus van de werkvloer? “Dat was verdacht,” zegt Veerman daarover in het boek. “Dat had ik moeten weten. Ik had willens en wetens meegewerkt aan spionage. Het zou me bezuren als ik daarover mijn mond opendeed.”

BVD-agenten posten voor zijn huis in Huizen en bezoeken hem ‘op de idiootste tijdstippen’ thuis en op zijn werk. “Ik vond het intimiderend. Je weet niet wat je rechten zijn. Je laat ze binnen en dan begint het. Aan de hand van het verslag van het vorige gesprek leggen ze je het vuur aan de schenen. Je raakt wat zenuwachtig, je weet niet precies wat je zeggen moet, en daar haken zij weer op in. Zo gaat dat maar door.”

Zijn BVD-dossier blijft geheim, het ontslagdossier is spoorloos.

In Nederland wordt Khan bij verstek tot vier jaar cel veroordeeld voor ‘poging tot spionage’. Later blijkt dat Khan de Nederlandse atoomgeheimen heeft doorgespeeld aan Noord-Korea, Libië en Iran. “Als Iran een bom gooit op Israël, staat er op de zijkant ‘Made in Holland’,” zegt Veerman.

Khan wordt voor het doorspelen van de geheimen in 2004 in eigen land veroordeeld. Hij krijgt huisarrest. Dat wordt in 2009 opgeheven.

Krampachtig staatsapparaat

Veerman strijdt dan al decennia voor eerherstel en een schadevergoeding. Bij de overheid krijgt hij geen voet aan de grond. Pas in de zomer van 2020 erkent het Huis voor Klokkenluiders, een initiatief van de Tweede Kamer, dat hij onterecht is ontslagen. De staat blijft buiten echter schot.

Van Delft ziet hetzelfde mechanisme van een krampachtig staatsapparaat dat een burger vermorzelt als die een misstand aan de kaak stelt, als in de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. “Het is een onpersoonlijke overheid die zich geen greintje aantrekt van het lot van deze mensen en geen greintje mededogen of compassie toont. De overheid heeft de tijd en kan alles traineren. Het is vechten tegen de bierkaai.”

De erkenning heeft Veermans strijd een slinger gegeven, maar het zoet van een eventuele eindoverwinning zal hij nooit proeven. Op 23 februari is hij onverwachts overleden, 76 jaar oud. Zijn kinderen zetten zijn strijd nu voort. Zoals hun vader – een begenadigde wielrenner met een ijzeren mentaliteit, onverzettelijk en met een groot uithoudingsvermogen – weigerde op te geven. “Ik ga voor niemand door de knieën en voor de overheid al helemaal niet,” zei hij zelf.

Van Delft: “Anderen zouden zeggen: laat maar zitten. Maar Frits is altijd rechttoe rechtaan geweest. Hij is net zo lang de klok blijven luiden tot die gehoord werd.”

Dirk van Delft: Splijtstof. Prometheus, €20.

Meer over