Nieuws

Aantal daklozen neemt opnieuw af, maar ‘praktijk toont ander beeld’

Het aantal daklozen in Nederland is voor het tweede jaar op rij gedaald, nadat er jarenlang sprake was van een stijging. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Branchevereniging Valente zet vraagtekens bij de daling.

Het Parool
Daklozen werden in april vorig jaar tijdelijk opgevangen in de Calandhal in Amsterdam-West.  Beeld Dingena Mol
Daklozen werden in april vorig jaar tijdelijk opgevangen in de Calandhal in Amsterdam-West.Beeld Dingena Mol

Op 1 januari van dit jaar waren 32.000 Nederlanders van 18 tot 65 jaar dakloos, terwijl er in 2020 nog ruim 36.000 daklozen waren. Zij sliepen op straat, bij de daklozenopvang of bij familie of vrienden. In de jaren hiervoor was er lange tijd een stijgende trend te zien; in 2009 hadden zo’n 18.000 mensen geen vaste woon- of verblijfplaats, in 2018 steeg dat aantal naar een piek van 39.000.

In de afgelopen vijf jaar is de groep jongere daklozen van tussen de 18 en 27 jaar flink gekrompen. In 2016 maakten zij 35 procent uit van de mensen zonder eigen bed. In 2021 is dat bijna gehalveerd naar 18 procent. Het percentage daklozen van tussen de 27 en 50 jaar nam juist toe. Dat geldt ook voor het percentage dakloze mensen tussen 50 en 65 jaar.

Amsterdam

Uit de nieuwste cijfers blijkt dat 80 procent van de daklozen man is en relatief vaak in een van de vier grote steden verblijft (37 procent) – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Ter vergelijking: van alle Nederlanders tussen 18 en 65 jaar was de helft man en woonde ongeveer 16 procent in een van deze vier steden.

Deze zomer luidde Amsterdam de noodklok over het aantal dak- en thuislozen. In juni stonden in Amsterdam 2000 mensen op een wachtlijst voor opvang. Zij leven in de noodopvang of hebben meerdere logeeradressen. Ook het aantal ‘economisch daklozen’ – mensen zonder huis die geen beroep doen op hulpverlening – groeit; in de regio Amsterdam betrof dat aantal tussen de 2000 en 3000 personen.

Tijdens de coronacrisis opende de gemeente 250 opvanglocaties om het groeiende aantal daklozen op te vangen. Het ging onder meer om mensen die al enige tijd dakloos zijn en om mensen die recent hun huis waren kwijtgeraakt door bijvoorbeeld een echtscheiding of het verlies van hun baan.

Wethouder Simone Kukenheim (Zorg) en de inmiddels opgestapte wethouder Laurens Ivens (Wonen), opgevolgd door Jakob Wedemeijer, vroegen het rijk om hulp voor de komende vier jaar. Ze stellen dat de woningnood moet worden aangepakt, daklozen landelijk gespreid moeten worden en er structurele financiële steun moet komen voor de aanpak van dak- en thuisloosheid.

Onzichtbare daklozen

In de landelijke CBS-cijfers valt op dat bijna twee derde van de daklozen een niet-westerse migratieachtergrond heeft. Onder 18- tot 27-jarigen had zelfs 58 procent een migratieachtergrond. Van alle Nederlanders in deze leeftijdsgroep heeft 19 procent een migratieachtergrond.

Valente, de branchevereniging voor de maatschappelijke opvang, zet vraagtekens bij de daling. “De praktijk van de opvang laat op dit moment een ander beeld zien: de opvang is overvol en dagelijks kloppen alleenstaanden en gezinnen aan voor wie geen plek is. Ook de door het CBS gerapporteerde afname van het aantal dakloze jongeren is in de praktijk niet zichtbaar.”

Volgens de branchevereniging zijn er in Nederland veel onzichtbare dakloze mensen, die niet zijn meegenomen in de schattingen. Dat zijn onder anderen volwassenen en jongeren die vanwege spanningen in huis of vanwege huiselijk geweld tijdelijk elders verblijven.

Dakloze ouderen van boven de 65 blijven in de cijfers van het CBS buiten beeld. Dat geldt ook voor kinderen jonger dan 18, van wie de ouders dakloos raken. Valente meldt dat in 2020 1650 minderjarige kinderen samen met hun ouders zijn opgevangen.

Meer over