PlusTen slotte

Hans Kemmink (1947-2022): een impulsieve avonturier die barstte van de energie

Liefdevol, creatief, charmant en vol humor: die woorden kenmerkten Hans Kemmink, de helft van het roemruchte modeduo Puck & Hans, dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig zo veel heeft betekend voor het straatbeeld in Amsterdam. Zaterdagavond overleed de ontwerper en fotograaf thuis in de armen van zijn vrouw Puck en dochter Carmen.

Fiona Hering
Hans Kemmink Beeld Carmen Kemmink
Hans KemminkBeeld Carmen Kemmink

Twee jaar geleden werd er longkanker met uitzaaiingen ontdekt, 35 chemobehandelingen volgden. Drie weken geleden maakte de familie een laatste tripje naar Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, afgesloten met een lunch op het dak.

Rollator

Stilzitten was niks voor de energieke Kemmink, die 75 is geworden. Om met zijn geliefde toy-foxterriër Mo toch nog rondjes Vondelpark te kunnen blijven lopen, kocht hij een rollator. Puck Kroon: “Daar had hij een hekel aan, hij is naarstig op zoek geweest naar een designexemplaar.”

Ze hadden onderling een fantastische dynamiek. Puck ging naar schilderles, Hans tenniste, verder deden ze alles samen, 53 jaar lang. Kroon was de gediplomeerde vakvrouw met jarenlange ervaring op een Rotterdams couture-atelier, Kemmink was in het begin nog de fotograaf die voor trouwreportages rondreed op zijn Solex. Omdat ze niet veel geld hadden zochten ze naar creatieve oplossingen: jasjes van stropdassenstof bijvoorbeeld. Met de etalages werd flink uitgepakt, klanten fietsten er zelfs voor om.

Podium in bloemvorm

In 1967 openden ze hun eerste boetiek in Den Haag. Hans schilderde ’m knalpaars en timmerde een podium in bloemvorm. Later volgden Rotterdam en Amsterdam. Artiesten vonden in hun winkel aan het Rokin een walhalla aan uitgesproken en gedurfde kleren, van Jean Paul Gaultier, Azzedine Alaïa, jonge Nederlandse ontwerpers en het eigen label.

Bewaren deden ze niet, maar hun grote schare fans des te meer. Voor de overzichtsexpositie Puck & Hans: Couture Locale in 2017 in het Amsterdam Museum leverde een oproep op Facebook zeshonderd kledingstukken op in bruikleen.

Daarvoor moesten ze vaak praten als Brugman, zei Kemmink destijds. “Veel mensen realiseerden zich pas later dat ze het kledingstuk maanden kwijt waren, stonden op de stoep en wilden het weer terug. Man, man, taferélen. Ik heb nog net niet aan jassen staan trekken.”

In 1998 stopten ze met de winkel, geen zin meer in. Kroon begon een studie kunstgeschiedenis en ze kochten een ruïne in Umbrië, die ze na verbouwing weer verkochten. Ook werd er veel gereisd, onder meer per cruiseschip naar Antarctica.

Ideeënstroom

Zijn onophoudelijke ideeënstroom maakte Kemmink uniek. Zijn dochter, fotograaf Carmen Kemmink: “Mijn vader was heel speels en hield van avontuur. Als er op reis in India of Nepal een vrachtwagen met dertig mensen voorbijkwam, dan sprongen wij er ook op – we zagen wel waar we uitkwamen. Alsof hij altijd wist waar het feestje was, belandden we continu op de meest bizarre plekken tussen de locals. Op een voodoofeest op Haïti, bij illegale hanengevechten op Cuba, waar we gearresteerd werden omdat ik een fotoshoot deed bij een muurschildering van Che Guevara. Onze energie en nieuwsgierigheid én papa’s charismatische verschijning werkten blijkbaar als een magneet.”

Kleindochter Lola (18) noemt Kemmink haar beste vriend. “We waren heel close, opa was zelf ook nog een beetje een kind. Hij genoot erg van het leven en wilde graag dat iedereen kon meegenieten. Opa maakte altijd vakantiefilmpjes, daar begon mijn interesse in film mee. Ik lijk best veel op hem.”

Hoe nu verder zonder hem? Kroon: “Daar probeer ik nog niet aan te denken, we zijn nu vooral bezig om hem een prachtig afscheid te geven. Met vrienden zijn we daar dag en nacht mee bezig. Kunstenaar Niels Shoe Meulman beschilderde de kist. ‘Voor altijd samen’, staat erop in calligraffiti.”

Tijgerstrikje

Carmen Kemmink: “Wij woonden vroeger beneden, de huurder is met vakantie en we mochten papa daar in de mooie spiegelzaal balsemen en opbaren. Mama en ik hebben hem samen aangekleed. Ook nu is Hans nog prachtig in een wit smokingachtig pak van Francisco van Benthum met doorgeputte revers, lichtgrijs overhemd en een tijgerstrikje van Dries van Noten. Er staat onder meer een vitrine vol foto’s en herinneringen, inclusief zijn ridderorde. Het is zó mooi geworden, dat ik het heel jammer vind dat mijn vader het niet kan zien. Dat zei hij ook toen we de plannen maakten: “Wow, wat wordt het mooi, ik wou dat ik erbij was.”

Donderdag is er een wake, de uitvaart is maandag in kleine kring op Zorgvlied.