Nieuws

Franse president bezorgt Nederlandse minimumloners 3 euro extra

Na jaren stagnatie lijkt een in alle EU-lidstaten geldende afspraak over het minimumloon opeens dichtbij. Mede dankzij president Macron, die vóór de Franse verkiezingen van april een akkoord wil, gaan ook Nederlandse minimumloners er straks mogelijk ruim 3 euro per uur op vooruit.

Het Parool
Mede dankzij het aandringen van de Franse president Macron, gaat in de hele EU het minimumloon omhoog. Beeld Darko Vojinovic/AFP
Mede dankzij het aandringen van de Franse president Macron, gaat in de hele EU het minimumloon omhoog.Beeld Darko Vojinovic/AFP

Ambassadeurs van de 27 lidstaten kwamen gisteren tot een gezamenlijke onderhandelingspositie, het Europese Parlement deed dat vandaag. Als de 27 EU-ministers van Sociale Zaken op 6 december hun ambassadeurs volgen, kan op 7 december de triloog van start: het gebruikelijke overleg tussen Commissie, Parlement en lidstaten.

“In goed drie maanden tijd een akkoord is snel, maar het is ook geen rocket science,” zegt Agnes Jongerius (PvdA), een van de twee Parlementsonderhandelaars. “Je doet het of je doet het niet. En daarna moeten we het natuurlijk nog eens worden over de hoogte van het minimumloon. Daar is het Parlement wat ambitieuzer in dan de lidstaten.”

Drie uitgangspunten

Het Parlement, met de hete adem van de Europese vakbeweging in de nek, heeft drie uitgangspunten: het minimumloon moet 50 procent van het gemiddelde brutoloon zijn, 60 procent van het mediane loon (de helft verdient dan meer, de helft minder) en dan – zoals Jongerius dat formuleert – ‘moet je er in elk land ook nog een fatsoenlijk boodschappenmandje mee kunnen vullen; liefst met wat gas erin’.

De eerste twee voorwaarden ontleent het Parlement aan de ILO, de internationale arbeidsorganisatie, de derde voegde het zelf toe. Voor Nederland komt Jongerius dan uit op een bruto minimumloon van 14 euro. Nu is dat nog 10,80 euro (bij een werkweek van 36 uur) of 10,24 euro (bij een werkweek van 38 uur). Behalve Nederland zitten nog 22 andere landen onder het op deze manier berekende minimumloon.

Moeizaam

Jongerius en haar Duitse collega Dennis Radtke (christendemocraat) hadden na 45 moeizame onderhandelingsrondes eigenlijk het Parlement op 11 november al op een lijn, maar kort daarna kwam er een kink in de kabel: Zweedse en Deense Europarlementariërs trokken hun steun weer in. “In die twee landen wordt alles geregeld door werkgevers en werknemers zelf, de regering komt er niet aan te pas. Niet aan loonoverleg, niet aan cao’s, en ook niet aan arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid of arbeidsinspectie,” vertelt Jongerius.

“Ze zijn er echt allergisch voor overheidsbemoeienis, en dat komt door een trauma van intussen al tien jaar oud. Een bouwbedrijf uit Estland ging toen een school bouwen in Zweden, maar omdat het niet de Zweedse lonen wilde betalen riep de vakbeweging een staking uit, die daarna door de Europese rechter werd verboden. En nu zouden wij hen vanuit Europa alsnog de wet gaan voorschrijven.”

De oplossing, die Jongerius niet als een opt-out (uitzondering) wil betitelen: ook Zweden en Denen krijgen hun minimumloon, maar het toezicht blijft bij de sociale partners. Het gevolg is dat werkenden straks in 25 landen naar de rechter kunnen met klachten over hun loon en in twee landen niet, maar dat was blijkbaar de prijs.

Het ‘bewerken’ van collega-Parlementariërs ging vanmorgen tot vlak voor de stemming door, maar de meerderheid was zelfs uitgesproken ruim (443 tegen 192), aldus een opgeluchte Jongerius. Op de vraag of ze misschien voor het eerst van haar leven een vakbondsleider heeft willen vermoorden, barst ze in een luide schaterlach uit: “Nee hoor, dat heb ik in eerdere levens (ze was FNV-voorzitter – red.) ook al weleens gewild.”

Voorzichtig de vlag uit

Bij de Europese vakbeweging, die zwaar meelobbyde, gaat voorzichtig de vlag uit, ook al omdat het Parlement in één moeite door wil regelen dat straks in elk land minstens 80 procent van de werknemers onder een cao gaat vallen. Dat is belangrijk omdat de landen met de minste cao-werkers de slechtste lonen hebben. Nu zijn die in veel lidstaten zo laag, dat maar liefst 22 miljoen minimumloners op het randje van de armoede zitten, aldus de vakbondskoepel Etuc, die 45 miljoen werkenden in 39 Europese landen representeert.

Het gaat vaak ook nog eens om mensen die in anderhalf jaar corona enorm veel voor de kiezen hebben gehad, zegt topvrouw Esther Lynch: zorgpersoneel, schoonmakers, winkelpersoneel. “Zeven op de tien hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Zij komen na lange diensten thuis in koude huizen, omdat ze de energieprijs niet kunnen betalen. Ze eten minder en van slechtere kwaliteit. En steken zich in de schulden om hun huur te kunnen betalen. Dit is geen manier om werkenden die in de maatschappij een essentiële rol vervullen, te bedanken voor hun inzet.”

Het tij is gelukkig aan het keren, constateert Jongerius, ook bij de lidstaten en zowel inzake cao’s als minimumloon. “Onder de vorige crisis was het: verlaag het minimumloon, weg met de sectorale cao’s. Nu werken we toch echt met een ander receptenboek.”

Meer over