PlusAnalyse

De een herstelt fluitend van corona, de ander houdt maanden last

De meeste patiënten herstellen goed van Covid-19, maar een kleine groep ligt langdurig in de kreukels. Op de post-covidpoli van Amsterdam UMC blijft het virus de artsen verbazen. ‘Hoe het precies zit, weten we niet.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Een doodenkele keer presenteert de corona­crisis ook eens een meevaller. Dat lijkt het geval met bloedpropjes, embolieën, in de longen. In het begin van de pandemie, toen de patiënten de ziekenhuizen binnenstroomden en de artsen geen idee hadden waar ze naar keken, vielen vooral de ­vele embolieën op. Artsen waren verbluft over het grote aantal bloedpropjes. Ze zaten in de longen, maar ook in andere delen van het ­lichaam zoals armen, benen en hersenen.

Zeker de helft van de Nederlandse covidpatiënten die op de ic terecht kwamen, had tromboseproblemen, bleek uit onderzoek. Wat als een deel van die bloedpropjes niet zou verdwijnen? Hoeveel mensen zouden er dan niet na de minste inspanning omvallen?

Nu, ruim een jaar later, blijkt de schade van de longembolieën mee te vallen. “Het lijkt erop dat het lichaam de embolieën meestal goed opruimt, zeker in de longbloed­vaten,” zegt longarts Esther Nossent, een van de initiatiefnemers van de post-covidpoli van ­Amsterdam UMC, het spreekuur voor herstellende covidpatiënten.

Littekenweefsel

Nader onderzoek moet duidelijk maken wat de omvang van de restschade van de ziekte is. Wat ze op de post-covidpoli bij de patiënten zien, stemt optimistisch. Sinds de eerste golf worden hier patiënten na opname teruggezien en als ze klachten blijven houden ­worden ze verwezen naar fysiotherapie, ergotherapie, eventueel psychische ondersteuning en de andere specialismen die nodig kunnen zijn: longartsen, cardiologen, neurologen en infectiologen.

Hoewel Covid-19 nog altijd onbegrepen grillen heeft, is er na anderhalf miljoen bewezen coronapatiënten in Nederland en internationaal tienduizenden wetenschappelijke onderzoeken, veel geleerd. Het probleem van de bloedpropjes werd bijvoorbeeld grotendeels getackeld doordat artsen al snel begonnen met het toedienen van bloedverdunners bij opname van covidpatiënten in het ziekenhuis.

Dat scheelt al enorm, zegt Nossent. “Veruit de meeste patiënten kunnen daar na drie maanden mee stoppen.” Wel blijven de artsen in de nasleep alert op de aanwezigheid van eventuele bloedpropjes en de gevolgen daarvan op de langere termijn.

De artsen en fysiotherapeuten van de post-­covidpoli noteren meer meevallers in de spreekkamer. Die hardnekkige hoest, die maanden na besmetting met Covid-19 kan aanhouden, verdwijnt na verloop van tijd. Een soort wintertenen, hoogst zeldzaam – ook die genezen. Maar ook hier zijn er uitzonderingen. Niet iedereen krijgt bijvoorbeeld zijn geur en smaak terug. En dat is echt heel vervelend, zegt longarts Kirsten Kalverda. “Zeker als je van lekker eten en koken houdt.”

Vorig jaar vreesden sommige longartsen dat de pandemie een hausse aan nieuwe patiënten met onherstelbare longfibrose (littekenweefsel op de longen) zou opleveren. Ook dat blijkt mee te vallen. “Vrijwel alleen mensen die op de ic aan de beademing hebben gelegen hebben dat,” zegt Kalverda.

Langdurige beademing geeft risico op fibrose in de longen – ook bij een longontsteking door een ander virus. “Dat heeft ook met de beademing zelf te maken, niet alleen met het virus.”

Immuniteit en celverval

De patiënten op de poli worden gemonitord. Een deel van hen krijgt na drie maanden een longscan. Gevreesd werd dat de longen door de longinfectie flink zouden zijn aangetast, maar de scans geven een andere indruk. “Meestal zien we milde afwijkingen, maar die herstellen in de loop van de tijd.”

Het is dus niet aanne­melijk dat de vermoeidheid of kortademigheid bij mensen die herstellen van Covid-19 daarvandaan komt. Het beeld dat mensen na covid in puin ­liggen, willen de artsen van de poli dus graag nuanceren. Het overgrote merendeel van de ­patiënten is drie maanden na opname in het ziekenhuis al aardig op de been. Ja, en er is een kleine groep die heel traag herstelt en zelfs na een jaar nog een schim is van zijn oude zelf.

