PlusAchtergrond

Zwart supermodel Pat Cleveland (71) is nog altijd de ster van de catwalk

Pat Cleveland met modeontwerper Roy Halston in 1972. Beeld Getty Images
Pat Cleveland met modeontwerper Roy Halston in 1972.Beeld Getty Images

Pat Cleveland, de legendarische superster van de catwalk, is op haar 71ste nog steeds een veelgevraagd model. Ze komt dit jaar met een jazzalbum en werkt met acteur en producer Jamie Foxx aan de verfilming van haar leven.

Fiona Hering

Ze heeft zojuist geknuffeld met lokale lama Michelle. Een schatje, zegt Pat Cleveland met nog altijd kinderlijk enthousiasme over de telefoon vanuit een boeddhistisch centrum in de bergen nabij het Lago Maggiore. Ze komt er al twintig jaar. In de jaren dat ze een modellenbureau runde, woonde ze aan het meer. Daarvoor was ze de ongekroonde koningin van de catwalk. Geroemd om haar energie vloog ze al pirouetten makend de catwalk over en bracht ze de kleren al dansend tot leven. Het maakte haar intens geliefd bij diverse generaties.

Paradiso

Ze heeft zich staande weten te houden in een industrie die geobsedeerd is door jeugd. Op haar 71ste is ze nog steeds een veelgevraagd model. Onlangs schoot ze in Parijs samen met dochter Anna, eveneens model, een beautycampagne voor de socials van Valentino. Na het interview met deze krant vliegt ze naar huis in New Jersey voor een kofferwissel, gevolgd door een commerciële shoot in Palm Springs. Een dag later vergadert ze in Los Angeles met producers Jamie Foxx en Datari Turner over het filmscript dat ze schreef gebaseerd op haar leven, al eerder beschreven in haar autobiografie Walking with the muses. Cleveland hoopt de jonge regisseur Kira Kelly aan boord te krijgen. Corinne Foxx, de 28-jarige dochter van acteur en producer Jamie Foxx, gaat waarschijnlijk een jonge Pat spelen. “De timing is goed, ik wil dat jonge mensen niet vergeten dat er ondanks de beperkingen van nu veel vrijheid is. Dat je – wie je ook bent – nog steeds je dromen kunt najagen.”

Ze heeft zelf nooit anders gedaan, dit jaar brengt ze een jazzalbum uit. Onlangs was daarvan al het nummer Falling in love te horen, in de nieuwe collectievideo van couturier Ronald van der Kemp, die haar naar Amsterdam had overgevlogen. “Ik ben dol op Ronalds kleren, en zó mooi, de opnames in het magische Paradiso. Het was zo intens, een dag eerder was mijn vriend André Leon Talley overleden. Ik voelde de aanwezigheid van zijn geest en hoorde hem zeggen: You go sing your song, girl. Het voelde alsof ik het nummer regelrecht naar boven stuurde, naar André. Kippenvel en tranen.”

Pat Cleveland in de nieuwe collectie van Ronald van der Kemp. Beeld Ferry van der Nat
Pat Cleveland in de nieuwe collectie van Ronald van der Kemp.Beeld Ferry van der Nat

Cleveland was close met Talley, de eerste zwarte editor die het wist te schoppen tot de hoogste regionen in de modewereld. “We go way back, before all of his Vogue stuff. Ik heb hem in New York nog aan zijn eerste baantje geholpen, bij Interview magazine. Ik hield van André omdat hij vrijpostig was, aanwezig, altijd spraakzaam en vrolijk. Hij heeft vele deuren geopend voor jonge mensen in de industrie. Helaas is ook Thierry Mugler, nog zo’n grootse persoonlijkheid, kort na André overleden. Hem kende ik ook al zó lang. De eerste keer op zijn atelier ontving hij me in een Star Trek-overall, alsof hij de kapitein was van een ruimteschip. In 1984 liet hij me tijdens een show in een club in Parijs als de Madonna aan een touw naar beneden zakken, zwanger van mijn dochter.”

Never a dull moment

Falling in love is een van tien songs die voor haar zijn geschreven door songwriter en producer Maurice Lynch Music. Opnames voor het album starten in maart in New York. In de jaren zeventig zong Cleveland al in diverse clubs in New York, in 1975 stond ze op Broadway in de musical Let my people come. “Slechts een handvol ­modevrienden wist ervan, want in die tijd waren musicals niet cool in fashion. En wat denk je: op een avond kwam André, hij had een lading modelui meegenomen, ze namen pontificaal plaats op de voorste rij. Typisch André.”

Pat Cleveland in New York (1967). Beeld Getty Images
Pat Cleveland in New York (1967).Beeld Getty Images

Ze groeide op in Harlem als dochter van de ­Afro-Amerikaanse (inclusief een scheutje inheems bloed) kunstenaar Lady Bird Cleveland en de Zweedse saxofonist Johnny Johnston. Pa verliet al vroeg het nest, in haar jeugd was er weinig geld, maar never a dull moment in huize Lady Bird. ‘Tante’ Katherine Dunham oefende met collega-dansers vaak in de woonkamer, Eartha Kitt en Billie Holliday waren er kind aan huis. Net als contra-alt Marian Anderson. “Thuis zong ze nooit, zei ze, maar met mij wilde ze wel Twinkle twinkle little star zingen. Soms zaten we op de eerste rij bij shows van Eartha Kitt. Ik herinner me die ene keer in het Apollo Theater in Harlem, Eartha omringd door dragqueens van wie ik me vooral de harige benen herinner. Eartha kroop over de vloer, bleef pal voor ons liggen en zong Santa baby.

