PlusAchtergrond

Ganzen met vogelgriep vallen bij bosjes uit de lucht

Brandganzen die massaal uit de lucht vallen. Ook midden in woonwijken. Vogelgriep slaat flink om zich heen in Nederland en dat merken ze bij de dierenambulances.

Anne Boer
null Beeld ANP / Rowin Ubink
Beeld ANP / Rowin Ubink

Vrijwilligers draaien overuren om besmette of dode vogels zo snel mogelijk van straat te krijgen om het risico van verdere verspreiding in te dammen. Her en der zijn zelfs verontrustende meldingen van dode zoogdieren gedaan.

Het ophalen van door vogelgriep gestorven vogels is een kostbare en tijdrovende taak, want de vrijwilligers moeten – alsof ze op een corona-afdeling in een ziekenhuis werken – in vol ornaat (zorgvuldig ingepakt) op pad om andere dieren en ook zichzelf te beschermen.

Met aanhanger op pad

“Je kunt rustig zeggen dat het nu onze hoofdtaak is. We zijn continu met een auto met aanhanger op pad. In de aanhangwagen komen de besmette dieren. In de auto zit al het spul dat schoon moet blijven, zoals onze beschermende kleding,” zegt voorzitter Petra de Jong van Dierenambulance Noord-West Veluwe.

Deze organisatie bestrijkt een groot gebied met de gemeenten Harderwijk, Ermelo, Nunspeet, Putten, Oldebroek, Hattem, Heerde, Elburg en Zeewolde. Het is ook een kwetsbaar gebied door de randmeren, IJssel en grasvlakten. Precies waar trekvogels, die de vogelgriep verspreiden, graag komen.

Zo lagen er opeens veel dode vogels bij stoomgemaal Putten aan het Nuldernauw. “Uit alle gemeenten in ons werkgebied zijn inmiddels meldingen gekomen van ganzen die dood of half levend uit de lucht vielen in een woonwijk. Die dieren ophalen heeft onze absolute prioriteit.”

De beschermende kleding bestaat uit een wegwerpoverall, mondneuskapje, overschoenen en handschoenen. En er gelden serieuze desinfectiemaatregelen. Dat blijft niet bij handen wassen. Ook de banden van auto en aanhangwagen worden na elke rit zorgvuldig gereinigd. Vogelgriep is een zoönose: een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Dat geldt onder meer ook voor corona, de ziekte van Lyme, Q-koorts, toxoplasmose en salmonellose.

“Wij nemen geen enkel risico,” verklaart De Jong, die zelf in de zorg heeft gewerkt, de beschermende maatregelen. “Deze vogelgriep is superbesmettelijk. We kunnen ook zelf ziek worden.” De autoriteiten waarschuwen daar ook voor: ‘Mocht u binnen tien dagen na in contact te zijn geweest met kadavers van wilde dieren griepklachten krijgen, neem dan contact op met uw huisarts of de GGD’.

Ingepakt in plastic

De dode vogels worden zorgvuldig ingepakt in drie plastic zakken voor elk dier. “We melden alle dode dieren aan bij de Dutch Wildlife Health Centre, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en Wageningen Bioveterinary Research. Die beslissen welke dieren we moeten insturen. De andere gaan naar een destructiebedrijf.” Tot daar uitsluitsel over komt, liggen de slachtoffers bij de dierenambulance in een vriezer. “Vandaag sturen we vijf vogels op voor onderzoek naar de doodsoorzaak.”

De capaciteit van de laboratoria die moeten onderzoeken wat de doodsoorzaak is, speelt een grote rol bij het insturen. “Iedereen heeft de handen meer dan vol aan vogelgriep. Onderzoekscentra zijn echt overbelast. Als we vogels ophalen uit een gebied waar al eerder vogelgriep is vastgesteld, hoeven ze meestal niet meer te worden ingestuurd.”

Het zijn vooral brandganzen die nu massaal uit de lucht vallen. Ze vertonen vaak zoveel klachten dat direct duidelijk is dat het om vogelgriep gaat. Klachten als schudden met het hoofd, wankel op de poten, snaveluitvloei, benauwd zijn. “Dit virus slaat bij de vogels op de hersenen. Dat is heel naar om te zien,” zegt De Jong. De vogels die nog leven laat een dierenarts inslapen.

Dassen en marters

Naast brandganzen krijgen de dierenambulances steeds meer meldingen over kolganzen, zwanen en ook meeuwen en buizerds, slechtvalken en torenvalken. Roofvogels zijn aaseters, die worden ziek als ze gegeten hebben van besmette kadavers. Op die manier zijn ook elders in het land zoogdieren besmet geraakt, zoals bunzingen, dassen, vossen en marters.

Ook in Zuid-Limburg is het raak. In korte tijd werden daar, naast meer dan vierhonderd dode meeuwen, aalscholvers en ganzen, ook 37 dode vossen en 5 dode marters gevonden die mogelijk besmet zijn met vogelgriep.

Petra de Jong: “Die meldingen hebben wij nog niet, maar de kans is aanwezig dat dat dat ook hier gaat gebeuren. Wij kunnen niet alles weghalen, zeker niet als het midden in de natuur ligt. De vogels vallen echt overal neer nu en iemand moet dat maar net toevallig zien.”

De variant van de vogelgriep die door het land raast, wordt overgebracht door trekvogels, vooral via uitwerpselen. “En ze komen straks ook weer terug, dus dan kan het maar zo opnieuw beginnen,” vreest De Jong.

Meer over