PlusNieuws

‘Grote aanpak’ terreurgeld blijkt vaak rechtszaakje tegen huilende ouders

De wet geeft het Openbaar Ministerie veel ruimte om het financieren van terrorisme te vervolgen. Maar dit leidde de afgelopen jaren vooral tot rechtszaken tegen snikkende ouders die kleine geldbedragen aan hun kinderen in Syrië hadden overgemaakt, concludeert onderzoekster Tasniem Anwar. ‘Het is de vraag of dat effectief is.’

Cyril Rosman
Vrouwen in de rij voor hulppakketten in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië.  Beeld Delil SOULEIMAN/AFP
Vrouwen in de rij voor hulppakketten in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië.Beeld Delil SOULEIMAN/AFP

Van alle zittingen in rechtbanken die universitair onderzoekster Tasniem Anwar de afgelopen jaren bijwoonde, was één moment voor haar het treffendst. “De rechter vroeg aan de verdachte, een Marokkaans-Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd: ‘Maar léést u dan helemaal geen kranten of nieuwssites?’ De vrouw, verdacht van het financieren van terrorisme, antwoordde dat ze dat niet kon omdat ze analfabeet was. Het gaf voor mij heel duidelijk weer hoe gescheiden de werelden van rechter en verdachte waren.”

Anwar promoveerde onlangs aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift Zonder enige twijfel, waarvoor ze onderzoek deed naar het vervolgen van terrorismefinanciering door heel Europa. Ze volgde zaken in Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en België. “Er is de afgelopen jaren in Europa steeds meer aandacht voor het opsporen van terrorismefinanciering. De wetgeving is verruimd. Ik was benieuwd waar het in de praktijk toe leidde: wie zijn de mensen die in de rechtbank belanden?”

Wat trof u aan?

“Als je denkt aan het financieren van terrorisme, denk je aan grote geldstromen die via een netwerk bij een terreurgroep komen. Ik had niet verwacht huilende ouders en andere familieleden aan te treffen. Maar een groot deel van de zaken in Europa bleek te draaien om ouders die vaak kleine bedragen hadden overgemaakt aan hun kinderen die naar het strijdgebied in Syrië waren gereisd en zich daar hadden aangesloten bij IS of een andere terreurgroep. Die ouders waren vaak heel boos en verdrietig over de keuze van hun kinderen, maar maakten wel wat over als hun zoon of dochter vroeg om geld voor eten of kleding.”

De rechters spraken in die zaken meerdere keren uit dat ze de positie van de ouders begrepen, maar veroordeelden hen toch tot werkstraffen en voorwaardelijke celstraffen. Verbaasde dat u?

“De wet over terrorismefinanciering is heel ruim opgezet. Justitie hoeft niet te bewijzen waar het geld precies voor is gebruikt, bijvoorbeeld voor het kopen van een wapen of het voorbereiden van een aanslag. Het is genoeg om te bewijzen dat het geld terecht is gekomen bij iemand die bij een terroristische groepering was aangesloten. Ook al ging het maar om een bedrag van tweehonderd euro. De vraag is ook of al die ouders wisten dat wat ze deden strafbaar was en of ze het hadden kúnnen weten, zoals de analfabete vrouw die amper het nieuws volgde. Er was in eerste instantie weinig aandacht voor de persoonlijke verhalen van de verdachten. Na 2020 zijn rechtbanken ook wat genuanceerder gaan kijken; toen zijn er verschillende vrijspraken geweest.”

Is het vervolgen van deze ouders zinvol geweest?

“Het idee van justitie was om zero tolerance te tonen en voorbeelden te stellen. Maar deze ouders kwamen pas jaren nadat ze geld hadden overgemaakt voor de rechter. Toen ging er weinig preventieve werking meer uit van die rechtszaken, want de situatie in Syrië was inmiddels behoorlijk veranderd. IS was verslagen, de Nederlandse mannen en vrouwen daar waren omgekomen of zaten vast in kampen. Het OM hield vast aan ‘dit mag niet’ en dat is goed, maar het is wel de vraag of die aanpak effectief is geweest. Het heeft veel tijd en geld gekost en de vraag is wat er mee voorkomen is. Daar komt bij dat een veroordeling voor een terroristisch misdrijf een grote impact op iemand kan hebben, ook al heb je alleen een voorwaardelijke straf gekregen. Je krijgt geen VOG meer en kunt problemen krijgen met je bank en bij reizen naar het buitenland.”

Begin volgende maand komt Samir A., een van Nederlands bekendste jihadisten, voor de rechter op verdenking van het financieren van terrorisme. Hij zamelde tienduizenden euro’s in zodat veertien Nederlandse IS-vrouwen uit Syrische detentiekampen konden ontsnappen. Is dat meer wat u voor ogen had toen u dit onderzoek begon?

“Die zaak is inderdaad echt anders, groter ook. Daar gaat het om grote bedragen, een netwerk waar het geld in rondging. Samir A. wist ook dat het niet mocht. In deze zaak wordt van belang of de rechtbank dit gaat zien als hulp aan personen aangesloten bij IS, dus daarmee financiering van terrorisme, of om een actie alleen bedoeld om die vrouwen uit de kampen te helpen.”

Onderzoekster Tasniem Anwar Beeld
Onderzoekster Tasniem Anwar
Meer over