Onlangs bleek uit een lopend onderzoek van Amsterdam UMC en de GGD Amsterdam dat ongeveer 80 procent van covidpatiënten die in een ziekenhuis heeft gelegen, ook na drie maanden nog één of meer klachten heeft. Na zes maanden is dat bij meer dan de helft het geval. Kortademigheid en vermoeidheid worden het vaakst genoemd.

De nazorgpoli komt op basis van de ervaringen in de spreekkamer met een wat rooskleuriger beeld. Een kwestie van definitie. Als iemand een klein restverschijnsel heeft dat steeds milder wordt, beschouwt de poli de patiënt als opgeknapt. “Zes maanden na opname is circa 80 procent van de patiënten hersteld,” zegt Michèle van Vugt, hoogleraar inwendige geneeskunde, gespecialiseerd in infectieziekten. Maar ze maakt een belangrijke kanttekening: ongeveer 20 procent is dat dus niet. Mensen kunnen een jaar na besmetting nóg gevloerd zijn. Een schatting uit diverse onderzoeken is dat circa 10 procent kampt met langdurige klachten, een verschijnsel dat inmiddels de naam post acute sequelae of Covid (Pasc) draagt.

Vooral de energie krijgt een enorme dreun, zegt Van Vugt. Een trap oplopen en dan al kortademig en bekaf zijn. Na een jaar nog steeds niet de puf hebben voor een fietstochtje. “Jonge sportieve mannen en vrouwen, die nauwelijks herstellen, dat zien we ook.”

Waarom de één fluitend Covid-19 doorloopt, en een ander, die ogenschijnlijk fit is, in de vernieling ligt, is een van de grote vragen rond dit virus. Van Vugt: “Het heeft ongetwijfeld met immuniteit te maken en met de respons daarop. Maar ook vast met het celverval en spiercelverval. Maar hoe het precies zit, weten we niet.”

Revalideren met de rem erop

Patiënten hebben ook vaak last van angsten, slaapstoornissen, geheugen-, en concentratieproblemen. Haaruitval komt ook heel veel voor. En huidklachten, zoals schilferingen of bultjes. Die laatste twee symptomen zijn niet zo lastig te verklaren, zegt Van Vugt. “Dat zien we bij veel infectieziekten. Als iemand echt ziek is geweest, stuurt het lichaam alle energie naar de centrale organen: de nieren, het hart, de longen – die moeten goed werken. Wat aan de buitenkant zit, valt dan even af. Maar ook deze klachten gaan over.”

In de nazorg helpt de psycholoog patiënten te accepteren dat het herstel met kleine stapjes gaat. Soms bijna letterlijk. Ook de fysiothe­rapeuten hebben gaandeweg geleerd dat bij de revalidatie van covidpatiënten de rem erop moet. Heel gestaag, op een laag niveau conditie opbouwen, dat is de tactiek. “We snappen nog niet waarom, maar deze aanpak werkt beter dan zwaarder en harder trainen,” zegt fysiotherapeut Rosalie Huijsmans.

Zo zijn er nog vele vragen over het spoor dat Covid-19 door het lichaam trekt. Het is daardoor niet goed te vergelijken met andere infectieziekten, vindt Van Vugt. Het is een uniek ­virus, met eigen specifieke uitingen. “Er worden parallellen getrokken met bijvoorbeeld Q-koorts, maar het is toch anders. Zeker het enorme inleveren op conditie heb ik bij Q-koorts nooit zo gezien. En ook niet bij de ziekte van Pfeiffer. Nee, we zijn nog lang niet uitgeleerd.”

Langdurige klachten

Om de oorzaak van de langetermijn­effecten beter te leren begrijpen, gaat de post-covidpoli van Amsterdam UMC, die inmiddels 80.000 bloedmonsters heeft en de data van meer dan 1000 patiënten, samenwerken metonder andere het Radboudumc. Het doel is om te leren begrijpen wat het virus aan ravage in het lijf achterlaat. Circa 10 procent van de covidpatiënten houdt langdurig klachten, zoals malaise na inspanning, vermoeidheid, kortademigheid, een ­versnelde hartslag, spierzwakte en klachten als geheugen- of concen­tratieproblemen. De onderzoekers kijken of ze een link kunnen vinden tussen de hersenen, de longen, het hart- en vaatstelsel, de spieren en het immuunsysteem en de schade door Covid-19 en de langdurige klachten. Met die kennis hopen ze ­patiënten die met een lange nasleep kampen uiteindelijk beter te kunnen behandelen.

Meer over