PlusExclusief

Bénédicte Ficq: ‘Er komt net zo’n groot onderzoek naar Tata als bij een moordzaak – daar ben ik extreem blij om’

Bénédicte Ficq: ‘Ik ben een beetje cynisch geworden. Dat ik denk: het is een duur onderzoek en de macht van Tata is walgelijk groot. Maar het is gelukt.’ Beeld Harmen de Jong
Bénédicte Ficq: ‘Ik ben een beetje cynisch geworden. Dat ik denk: het is een duur onderzoek en de macht van Tata is walgelijk groot. Maar het is gelukt.’Beeld Harmen de Jong

Bénédicte Ficq (1957) is strafpleiter. Bekend geworden met vele moord- en geweldszaken, heeft ze nu haar pijlen gericht op Tata Steel. Het Openbaar Ministerie kreeg ze zo ver een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar vervuilingspraktijken. Een interview aan de hand van steekwoorden. Over schieten op geprepareerde hoofden, de handen van Badr Hari en de edele bezigheid van het lummelen.

Marcel Wiegman

Goirle

“Ik heb er een jaar gewoond. We volgden mijn vader die burgemeester werd in IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen en later, op mijn tiende, van de gemeente Wittem in Zuid-Limburg. Aan Zeeland heb ik mijn liefde voor de zee overgehouden. Ik ben gek op wind en water. Maar het is vooral Limburg waar ik nog vaak kom. Met mijn drie zussen hebben we het huis van onze ouders gehouden. Mijn moeder kwam uit België. Een dwarse vrouw uit een onconventionele familie. Ze draafde niet zomaar op als dat van haar werd verwacht. Wat dat betreft, lijk ik op haar: dwars en weinig volgzaam. Van mijn vader heb ik zijn uiterlijk overgenomen.”

Vindicat

“Ik werd lid in 1978. Ik kende niemand in Groningen, dus wat doe je dan? Ik ging er feesten en heb er een paar goede vriendinnen aan overgehouden, maar ik kan me niet herinneren dat het zo serieus ballerig was. Die ontgroening! We moesten in de bossen van Drenthe prunussen kappen. Dat was het. Als ik dan zie wat er gebeurt met die bangalijsten. Ik walg daarvan.”

“Zelf was ik vooral bezig met loskomen van thuis, met ervaringen opdoen. In het eerste jaar heb ik niet eens boeken gekocht. Ik vond de studie rechten totaal oninteressant. Het mag een wonder heten dat ik het na 7,5 jaar heb gehaald. Ik deed weinig. Ja, ik werkte in café De Drie Gezusters en verdiende mijn eigen geld, maar verder? Het gekke is: mijn ouders bemoeiden zich er totaal niet mee. Studeren en het corporale leven, mijn moeder wist niet eens wat dat was.”

Balpenzaak

“Doorbraak? Doorbraak? Nou goed, publicitair was het mijn doorbraak: een student uit Leiden, uit een gegoede, intellectuele familie, zou aan zijn therapeut hebben verteld dat hij zijn moeder had vermoord door met een kruisboog een balpen in haar oog te schieten. Zijn vader, een natuurkundige, was overtuigd van zijn onschuld en stelde dat zijn vrouw ongelukkig was gevallen en zo die pen in haar oog had gekregen, maar de zoon kreeg toch twaalf jaar cel.”

“Ik ben in de beroepsfase met een kruisboog onder mijn arm naar het AMC gegaan, waar ze op geprepareerde hoofden schietproeven hebben gedaan. Die waren ontlastend. Hij is in hoger beroep vrijgesproken. Het besef dat het verkeerd had kunnen aflopen, vond ik onthutsend. De rechter zag een jongen voor zich zitten die zijn zoon kon zijn, die zijn taal sprak. Maar wat als hij een kleurtje had gehad en een andere achtergrond? Ik kan mij voorstellen dat hij dan gewoon achter de tralies was gegaan voor moedermoord.”

