Alcoholgebruik en roken onder scholieren daalt niet meer, lachgas in de lift

De dalende trend van alcoholgebruik en roken onder scholieren is gestagneerd. Dat blijkt uit twee onderzoeken van het Trimbos-instituut, het RIVM en de GGD’s. 

Beeld ANP

De organisaties stellen wel grote regionale verschillen vast en pleiten voor een gerichter beleid en aanvullende maatregelen om de ‘ambitieuze doelstellingen’ uit het Nationaal preventieakkoord te realiseren.

Het percentage scholieren dat ooit een sigaret opstak, daalde de afgelopen decennia flink: van 54 procent in 1999 tot 23 procent in 2015. Tussen 2015 en 2017 zwakte de daling af tot 17 procent. De meting in 2019 komt uit op hetzelfde percentage, waarmee de daling ‘dus is gestagneerd’, concludeert het Trimbos-instituut.

Opvallend zijn volgens het kennisinstituut de grote verschillen tussen de opleidingsniveaus. Zo heeft 24 procent van de scholieren op het VMBO basis-/kaderberoepsgericht ooit gerookt tegenover slechts 12 procent op het VWO. Van de jonge rokers geven bijna twee op de vijf (38 procent) aan binnen één maand te willen stoppen.

Het percentage scholieren dat ooit alcohol gebruikte, daalde geleidelijk in de periode 2003-2015 (van 84 procent naar 44 procent) maar is vooralsnog ook tot stilstand gekomen, constateert het Trimbos-instituut. De stagnatie geldt voor alle leeftijden, alsook voor de verschillende ‘maten’: ‘ooit alcohol gedronken’, ‘alcohol gedronken in de afgelopen maand’, ‘dronkenschap’ en ‘
bingedrinken’.

Bijna de helft van de 12- tot en met 16-jarige scholieren (47 procent) gaf in de meting van 2019 aan ooit alcohol te hebben gedronken. Iets meer dan een kwart (26 procent) zelfs ook in de maand voorafgaand aan het onderzoek. In groep zeven en acht van het basisonderwijs heeft één op de acht leerlingen (13 procent) al eens gedronken. 

Regionale verschillen

Bij het alcoholgebruik onder jongeren vallen de regionale verschillen op, blijkt uit de Gezondheidsmonitor jeugd van de GGD’s. Meer stedelijke GGD-regio’s, waaronder ook Amsterdam, laten relatief lage percentages zien, terwijl meer plattelandsregio’s als West-Brabant, Fryslân, Hart voor Brabant en Twente hogere percentages kennen. Een verklaring ligt mogelijk in verschillen in omgevingsfactoren en achtergrondkenmerken van de jongeren.

De gestagneerde daling in het gebruik van alcohol en tabak onderstreept de noodzaak van preventiebeleid, zowel landelijk als regionaal. Er is nog veel winst te behalen, stelt het kennisinstituut. “Dat kan bijvoorbeeld
 door intensivering van acties in het Nationaal Preventieakkoord en de regionale preventieakkoorden die nog worden afgesloten en waarnaar ook wordt verwezen in de Voortgangsbrief Nationaal Preventieakkoord.”

Beeld ANP

Het gebruik van cannabis laat een soortgelijk beeld zien als alcohol en tabak. Vergeleken met 1999 (17 procent) hebben scholieren in 2019 (10 procent) beduidend minder ervaring met het gebruik van cannabis. Maar zowel voor het gebruik ooit in het leven als in de afgelopen maand zijn de percentages sinds 2015 ongeveer gelijk gebleven. Voor de meeste harddrugs, zoals xtc, cocaïne en amfetamine, was die stabilisatie er al sinds 2007.

E-sigaret, heat sticks en lachgas

Waar het gebruik van traditionele middelen is gestabiliseerd, geldt dat niet voor nieuwe verleidingen zoals de e-sigaret, heat sticks en lachgas. Het percentage 12- tot 16-jarigen dat ooit een e-sigaret heeft gerookt, daalde tussen 2015 en 2017 aanzienlijk (van 34 procent naar 28 procent), maar tussen 2017 en 2019 slechts licht tot 25 procent.

Het gebruik van e-sigaretten is echter nog steeds hoger dan dat van reguliere sigaretten (17 procent), aldus het Trimbos-instituut. Het percentage scholieren in deze leeftijdsgroep dat ooit een heat-not-burn-product heeft gerookt, ligt nu op 3 procent. Van de jongeren die zo'n product gebruikt, met de IQOS als bekende merknaam, doet 17 procent dit bijna wekelijks of vaker.

Bij het gebruik van lachgas zien de onderzoekers een stijging onder scholieren tussen de 12 en 16 jaar in het voortgezet onderwijs. In 2019 had 10 procent van deze jongeren ervaring met lachgas vergeleken met 8 procent in 2015. Eén op de tien heeft ooit lachgas gebruikt en 2,5 procent deed dat nog in de maand voor het onderzoek. Van de scholieren in de hoogste groepen van het basisonderwijs heeft 2,3 procent ooit lachgas gebruikt.

Onduidelijkheid
Voor nagenoeg alle nieuwe middelen geldt volgens het Trimbos-instituut dat er nog weinig onafhankelijk onderzoek naar is verricht, waardoor onduidelijkheid bestaat over de effecten en risico’s op korte en langere termijn. “Wel lijken ze vaak een onschuldig(-er) imago te hebben dan de traditionele middelen. Voor alle middelen is de vraag of dit terecht is. Gezondheidsprofessionals maken zich bijvoorbeeld zorgen dat het drinken van alcoholvrije dranken de stap naar het drinken van alcoholhoudende dranken wellicht kleiner maakt. Onderzoek naar dergelijke effecten is echter nog schaars,” aldus het kennisinstituut.

Het Peilstationsonderzoek scholieren van het Trimbos-instituut levert sinds de jaren 80 de landelijke cijfers voor wat betreft het middelengebruik van scholieren in Nederland. In 2019 deden bijna 8000 leerlingen mee aan het onderzoek: bijna 1800 leerlingen van 446 basisscholen en ruim 6000 leerlingen van 110 scholen in het voortgezet onderwijs.

Meer over