Nieuws

Basisvaardigheden op scholen zorgwekkend: externe hulptroepen moeten niveau opkrikken

Basisteams met onderwijsexperts gaan scholen helpen bij het verbeteren van de basisvaardigheden bij hun leerlingen, zoals taal en rekenen. Dat staat in een masterplan dat onderwijsminister Dennis Wiersma donderdag presenteert.

Het Parool
De basisteams moeten ervoor zorgen dat leraren zich meer op lesgeven kunnen richten. Beeld Tjapko de Heus
De basisteams moeten ervoor zorgen dat leraren zich meer op lesgeven kunnen richten.Beeld Tjapko de Heus

Deze ‘vliegende brigades’ moeten kennis, extra handen en hulp op school bieden, zodat onderwijsteams er niet alleen voor staan. De basisteams kunnen bijvoorbeeld helpen om het leesplezier bij leerlingen terug te brengen of om de administratie te verminderen, zodat leraren zich meer op lesgeven kunnen richten.

Wiersma: “In tegenstelling tot hoe ‘hulp’ in het verleden misschien ervaren is, wil ik expliciet benadrukken dat deze teams pertinent niet tot taak hebben een plan de school in te gooien en dan maar te kijken hoe ‘ze’ dit gaan uitvoeren. Het gaat hier om echte hulp.”

De teams zullen dus ook niet de rol van de schoolleiders, het lerarenteam, de interne begeleiders of de taal- en rekencoördinatoren overnemen, benadrukt de bewindsman. Voor het schooljaar 2022-2023 moeten deze externe hulptroepen al voor zo’n 150 scholen in het primair en voortgezet onderwijs beschikbaar zijn om de basisvaardigheden bij tienduizenden leerlingen te versterken.

Basisniveau

En dat is hard nodig, want leerlingen hebben vooral moeite met de vaardigheden diep en kritisch lezen: bijna een kwart van de Nederlandse 15-jarigen is hierbij niet in staat om het basisniveau te halen. Door de coronacrisis hebben leerlingen ook nog eens vertraging opgelopen in begrijpend lezen en spelling. De zorgen bij rekenen zijn minder groot, maar er blijven veel leerlingen hangen op het basisniveau en er wordt op scholen te weinig gestreefd naar hogere prestaties voor excellente leerlingen.

Dus ligt er nu een heus masterplan voor de basisvaardigheden taal, rekenen/wiskunde, burgerschap (positief bijdragen aan de samenleving) en digitale geletterdheid, met daaraan gekoppeld een vaste zak geld van 1 miljard euro. In het masterplan staan eerste voorstellen om onderwijsprofessionals meer tijd en vaardigheden te bezorgen, extra aandacht te geven aan lezen en boeken op school en de voortgang van de aanpak in de gaten te houden. Ook een ‘goed en helder’ landelijk curriculum (onderwijsprogramma), een lang gekoesterde wens in onderwijsland, staat op de agenda.

Zo’n 500 scholen krijgen van minister Wiersma ook de mogelijkheid om via een subsidieregeling middelen aan te vragen en zélf een verbeterslag te maken op de basisvaardigheden. Zo kunnen zij bijvoorbeeld extra uren onderwijstijd bekostigen voor leerlingen die dit het meest nodig hebben.

Praktijk weerbarstig

De laatste jaren is de praktijk – mede door de coronacrisis en de lerarentekorten – weerbarstig geweest, constateert Wiersma. De onderwijsinspectie luidt al twee jaar de noodklok, omdat steeds meer jongeren het onderwijs onvoldoende geletterd en/of gecijferd dreigen te verlaten. Maar door de pandemie was het onmogelijk het onderwijs zo te ‘renoveren’ dat de terugloop kon worden gestopt.

Sterker nog, de resultaten van leerlingen op het gebied van taal, rekenen en burgerschap kwamen verder onder druk te staan. De oplossing volgens de waakhond: onderwijsprofessionals moeten bijscholen.

“Ik vind het nonsens dat het huidige probleem vooral zou liggen bij leraren en schoolleiders,” pareert minister Wiersma de vraag of onderwijsprofessionals de schuldige zijn. “Dat doet geen recht aan de inspanningen die deze professionals de laatste jaren hebben gedaan. Als ouder van een kind op de basisschool en een kind op de kinderopvang realiseer ik me dat zij de belangrijkste schakel zijn voor de ontwikkeling van mijn kinderen.”

Over de schutting gegooid

Volgens de bewindsman is het probleem van achterblijvende basisvaardigheden de afgelopen jaren veel te makkelijk over de schutting gegooid bij de scholen.

“Nu zitten we allemaal op de blaren en dus moeten wij komen helpen. Want de mensen in het onderwijs moeten eindelijk alle ruimte krijgen om de vaardigheden van kinderen bij te spijkeren. Die afkalving is een aanslag op toekomstige generaties, een sluipmoordenaar. En de consequenties zullen groot zijn, want nu opgelopen achterstanden werken maatschappelijk door.”

De bal teruggekaatst

En de kritische onderwijsinspectie krijgt de bal teruggekaatst. Wiersma: “De inspectie heeft de verbeteringen van de basisvaardigheden voor de komende jaren als speerpunt aangemerkt. Aan hen vragen wij dus ook expliciet om er samen scherper op toe te zien of scholen er alles aan doen om hun bijdrage aan de onderwijskwaliteit te leveren. Bij scholen die dat niet doen, wordt sneller ingegrepen en strenger gehandhaafd. Het niveau moet omhoog.”

Wanneer kan het tij dan gekeerd zijn? De inspectie noemde onlangs een termijn van twee jaar. Wiersma: “Het heeft mijn hoogste prioriteit om de basis op orde te brengen, neemt u dat van me aan. Als het morgen kan, doe ik het morgen. Dit is een veelomvattend probleem, maar we kunnen met het masterplan forse stappen maken. Dan hoeft het absoluut geen dertig jaar te duren voordat de weg omhoog weer is gevonden.”

In april trok de Onderwijsinspectie aan de bel: het niveau van taal en rekenen bij basisschoolleerlingen moet binnen twee jaar verbeterd zijn:

Meer over