PlusInterview

Gevoelloze tenen na expeditie Groenland: ‘Kun je rustig een naald in steken’

Op 4 mei begon Bernice Notenboom aan een 2000 kilometer lange tocht met vliegers over Groenland. Nu is de poolreiziger terug – bijna heelhuids. ‘Ik kon het alleen maar volhouden met pijnstillers.’

Hans Nijenhuis
Poolreizigster Bernice Notenboom tijdens haar 2000 kilometer lange tocht met kites over de ijskap in Groenland.  Beeld Privebeeld
Poolreizigster Bernice Notenboom tijdens haar 2000 kilometer lange tocht met kites over de ijskap in Groenland.Beeld Privebeeld

“In mijn grote teen kun je rustig een naald steken, toe maar, ik voel toch niks.” De ontdekkingsreizigster is niet voor een kleintje vervaard, maar om nou... “Volstrekt gevoelloos geworden,” verklaart ze. “Dat krijg je als je een maand lang op skischoenen staat.”

Deze morgen heeft Bernice Notenboom voor het eerst in zes weken weer in het IJsselmeer gezwommen – daar woont ze vlakbij, het meer ligt er, dus waarom zou je er niet dagelijks in zwemmen? Maar dat viel niet mee: haar vingertoppen zijn nog niet helemaal ontdooid. “Het gaat langzaam. Elke dag een stukje. Hoop ik.”

Wind vangen

Geen misverstand. Bernice Notenboom, 59 jaar toen ze vorige maand op reis ging, 60 toen ze vorige week terugkwam, klaagt niet. Ze geeft gewoon de feiten, net zoals ze die een maand lang op Groenland verzamelde voor de Universiteit van Dartmouth. “Ik ben een waarnemer, geen wetenschapper,” zegt ze. Maar de knappe koppen aan de Amerikaanse universiteit kunnen met meetgegevens weer meer leren over de ijskap en de invloed van klimaatverandering.

Hoe was het, los van de metingen? “Nou, als veteraan kan ik omgaan met kou en tegenslagen, maar 2000 kilometer kiten over het ijs? Zeker in het begin raakte ik vaak gefrustreerd over mijn vaardigheden.”

Dat was namelijk het nieuwe aan deze tocht. Niet je bij een basiskamp laten afzetten en dan de omgeving verkennen, maar Groenland van zuid naar noord doorkruisen, met de voorraden op een sleetje, voortgetrokken door gigantische vliegers. Als pleidooi voor windenergie. “We hebben aangetoond dat het kan, wind vangen. En dan niet met gigantische molens maar met lichtgewicht vliegers die je overal kunt inzetten.”

Als een zak aardappelen neergegooid

Makkelijk is anders. “Ik weet van van mensen die meegezogen worden in de lucht door zo’n kite en dan als een zak aardappelen weer worden neergegooid, rug gebroken. Dat bleef de eerste tien dagen maar door mijn hoofd spoken.” Kiten – op ski’s je laten voorttrekken door een grote vlieger, doorgaans over het water – gaat natuurlijk het beste over een mooi glad of glooiend oppervlak. Maar Notenboom en haar twee expeditiegenoten troffen vooral richels aan, ‘ijsduinen’: “Daar is niet doorheen te skiën. Echt waardeloos voor je knieën. Ik kon het alleen maar volhouden met pijnstillers.”

De sleetjes raakten los. Notenboom had moeite de kite, een gevaarte aan een lijn van 50 meter, onder controle te krijgen. “Dan knalde hij weer op de grond en dan moest ik voor de zoveelste keer alle touwtjes weer netjes leggen...”

Het weer was ook niet ‘zonnetje, overdag niet te koud, klein windje’ zoals Notenboom vroeger op Groenland gewend was. “Het wordt steeds extremer.” Vorige zomer regende het nog, nu was het min 35 en waaide het heel hard. De expeditie is vijf keer in een storm verzeild geraakt, drie keer konden Notenboom en haar reisgenoten een etmaal lang hun tentjes niet uit.

“En dan sla je toch aan het rekenen. Als je 2000 kilometer moet overbruggen en je hebt voor 35 dagen voedsel bij je, dan moet je zo’n 60 km per dag halen. Een dag in de tent? Dan weet je dat je de volgende dag 120 km moet kiten.”

Opgeven of niet?

Op 17 mei, nog redelijk aan het begin van de expeditie, hebben de drie reizigers serieus besproken of ze niet moesten opgeven. “De gemiddelden waren alleen maar naar beneden gegaan. Erik werd ziek, weer een dag kwijt. Maar ja, op een route met de wind altijd in je rug is kun je niet kruisend terug: met temperaturen van 30 graden onder nul bevriest dan gewoon je gezicht.”

Helikopters te hulp roepen dan? “Hebben we besproken, maar die kunnen niet helemaal naar jou toe komen, daarvoor zijn de afstanden te groot. Wij moesten dan naar hen toe kiten. Dus van de route af, extra gevaar van gletsjerspleten...” Uiteindelijk besloten ze door te gaan. “Koste wat het kost.” En daarna zat het mee, op één dag haalden ze zelfs 217 kilometer. “Ongelooflijk wat je voor elkaar kunt krijgen als je jezelf ertoe toe dwingt.”

En nu, al nieuwe plannen? “Andere dan het gevoel in mijn vingers en tenen terugkrijgen bedoel je? Ik ben supertrots dat ik dit op mijn zestigste verjaardag heb kunnen doen. Ik heb het dus nog in me. Maar ik denk ook aan Ronald Naar, die had het ook nog in zich. Hij beklom op zijn 56ste toch nog de Cho Oyu in de Himalaya, hij heeft het niet overleefd. Ik weet niet waar mijn grenzen liggen, maar ook niet of ik die wel moet opzoeken.”

Sneeuwstorm tijdens de expeditie op Groenland. Het vroor 35 graden en het waaide heel hard. ‘Het werd steeds extremer.’ Beeld Bernice Notenboom
Sneeuwstorm tijdens de expeditie op Groenland. Het vroor 35 graden en het waaide heel hard. ‘Het werd steeds extremer.’Beeld Bernice Notenboom