PlusNieuws

Bron- en contactonderzoek massaal uitgekleed: ‘Bron vaak niet meer te vinden’

GGD’en zien zich door het hoogoplopende aantal coronabesmettingen genoodzaakt om bron- en contactonderzoek uit te kleden. Dit vermindert het zicht op het virus en bemoeilijkt goede besluitvorming.

Marcia Nieuwenhuis
Een callcenter voor bron- en contactonderzoek. Beeld Jakob Van Vliet
Een callcenter voor bron- en contactonderzoek.Beeld Jakob Van Vliet

Dat blijkt uit een inventarisatie onder alle 25 Gemeentelijke Gezondheidsdiensten in Nederland. Liefst negentien GGD’en geven aan minder bron- en contactonderzoek te doen. Hierdoor kan minder goed in kaart worden gebracht hoe het virus zich verspreidt, erkennen meerdere gezondheidsdiensten.

Zo verklaart de GGD Brabant-Zuidoost, bij monde van GGD-woordvoerder Birgit de Bruijne: “Wij zien besmettingen in de horeca. Maar door het hoogoplopende aantal besmettingen en het uitgeklede bron- en contactonderzoek is het niet mogelijk om exacte cijfers te geven.”

Volgens oud-hoofd infectieziektebestrijding bij GGD Hart voor Brabant Jos van de Sande ‘zou je bijvoorbeeld over besmettingen in de horeca juist meer willen weten’. “Dat draagt bij aan het besef van urgentie en houd je scherp. Om prioriteit te stellen bij de te nemen maatregelen zou je dit óók willen weten.”

Fase 5

De uitvoering van het bron- en contactonderzoek is bij meerdere GGD’en compleet uitgekleed. Zo is er bij zeker twaalf GGD’en (Groningen, Hollands Noorden, Rotterdam-Rijnmond, Gooi en Vechtstreek, Zaanstreek-Waterland, Kennemerland, de drie GGD’en in Gelderland, Zeeland, Brabant-Zuidoost, Limburg-Noord) momenteel of afgelopen week sprake van fase 5, de minst uitgebreide vorm van onderzoek. Met corona besmette mensen moeten dan zélf contacten laten weten dat ze corona hebben. De GGD Utrecht constateert ook dat ‘mensen vrijwel geen contacten meer opgeven’. “Dit heeft als consequentie dat het lastiger is voor ons om zicht op het virus te houden,” beschrijft GGD-woordvoerder Sieneke Croes.

Bron- en contactonderzoek wordt gezien als belangrijk middel om het virus onder controle te houden. Door contacten van een besmet persoon meteen na te gaan en quarantaine aan te houden, wordt kans op verspreiding ingedamd. Veldepidemioloog Amrish Baidjoe: “Bron- en contactonderzoek werkt als een dijk. Op dit moment stroomt die dijk over en zul je met algemene maatregelen de infecties naar beneden moeten helpen.” Volgens hem is er ‘op dit moment een breed uitslaande brand en werkt bron- en contactonderzoek niet goed meer’. “Dat kun je ook zien aan wat het oplevert: in bijna 70 procent van de infecties kan de bron niet meer worden gevonden.”

Eerste ziektedag

Uit de recentste cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat van de bijna 52.000 nieuwe meldingen bij slechts 62,5 procent onderzoek is voltooid. In die gevallen lukt het de GGD’en om voor elke nieuwe positief geteste in kaart te brengen welke contacten deze persoon heeft gehad tijdens de besmettelijke periode, die twee dagen voor de eerste ziektedag begint. De weken ervoor was dat nog 86,7 en 90,9 procent. RIVM-woordvoerder Harald Wygchel benadrukt dat er nog altijd ruim 32.000 bron- en contactonderzoeken ‘wél zijn uitgevoerd’. “Dus we hebben gewoon nog steeds zicht op de epidemie.”

Oud-GGD-directeur Paul van der Velpen noemt het een ‘gemiste kans om geen geld vrij te maken voor bron- en contactonderzoekers’. “Op het moment dat je geen perspectief kunt bieden aan die bron- en contactonderzoekers gaan die om zich heen kijken en bijvoorbeeld terug naar de horeca. Je had juist een mooi leger opgebouwd dat je ook zou kunnen inzetten voor gezondheidsbevordering, wat in deze epidemie zo nodig is gebleken. Dat glipt nu door je vingers.”