PlusAchtergrond

Experts over zuidelijk Afrikaanse variant: ‘De genetische alarmbellen gaan af’

De coronavariant die is aangetroffen in zuidelijk Afrika, de omikronvariant, is ook in Nederland aangetroffen. ‘Alle genetische alarmbellen gaan af’, aldus RIVM-viroloog Chantal Reusken over de omikronvariant.

Sander van Mersbergen en Jop van Kempen
In het Zuid-Afrikaanse Steve Biko ziekenhuis rent een zorgmedewerker langs zuurstoftanks. Beeld AP
In het Zuid-Afrikaanse Steve Biko ziekenhuis rent een zorgmedewerker langs zuurstoftanks.Beeld AP

Collega-virologen Marion Koopmans en Louis Kroes zijn alert, maar waken voor paniek. ‘Binnen enkele dagen’ wordt bekend of de huidige vaccins bescherming bieden.

Het was erg stil op het front van de virusvarianten, zo concludeerden Nederlandse virologen vorige week op een bijeenkomst. De deltavariant was zo sterk dat er geen plek meer leek voor nieuwe varianten. Tot deze week ineens een variant met de genetische codering B.1.1.529 op het wereldtoneel verscheen, die de WHO tot omikronvariant heeft bestempeld. Alle varianten krijgen de naam van een letter uit het Griekse alfabet om te voorkomen dat landen waar de variant als eerste is vastgesteld worden gestigmatiseerd.

De omikronvariant heeft op het eerste gezicht alle eigenschappen die nodig zijn om de boel op te schudden, zegt RIVM-viroloog Reusken. “Er zijn 32 mutaties gevonden in het spike-eiwit. Bij eerdere varianten die echt zorgen baarden waren dat er een stuk minder, zo rond de vijf belangrijke mutaties.”

Spike-eiwitten steken uit aan de buitenkant van het coronavirus en vormen de sleutel waarmee het virus zich in het lichaam nestelt. Bij eerdere varianten hadden die mutaties gevolgen voor de besmettelijkheid van het virus - die ging omhoog. Reusken: “Als je kijkt naar het totale pakket aan veranderingen, gaan alle genetische alarmbellen af. We moeten uiteindelijk zien wat het netto-effect is van al die veranderingen, veel is nog onbekend. Maar de eerste observaties geven aanleiding tot zorg.”

Een van die eerste observaties is volgens Reusken bijvoorbeeld dat het reproductiegetal van het virus in Zuid-Afrika hoger lijkt te zijn ten opzichte van de bestaande varianten. “Als dat klopt en de variant ook in Nederland voet aan de grond krijgt, zou dat echt fors invloed hebben op de maatregelen die nodig zijn om het aantal besmettingen naar beneden te krijgen.”

‘Alert zijn’

Net als Reusken vindt ook viroloog Louis Kroes (LUMC) de 32 mutaties fors. “We moeten alert zijn, maar niet meteen in paniek schieten.” Kroes schetst dat er eerder nieuwe varianten zijn opgedoken die voor veel commotie zorgden, maar die in Nederland en Europa nooit dominant werden. Zo werd in Zuid-Afrika eerder de bèta-variant gevonden. In het Braziliaanse Manaus ging het om een gamma-variant, maar die verdwenen ook weer van de radar.

“De ervaring leert dat een virus in een bepaald gebied de dominante variant kan verdringen, maar dat die verdringing niet overal ter wereld plaatsvindt,” aldus Kroes. “De reden daarvoor is niet altijd duidelijk. De komende periode moet blijken of de nieuwe variant uit Zuid-Afrika overal ter wereld evolutionaire voordelen heeft ten opzichte van delta. Het virus met de grootste ‘fitness’ wordt dominant.”

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO hield vrijdag een spoedoverleg over de variant. Viroloog en OMT-lid Marion Koopmans (Erasmus MC) was bij het WHO-spoedoverleg. “Het is zorgelijk in die zin dat er een virus is dat op een bepaalde locatie de deltavariant verdringt,” zei ze daaraan voorafgaand. “We zien een heel snelle verandering.”

Werking vaccins tegen de omikronvariant

Alertheid is dus geboden, stelt Koopmans. Tegelijk is er nog veel onbekend over de exacte effecten op besmettelijkheid, bescherming door vaccins en eventueel ziekteverloop.

Ben van der Zeijst, emeritus-hoogleraar vaccinologie (LUMC), denkt dat er binnen enkele dagen meer duidelijkheid komt over vaccinbescherming. “In afgenomen bloed van gevaccineerde mensen kun je in het laboratorium snel kijken of de opgewekte antistoffen die nieuwe variant neutraliseren. Dat onderzoek wordt op dit moment al uitgevoerd in Zuid-Afrika.”

Alle vaccins zijn geënt op de eerste virusvariant uit Wuhan, maar ze beschermen ook tegen andere varianten. Daarbij blijft de bescherming tegen ernstige ziekte – ongeveer 95 procent – beter overeind dan de bescherming tegen infectie. Dat komt omdat neutraliserende antistoffen sneller uit het lichaam verdwijnen dan de cellulaire immuunrespons, die ook door vaccinatie wordt opgeroepen.

Het snelle laboratoriumonderzoek naar de vaccin-effectiviteit tegen B.1.1.529. vertelt slechts een deel van het verhaal, zegt Van der Zeijst. “Er bestaan niet zo’n snelle tests naar de cellulaire immuunrespons die vaccins opwekken, dat duurt langer. Die cellulaire immuunrespons lijkt van belang bij bescherming tegen ernstige ziekte of sterfte, maar de precieze bijdrage is moeilijker te meten.” Vaccinproducent Pfizer/BioNTech denkt dat het eigen onderzoek naar de vaccin-effectiviteit zo’n twee weken duurt, aldus een voorlichter.

Mocht het noodzakelijk zijn, dan kunnen vaccins worden aangepast. Dat gaat het eenvoudigste bij de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. “Ik verwacht dat het ongeveer drie maanden kost voordat aangepaste vaccins op grote schaal kunnen worden ingezet,” aldus Van der Zeijst.