Tata Steel

“Een van de ceo’s zei op een bijeenkomst in Wijk aan Zee: Tata Steel is een ontembaar monster. Dat ben ik volledig met hem eens. Je kan het aan de fabriek zien: het woeste geweld, 24 uur per dag. Bewoners hebben mij gevraagd te bekijken of de leiding van Tata zich schuldig maakt aan strafbare feiten: criminele verontreiniging door het lozen van stoffen die de gezondheid in gevaar brengen. Daar staat twaalf jaar gevangenisstraf op, vijftien jaar als het de dood tot gevolg heeft. We hebben aangifte gedaan. Het OM vond die zo geloofwaardig dat het grootschalig opsporingsonderzoek gaat doen, net als bij een moordzaak.”

“Ik ben een natuurlover, dus deze zaak is me op het lijf geschreven. Een cadeau. Ik vind het fascinerend dat mijn gebruikelijke cliënten altijd onmiddellijk in de kraag worden gevat als er sprake is van een verdenking van een strafbaar feit, maar dat leidinggevenden van dit soort grote, vervuilende fabrieken overal mee wegkomen. Ik ben een beetje cynisch geworden. Dat ik denk: het is een duur onderzoek en de macht van Tata is walgelijk groot. Maar het is gelukt. De eerste stap op weg naar vervolging is gezet. Ik ben extreem blij – en ook wel een beetje trots.”

Schieten

“Heb ik gedaan. Op een schietbaan. Ik wilde weten hoe het voelt als je een pistool, een revolver of een nog groter wapen in je hand hebt. De terugslag, wat er met je lichaam gebeurt. Ik wilde het zien, voelen, ruiken. Interessant, maar verder boeit het me niet. Ik vond het niet leuk of zo. Het is trouwens geen goed idee om te schieten als je het niet kunt. Dat bleek wel. Mijn kogels vlogen alle kanten op. Levensgevaarlijk.”

Badr Hari

“Ik wist helemaal niet hoe beroemd hij was, toen ik hem ging bijstaan. Naïef misschien, maar ik ben gewoon niet geïnteresseerd in vechtsporten. Ik had zo’n rare veronderstelling dat boksers hele grote handen hebben. Nou, dat had hij niet. Dat vond ik opvallend, dus sprak ik één keer mijn verbazing uit over de rankheid van zijn handen. Dat heb ik geweten. De haat stroomde dagelijks binnen via mijn mailbox. Ik was een Marokkanenhoer. Het was heel normaal om mij zo te noemen. De roddelpers dook erop. Elke dag stond er wel iets over Badr Hari in de krant. Op straat werd ik opeens herkend. Het werd een zaak waarin mensen hun lelijkste kanten lieten zien.”

Peter R. de Vries

“Ik kende hem goed, zakelijk. We kwamen elkaar regelmatig tegen, wisselden informatie uit. Waar hij natuurlijk een koning in was, was het oplossen van onopgeloste zaken. Een heel bijzondere man. Het is onvoorstelbaar wat hem is overkomen. Een enorme schok, net als de moord op Derk Wiersum. Ik heb er gewoon geen woorden voor. Het is te groot, te wreed, het is een aanslag op de rechtsstaat. Het vak is erdoor veranderd. We voelden nadien een soort rouw met zijn allen om de stap die is gezet en die je nooit voor mogelijk hield. Niet dat ik me daarvoor onaantastbaar voelde, maar dit? Het gaat zo diep, dat ik het niet eens publiek wil verwoorden.”

Sjoemelsigaret

“Een sigaret met kleine gaatjes in het filter, waardoor er schone lucht meekomt bij elk trekje en ze bij proeven met een rookmachine minder schadelijk lijken. Net als bij Tata hebben we aangifte gedaan voor het toebrengen van schade aan de gezondheid. De cijfers staan nog altijd in mijn hoofd gegrift: 385 doden per week, alleen al in Nederland. Als door een bepaald merk auto per week 385 mensen zouden verongelukken, wat zou er dan gebeuren? De zaak is geseponeerd, de tabaksindustrie bleek te machtig. Ik heb daar weken van moeten bijkomen.”

