PlusInterview

Corinne Ellemeet: ‘Ik begrijp niet dat anderen het klimaat níét belangrijk vinden’

Corinne Ellemeet: 'Er zijn partijen die vinden dat ze recht hebben op de macht. Dat conservatisme, dat vind ik pittig.' Beeld ANP
Corinne Ellemeet: 'Er zijn partijen die vinden dat ze recht hebben op de macht. Dat conservatisme, dat vind ik pittig.'Beeld ANP

GroenLinks-vicefractievoorzitter Corinne Ellemeet (46) ging de politiek in na de gedoogconstructie met de PVV. Ze wilde een daad stellen. ‘Ik deed al GroenLinks-blaadjes in brievenbussen, maar ik wilde laten zien dat ik bereid was de Kamer in te gaan.’

Jan Hoedeman

Haar moeder was een Brandt Corstius, haar vader een De Jonge van Ellemeet. Corinne Ellemeet is van adellijke komaf. Nooit vroeg iemand ernaar, totdat ze in Den Haag kwam: “Alleen parlementair journalisten doen dat.”

Als kind ervoer ze dat die twee families verschillende bloedgroepen waren. “Ze waren heel aardig naar elkaar, maar ik had het gevoel dat ik moest kiezen. Voor de Ellemeeten waren dienstbaar zijn en bescheidenheid de hoogste deugden. En de familie van mijn moeder Brandt Corstius was heel avontuurlijk en speels met taal. Ik vond mezelf een Brandt Corstius, maar nu ik volksvertegenwoordiger ben, dien ik mijn land. Dat is dan toch weer een beetje Ellemeet.”

Uw overgrootvader was tot in de Tweede Wereldoorlog adjunct-secretaris van koningin Wilhelmina. Uw grootvader voer op een onderzeeër in de oorlog, verwierf een Bronzen Kruis en schopte het tot viceadmiraal der zeestrijdkrachten. Dat moet toch mooie familieverhalen hebben opgeleverd?

“Dat zou je denken. Mijn jongste zus en ik dachten in de jaren negentig: onze grootvader is nu best oud, we moeten hem gaan interviewen. Vroegen we: ‘Hoe bent u dan viceadmiraal geworden?’ Dan zei hij: ‘Iemand moest het doen.’ Typisch Ellemeet, nul borstklopperij. Eén verhaal kenden we al wel. Hij was tweede man in een onderzeeër tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op een gegeven moment werd die onderzeeboot aangevallen. De eerste man raakte in paniek, mijn opa heeft het overgenomen. Zo heeft hij de onderzeeër gered. Die bemanning was hem zo dankbaar dat een van hen een schilderij heeft gemaakt toen hij Commandant der Zeemacht werd.”

“Wat ik zelf heel interessant vind; mijn grootouders Ellemeet waren heel koningsgezind. Als je daar kwam, lag het blad Vorsten in huis. Mijn overgrootvader werkte dus voor Wilhelmina, ze zat in de oorlog in Londen. Ze vertrouwde op enig moment niemand meer en ze heeft iedereen ontslagen, onder wie mijn overgrootvader. Dat vond ik dus heel fascinerend: nog steeds lag dat blad Vorsten naast de bank.”

Hoe hebt u zich in uw jeugd afgezet tegen uw ouders?

“Ik denk dat ik iets avontuurlijks heb: verder willen kijken dan wat je kent. Het was niet zo dat ik op 13-jarige leeftijd ongelukkig was, integendeel. Maar het was niet genoeg voor mij, ik was nieuwsgierig. Hoe kan het ook? Ik wilde meer van de wereld zien. Ik hoorde toen van een internationale school waar je jongeren bij elkaar brengt uit alle windstreken. Toen ik daarvan had gehoord, is het mijn hoofd blijven zitten: ik wilde daarnaartoe.”

U maakte uw middelbare school af in Italië op het United World College.

