PlusNieuws

Dijkgraaf wil van mbo’ers volwaardige studenten maken: ‘Op steeds meer plekken zien we: we hebben mbo’ers hard nodig’

Minister Robbert Dijkgraaf (OCW) tijdens een werkbezoek aan een zorgopleiding in het Health Experience Center Slotervaart van ROC van Amsterdam-Flevoland. Beeld Bart Maat/ANP
Minister Robbert Dijkgraaf (OCW) tijdens een werkbezoek aan een zorgopleiding in het Health Experience Center Slotervaart van ROC van Amsterdam-Flevoland.Beeld Bart Maat/ANP

Mbo’ers moeten ook welkom zijn bij de introductieweek, lid kunnen worden van een studentenvereniging en internationale ervaring opdoen. Onderwijsminister Dijkgraaf hoopt ook met een oriëntatiejaar meer studenten naar in de zorg, techniek en bouw te lokken. ‘Mbo’ers zijn een enorme rijkdom.’

Hanneke Keultjes

Tijdens een werkbezoek aan een mbo-opleiding verpleegkunde in Amsterdam zag minister Robbert Dijkgraaf (Onderwijs, D66) afgelopen week hoe eerstejaarsstudenten in het diepe werden gegooid, en hun hoofd boven water wisten te houden. “Ze werden geconfronteerd met acteurs die een patiënt en diens paniekerige moeder speelden.” Dijkgraaf was onder de indruk. “Het waren jongeren van 17, 18 jaar, maar ze reageerden heel koelbloedig.”

Toen Robbert Dijkgraaf nog als topwetenschapper werkte, zat het mbo in zijn ‘blinde vlek’, bekent hij. Maar inmiddels is de minister van Onderwijs ‘op ontdekkingstocht’ geweest langs mbo-scholen, waar een half miljoen Nederlandse studenten aan studeren. “Ik was me niet bewust van de veelzijdigheid. Zóveel opleidingen, 245.000 bedrijven die erbij betrokken zijn.”

Vandaag ontvouwt Dijkgraaf zijn plannen voor het mbo, waar hij honderden miljoenen in wil steken – het regeerakkoord voorziet al in 200 miljoen euro, maar Dijkgraaf wil daar voor komend jaar nog geld bij sprokkelen. “Ik zie het als een grote opdracht om het mbo te emanciperen als volwaardige vorm van vervolgonderwijs. Met meer kansengelijkheid, hogere onderwijskwaliteit en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.”

Studentenvereniging

Dus, als het aan Dijkgraaf ligt, zijn studenten aan het middelbaar beroepsonderwijs net zo welkom bij de introductieweek in de stad waar ze gaan studeren als studenten die naar het hbo en de universiteit gaan. Ook moeten ze wat hem betreft welkom zijn bij studentenverenigingen en moeten ze, wat gebruikelijk is in het hoger onderwijs, ook ervaring in het buitenland kunnen opdoen.

Dat is vooral een opsteker voor mbo’ers zelf, maar het mbo kampt in de samenleving met een imagoprobleem. “Er moet in de beeldvorming een hoop gebeuren”, erkent Dijkgraaf. Hij vindt het pijnlijk, zegt hij, als mbo’ers niet worden gezien als studenten, maar als ‘scholieren’ die een soort tweederangsonderwijs volgen. “Dat is een reflectie van hoe we er als samenleving naar kijken. Die maatschappelijke waardering moet écht omhoog. Mbo’ers zijn een enorme rijkdom.”

Het zijn studenten, benadrukt hij, waar de krappe arbeidsmarkt om staat te springen. Die onontbeerlijk zijn voor de bouw, de zorg en de energietransitie. Misschien, zegt hij, is het tekort aan vakkrachten wel een blessing in disguise. “Op steeds meer plekken zien we: we hebben mbo’ers hard nodig.” Als een jongere voor een mbo-opleiding kiest, zegt Dijkgraaf, kun je daar als ouder hartstikke trots op zijn.

Om meer studenten enthousiast te maken voor opleidingen die zorgen voor meer verpleegkundigen, installateurs voor warmtepompen en metselaars voor huizen, wil hij in het studiejaar 2023-2024 gaan experimenteren met een oriëntatiejaar. Een soort brede brugklas, maar dan in het beroepsonderwijs, waarbij mbo’ers in één jaar kunnen proeven van verschillende opleidingen voor ze een definitieve keuze maken.

“Een meisje dat veel met de zorg heeft, maar niks met techniek, ontdekt dan misschien dat ze het wél leuk vindt om met technische toepassingen voor de zorg te werken.” Vanuit de gedachte: onbekend maakt onbemind. Als je nooit in aanraking komt met techniek, dan weet je ook niet of het iets voor je is.

Hoger en beter

“We denken nog te veel: alles moet hoger en beter.” Zelf, geeft hij toe, dacht hij ook lange tijd in termen van laag en hoog. Dat het mbo alleen een soort opmaat is naar het hbo. “Dat hiërarchische beeld zat ook in mijn hoofd.” Dat is nu ‘op een bruuske manier gecorrigeerd’. “Het mbo is de schoolsoort waar ik sinds mijn aantreden als minister het meest enthousiast over ben geworden.”

Wordt Dijkgraaf, bij het grote publiek toch vooral bekend als ‘knappe kop’ uit de wetenschap, niet te veel gezien als de professor die even komt vertellen hoe het mbo beter kan? “Ik heb me altijd ingezet voor een breed publiek: al wetenschap op de kleuterschool, proefjes op de basisschool. Er wordt vaak gedaan alsof mbo’ers alleen met hun handen werken. Nee, het is zeker óók nadenken. Dus ik voel me er eigenlijk heel erg thuis.”