Brandbrief grote steden: red statushouders van falend oud inburgeringsstelsel

De gemeenten Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag maken zich zorgen over 11.000 vluchtelingen die vallen onder het oude, falende inburgeringsstelsel. Dat schrijven ze in een brandbrief gericht aan het demissionaire kabinet.

Het Parool
null Beeld ANP / Annemiek Mommers
Beeld ANP / Annemiek Mommers

Op 1 januari 2022 gaat een nieuw inburgeringssysteem van start. Duizenden statushouders die voor die datum een verblijfsvergunning kregen moeten inburgeren onder het oude stelsel. In Amsterdam gaat het om 600 mensen. Dat is volgens de vier grote gemeenten onrechtvaardig en onverstandig: in 2018 was al duidelijk dat het oude systeem niet werkt.

Aan hun lot overgelaten

Statushouders zijn in het oude systeem zelf verantwoordelijk voor hun inburgeringscursus. Ze moeten via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een studielening aanvragen om de verplichte cursus te financieren. Op die manier worden statushouders, volgens de vier gemeenten, aan hun lot overgelaten. De overheid ging ervan uit dat gevluchte mensen die geen Nederlands spreken zelf hun inburgeringslessen kunnen organiseren.

Er zijn inburgeringsbedrijven die misbruik maken van de kwetsbare positie van statushouders. Met als uiterst resultaat dat sommige mensen na vijf jaar, wanneer ze hun inburgeringsexamen moeten doen, nog geen woord Nederlands spreken. Als ze niet voldoen aan de inburgeringsplicht kunnen ze boetes krijgen. Soms moeten ze zelfs hun DUO-lening, die kan oplopen tot 10.000 euro, terugbetalen.

Ontzorgen

Vanaf 1 januari kunnen gemeenten, in overleg met de statushouders, vaste lasten inhouden op hun uitkering. ‘Ontzorgen’ wordt dat genoemd. Het bedrag dat overblijft krijgen ze maandelijks overgemaakt terwijl ze werken aan hun inburgering. Ook worden gemeenten verantwoordelijk voor het aanbieden van inburgeringscursussen en zullen ze statushouders persoonlijke begeleiding bieden.

In Amsterdam krijgen statushouders zo vroeg mogelijk intensieve begeleiding. Daarnaast geeft de gemeente mensen die net een verblijfsvergunning hebben gekregen de mogelijkheid om naar het mbo te gaan. Ook kunnen statushouders bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen om op een informele manier Nederlands te leren.

Oud systeem

De mensen die al een verblijfsvergunning hebben, vallen nog onder het oude systeem. Ook als ze pas in 2022 een woning krijgen. Door de crisis op de woningmarkt zitten 11.000 statushouders nog vast in een asielzoekerscentrum (azc).

De wethouders vinden het pijnlijk dat ze straks de ene statushouder wel ondersteuning en onderwijs kunnen geven en diens partner of buurman, die eerder een vluchtelingenstatus kreeg, niet. Daarom roepen ze verantwoordelijk staatssecretaris Dennis Wiersma (VVD) in de brief op om iets te doen aan wat zij ‘een weeffout’ in de nieuwe wet noemen.

Een woordvoerder van Wiersma laat weten dat het ministerie van Sociale Zaken de brief ontvangen heeft en deze met zorg zal lezen. In overleg met de gemeenten werkt het ministerie al aan een plan om mensen die in de ‘ondertussengroep’ vallen (statushouders die voor 1 januari 2022 een vergunning kregen) beter te begeleiden. De gemeenten zeggen in de brief dat ze hopen dat ook deze statushouders onder de nieuwe regeling zullen vallen.