“Dat waren wel definiërende jaren, zo van 1993 tot 1995. Ik woonde op mijn 17de, 18de in Italië vlak bij Triëst, aan de grens met Kroatië en Slovenië. Het was oorlog in Joegoslavië en ik voelde het trauma van de oorlog in mijn kamergenootje Danka. Ik heb in vluchtelingenkampen gewerkt met kinderen, ik heb wel wat meegemaakt van de oorlog. Dat is heel bepalend voor me geweest. Dat je ziet dat zo’n oorlog helemaal tot op het persoonlijke niveau mensen tegen elkaar opzet. Onze vrede is niet vanzelfsprekend.”

Waarom besloot u zich te kandideren voor GroenLinks?

“Toen het eerste kabinet-Rutte intensief ging samenwerken met de PVV dacht ik: ik moet een daad stellen. Een gedoogconstructie met Wilders, ik was zo geschrokken. Dat wordt samengewerkt met een man die een groot deel van de bevolking hier weg wil hebben. Ik deed al GroenLinks-blaadjes in brievenbussen, maar ik wilde laten zien dat ik bereid was de Kamer in te gaan.”

Was het voor u moeilijk te kiezen of u lid werd van GroenLinks of van de PvdA?

“Geen moment! Omdat ik klimaat zo belangrijk vind en dat al vond. Ik begrijp gewoon niet dat anderen dat niet belangrijk vinden. De grap is wel dat toenmalig wethouder Lodewijk Asscher de eerste was die zei: je moet de politiek in. Ik was ambtenaar voor hem. Hij zei tegen mij: je bent veel meer een politicus dan een ambtenaar. En VWS-staatssecretaris Martin van Rijn, daar werkte ik daarvoor nog voor. Lodewijk en Martin waren mijn referenten toen ik solliciteerde bij GroenLinks. De commissie zei: ‘Zit je niet bij de verkeerde partij?’”

Hoe zorgt u ervoor dat de criticasters van een eventuele fusie van GroenLinks en de PvdA niet weglopen?

“We zijn niet één partij, ik hoop dat we intussen ook in de Tweede Kamer laten zien dat er in onze samenwerking ruimte is voor verschillende smaken. Het mooie van de Groenen in Duitsland is dat je verschillende stromingen ziet in partijen. De ‘fundi’s’ en de ‘realo’s’. Het mooie is dat er ruimte is voor beiden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat zo’n samenwerking niet een afgezwakt compromis wordt, maar verschillende stromingen heeft. Het is belangrijk dat je dat laat zien.”

U bent twee keer aangeschoven als secondant van Jesse Klaver bij de kabinetsformatie. Wat zag u in de donkere kamers van de macht?

“Er zijn partijen die vinden dat ze recht hebben op de macht. Dat conservatisme, dat vind ik pittig. Ik zag iemand als CDA-leider Wopke Hoekstra, die vond gewoon dat hij recht had op die macht. Dat er dan toch een wereldje is als het old boys network. Dat moet echt doorbroken worden. Dat moet. Het laat zien hoe belangrijk het is dat we groter worden. Uiteindelijk is het armpjedrukken.”

Waar verbaast u zich over in politiek Den Haag?

Een korte stilte. “Ik verbaas me in posi­tieve zin over de enorme toewijding van politici. Er wordt zo hard gewerkt, er worden zoveel uren gedraaid in een soms onveilige omgeving. We draaien dagen van soms wel vijftien uur. Ik zal ook niet zeggen dat politicus zijn een beroep is. Ik zie het meer als een soort heel intensieve maatschappelijke diensttijd dan als een beroep. Politicus is je land dienen, zoals mijn opa deed.”

“Soms verbaas ik me over de dynamiek tussen politiek en de media. Die twee houden elkaar in een soort greep van ophef. Ik denk dat het erger is geworden. Voor beide is het een verdienmodel. Mensen raken gewend aan wat je ze voorschotelt, maar we moeten mensen niet onderschatten, dat doen media en politiek te vaak. Mensen vinden inhoud echt interessant. Het hoeft echt niet altijd alleen maar juicy te zijn.”

Corinne Ellemeet

Rotterdam, 26 april 1976.
Studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en American Studies aan het Smith College in de VS.
Werd in 2017 verkozen in de Tweede Kamer, nadat ze in 2014-2015 al Kamerlid Linda Voortman verving. Eerder werkte ze onder meer als ambtenaar bij VWS, bij de gemeente Amsterdam en was ze adjunct-directeur bij de Westergasfabriek.