PlusInterview

Farmaceuten willen stem in OMT: ‘Sector moet beter worden gehoord’

De farmaceutische sector wil een plekje aan tafel bij het Outbreak Management Team (OMT) zodat toekomstige pandemieën beter kunnen worden bestreden. Dat zegt Marc Kaptein, medisch directeur van Pfizer Nederland en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde (NVFG).

Marc Kaptein, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde (NVFG) en medisch directeur van Pfizer Nederland.   Beeld Marco De Swart/HH
Marc Kaptein, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde (NVFG) en medisch directeur van Pfizer Nederland.Beeld Marco De Swart/HH

Volgens Kaptein hebben de farmaceuten in de coronacrisis laten zien dat ze het vertrouwen van de samenleving waard zijn, door binnen een jaar te zorgen voor effectieve coronavaccins. De NVFG is een beroepsvereniging voor mensen die wel in de farmacie werken, maar niet aan de commerciële kant. En Kaptein hoeft ook niet per se zelf in het OMT. “Het gaat mij erom dat ik vind dat onze sector een sterkere stem verdient en dat we beter gehoord zouden moeten worden.”

Het klopt toch, dat er veel scepsis zou zijn? Stel dat u vorig jaar in het OMT had gezeten en dat er vervolgens elf miljoen Pfizervaccins waren gekocht. Dan gaan mensen zich afvragen hoe onafhankelijk een OMT nog is.

“Ik ga nu geen namen noemen, maar er zitten bij het OMT ook mensen aan tafel die belangen hebben in klinische laboratoria of bij coronatests. Het hebben van een belang mag geen reden zijn om de kennis van de farmaceutische sector niet te gebruiken. Natuurlijk hebben we als sector financiële belangen, maar daar moet een mouw aan te passen zijn. Je kunt vertegenwoordigers van bedrijven ook laten rouleren of ze op uitnodiging hun verhaal laten doen.”

Het OMT gaat toch niet over de vaccinatiecampagne?

“Volgens mij is het OMT samengesteld uit het RIVM-medewerkers, experts en de voorzitters van beroepsverenigingen die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten, zoals de huisartsen, de kinderartsen of de microbiologen. Daar zouden wij als NVFG ook bij kunnen horen.”

Waarom zou de stem van uw sector sterker gehoord moeten worden?

“Ik kan me nog goed herinneren dat ik vorig jaar namens de vaccinontwikkelaars in een gesprek met ambtenaren zei: ‘Jongens, houd er rekening mee dat wij eind 2020 al een vaccin kunnen hebben’. Ik werd uitgelachen. Wat ik zei, dat kon echt niet. Toen dacht ik: dat is toch raar? Blijkbaar zijn er mensen die de overheid adviseren, die andere geluiden laten horen en die beter worden gehoord, maar die wel een verkeerde inschatting maken. Met als gevolg dat cruciale kennis en kunde bij de overheid uiteindelijk ontbrak, dat de snelheid waarmee farmaceuten hun vaccin konden ontwikkelen is onderschat en dat Nederland niet op tijd klaar was om te beginnen met vaccineren. Er werd vol ingezet op AstraZeneca als het eerste vaccin dat beschikbaar zou zijn, maar dat gebeurde dus niet. Wij als vereniging, of ik vanuit Pfizer, hadden allang kunnen vertellen dat er ook andere scenario’s mogelijk waren, zoals het scenario dat BioNTech/Pfizer en Moderna eerder zouden zijn.”

Het vaccin van BioNTech/Pfizer werd in Nederland als eerste goedgekeurd. Beeld ANP
Het vaccin van BioNTech/Pfizer werd in Nederland als eerste goedgekeurd.Beeld ANP

U heeft uw inzichten toch vast wel eens gedeeld met iemand van de overheid?

“We hebben contact gehad met een paar hooggeplaatste ambtenaren van het RIVM, maar veel minder met het ministerie. Terwijl dat volgens mij wel van essentieel belang was geweest. Ik denk dat dat komt doordat bij ministeries het gevoel leeft dat de farmaceutische sector iets is waar je ver vandaan moet blijven. Wat mij betreft zijn we juist een cruciaal onderdeel van het zorgsysteem.”

De farmaceutische sector is vorig jaar nergens bij betrokken?

“Nee, echt niet. Ik heb gezien hoe het ministerie advies heeft ingewonnen bij een hele spaghettikluwen aan organisaties: beroepsverenigingen, adviesraden, commissies, ziekenhuizen, medische laboratoria en ga zo maar door, maar wij zijn als sector helemaal niet gehoord. En we hebben zo veel kennis in huis. Over verwachte bijwerkingen van vaccins, over de regelgeving rondom het ompakken van batches vaccin in kleinere hoeveelheden, enzovoorts. Het is raar dat je dat als overheid niet meeneemt in het vergroten van je kennis en kunde. Dat heeft sowieso geleid tot vertraging van de vaccinatiecampagne.”

Het vermengen van publieke en commerciële belangen ligt natuurlijk gevoelig. En de grote farmaceutische bedrijven, big pharma, heeft in het verleden niet zo’n beste naam opgebouwd.

Small pharma had deze crisis niet kunnen oplossen. Size matters, dat is echt zo. Een wereldwijde gezondheidscrisis als deze kan alleen door grote bedrijven worden opgelost. Bij Pfizer produceren we dit jaar meer dan twee miljard coronavaccins, volgend jaar drie miljard. Dat zijn onvoorstelbare aantallen en dat zou een klein bedrijf nooit zijn gelukt. Big wordt vaak geassocieerd met bad, maar big kan ook beautiful zijn.”

De beloning moet wat u betreft minstens zijn: neem ons serieus als gesprekspartner?

“Het gaat verder dan dat. We willen niet alleen gesprekspartner zijn, we willen ook samenwerken. Samen met academische centra, biotechbedrijven en de overheid kun je zo’n mooi ecosysteem opbouwen. We hebben in Nederland geweldige onderzoekers, een hele goede infrastructuur. Door de brexit is bovendien de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA naar Amsterdam verhuisd. Er liggen echt kansen om de biotech-hub van Europa te worden. Maar dan moet je er als overheid wel in durven investeren.”

We moeten leren een beetje trots op jullie te zijn?

“Trots hoeft niet, maar erken wel onze waarde en probeer ons als sector te vertrouwen. Ik zal de laatste zijn die ontkent dat er in het verleden dingen zijn gebeurd die daar niet aan hebben bijgedragen. Tegelijkertijd denk ik dat de coronacrisis een kantelpunt kan zijn. We hebben laten zien dat we het vertrouwen verdienen. Dat is niet alleen goed voor onze sector, maar wat mij betreft uiteindelijk voor de hele maatschappij.”

Meer over