“Ik heb dertig jaar gerookt, maar ik had me nooit gerealiseerd hoe bizar het überhaupt is dat je rook kunt inhaleren zonder die kotsend en hoestend weer uit te spugen. Ik weet nu dat dat kan omdat de industrie antihoestmiddelen heeft verwerkt in de sigarettenrook. Dat is zo onwaarschijnlijk pervers. Ik heb verslagen van fabrikanten gelezen waarin staat dat er nog heel veel winst te boeken is onder ‘vrouwen en negers’. Dat noemen ze ook gewoon zo. Het is een gewetenloze, psychopathische industrie.”

Lummelen

“Dat kan ik heel goed. Gewoon niks doen. Een beetje zitten procrastineren. Heel belangrijk als de boog regelmatig strak gespannen staat. Ik vind het fijn: een rondje fietsen of een beetje slap lullen. In elk geval niet met mijn werk bezig zijn. Ik doe het elke dag wel. Als het kan, lummel ik. Mijn brein heeft het nodig om tot goede invallen te komen. De beste ingevingen voor pleidooien krijg ik juist in periodes dat ik niets doe. Dan ploppen de zinnen zo op.”

Liquidatiekantoor

“Ik weet niet wie die bijnaam heeft verzonnen. Het is irritant, het doet ons geen recht. Maar ze doen maar. Natuurlijk: we doen liquidaties en grote zaken als Marengo en Passage, maar we zijn zoveel meer dan dat. Ik vind het nogal krapjes om ons zo te noemen. Kijk naar Tata Steel of de sigarettenindustrie en vele andere zaken.”

“Sinds vijf jaar heten we overigens Ficq & Partners. Daarvoor was het Meijering Van Kleef Ficq & Van der Werf. Toen er nog een maat bij kwam, dachten we: nu wordt de rij namen wel erg lang, laten we iets korters verzinnen. Omdat mijn naam de kortste was… Nee, echt, hahaha. Het bekt lekker. En nou ja, ik ben wel de oudste hier, dus zo gek is het helemaal niet.”

Flitsdiner

“Lang tafelen, dat trek ik echt niet. Dat eindeloze hangen, dat eindeloze gewauwel. Weer een ronde en weer een glas. Als het heel gezellig is en het zo uitkomt dan gebeurt het, maar het is niet mijn hobby. Iedereen is welkom, maar rond een uur of negen hebben we alle onderwerpen wel gehad. Dan is het toch een beetje: wegwezen. Dan ben ik toe aan stilte. Mensen die mij goed kennen, weten dat. Sterker: de meeste mensen vinden het heerlijk. Niet uit gezapigheid, maar ook omdat je af en toe even niet wilt praten.”

IS-vrouwen

“Hebben ze er vijf naar Nederland gehaald? En die worden hier berecht? Goed dat ze terug mogen komen, maar mij hoeven ze niet te vragen. Ik verdedig overtuigingsverdachten niet, mensen die er extreme denkbeelden op na houden en het vaak ook nog belangrijk vinden dat hun advocaat hun gedachtegoed over het voetlicht brengt. Ik doe dat niet met ultrarechts, niet met ultralinks en ook niet met verdachten van terrorisme. Uiteraard vind ik dat iedereen verdedigd moet worden, maar ik wil niet bijdragen aan haat en ontwrichting van de democratie. Dan zeg ik: zoek maar een ander. Dat denk ik zeker ook als ik de hitserigheid zie waarmee lieden als Thierry Baudet de maatschappij vergiftigen. Die zou ik ook nooit verdedigen. Echt nooit. Geert Wilders ook niet. Ik moet er niet aan denken. Ze willen mij ook niet, hoor, dus dat maakt het heel simpel.”

Dilan Yesilgöz

“Haar zus heeft bij ons op kantoor gewerkt. Ik had het handiger gevonden als de minister ook een juridische achtergrond had gehad, maar ze zal ongetwijfeld goed geïnformeerd worden door de ambtenaren op het ministerie van Justitie. Haar partij vind ik een groter probleem. Ik ben niet van de VVD. Maar ik heb nog niet veel kunnen zien van haar, dus ik onthoud me nog van commentaar. Het is in elk geval goed dat het een vrouw is. Die zie je veel te weinig terug op hoge posities, net als mensen met andere roots of een andere kleur. Wat dat betreft, is het ontzettend fijn dat we nu iemand van Koerdische herkomst hebben.”