Op haar 15de werd Cleveland ontdekt in de metro en ontpopte ze zich tot een van de eerste succesvolle zwarte modellen, waarmee ze het pad baande voor Iman en Naomi Campbell. Vrouwen van kleur werden midden jaren zestig niet toegelaten tot coutureshows, maar Eunice Johnson, oprichter van het eerste Afro-Amerikaanse magazine Ebony, huurde Cleveland in voor een showtour met een bus vol gekleurde modellen en met door Johnson gekochte couture. “Zie het voor je: een zwarte vrouw samen met royalty bijeen tijdens een coutureshow. Ongepast in die tijd, maar Mrs Johnson was de enige editor die hele collecties kocht. Ze was steenrijk. De jonge Yves Saint Laurent en Hubert de Givenchy waren haar zeer dankbaar voor haar steun.”

Pat Cleveland in 1975. Beeld Getty Images
Pat Cleveland in 1975.Beeld Getty Images

De bus zorgde vooral in het gesegregeerde zuiden vaak voor opschudding. Cleveland moest er eens rennen voor haar leven toen de Ku Klux Klan in de tuin stond van haar hotel in Little Rock, Arkansas. Compleet met brandende fakkels. “Racisme heb ik van jongs af aan ervaren. Mijn moeder was opgegroeid in Georgia, tijdens vakanties bracht ik er veel tijd door met mijn ­neven en nichten die donkerder waren dan ik. In sommige wijken gooiden mensen stenen naar ons. Ik kon het niet tolereren, raapte ze op en gooide terug.”

Zeldzame parel

Europa stond meer open voor diversiteit en een uitgebreider kleurenpalet, dus vertrok Cleveland in 1970 naar Milaan en Parijs. Met de Puerto Ricaanse illustrator Antonio Lopez woonde ze in het gastenappartement van Karl Lagerfeld in de Rue Bonaparte. “Iedereen wilde met hem naar bed. Hij was extreem gevoelig, kon geweldig dansen en was zó knap.” Met ontwerpers Roy Halston, Calvin Klein en Andy Warhol bleef ze ook feesten op Fire Island. “Ontwerper Ste­phen Burrows, illustrator Richard Bernstein en ik arriveerden er steevast per watervliegtuig.”

Ze had affaires met diverse beroemde mannen – ‘niets bijzonders, dat waren de enigen die op feesten voorhanden waren, er bestond geen ­datingapp’. Bokser Muhammad Ali wilde met haar trouwen, maar dan moest ze wel stoppen met het dragen van minirokken. Mick Jagger was ‘één en al fun’ en Jack Nicholson was ‘alles wat je je maar kunt indenken en meer’. Uiteindelijk trouwde ze met de Nederlandse fotograaf Paul van Ravenstein. “Hij is een zeldzame parel, we zijn 38 jaar getrouwd en nog even gelukkig.”

Tijdens de Parijse modeweek in april 2019 ging het mis, kort na het lopen van een show moest ze met spoed naar het ziekenhuis en werd darmkanker ontdekt. In datzelfde American Hospital was Karl Lagerfeld een maand eerder overleden. “Dat wist ik niet, maar opeens stond hij aan mijn bed en vertelde me dat alles goed zou komen. En zo geschiedde.”

Pat Cleveland in de nieuwe collectie van Ronald van der Kemp.  Beeld Ferry van der Nat
Pat Cleveland in de nieuwe collectie van Ronald van der Kemp.Beeld Ferry van der Nat

Omdat haar verzekering niet geldig was buiten de Verenigde Staten, begonnen haar modevrienden een crowdfundingsactie om de rekeningen te betalen. Die leverde anderhalve ton op. “Ik kreeg zo veel liefde, ze waren er allemaal voor me. Het ziekenhuis weigerde me eerst op te nemen, maar toen zijn hier en daar wat telefoontjes gepleegd en kreeg ik de couture treatment. Ik had uiteindelijk dezelfde chirurg als Jean Paul Gaultier.”

Discriminatie in de modewereld is zeker nog geen verleden tijd, concludeert Cleveland. Neem het etnisch profileren van Edward Enninful, hoofdredacteur van de Britse Vogue, die in augustus 2020 door een portier van zijn eigen uitgever in Londen te kennen werd gegeven dat hij de achterdeur moest gebruiken.

Diezelfde Enninful krijgt nu op sociale media naast lof ook kritiek op zijn laatste cover, waarop de huid van modellen zwarter zou zijn gefotoshopt. “Onzin, gewoon een kunstzinnige cover, prachtig en mysterieus,” vindt de immer positieve Cleveland. “Een creatieve uiting van schoonheid, laten we dat waarderen. Edward moet gewoon zijn gevoel blijven volgen, uiteindelijk zal er plek zijn voor alle huidskleuren en iedereen. Laten we negatieve mensen negeren, they don’t belong on the painting.”

Vrij naar Fontana

Fotografenduo Blommers/Schumm, veel werkzaam voor de mode- en luxe-industrie, interpreteerde op verzoek van het Design Museum Den Bosch de werken van de Italiaans-­Argentijnse kunstenaar Lucio Fontana die in bezit zijn van het museum. Het duo speelt met de schijnbare eenvoud van Fontana’s werk, onder meer door er een ander voorwerp aan toe te voegen, het object te verdubbelen of het perspectief van ruimtelijke vormen plat te slaan. Te zien t/m 17 april.

Gamen met Prada

Modehuis Prada werkt samen met gamefabrikant Ubisoft voor de populaire outdoor sports game Riders Republic. Digitaal skiën, snowboarden, biken, wingsuiting en rocket wingsuiting kan vanaf nu in Prada’s Linea Rossacollectie, mét Prada equipment. Alles speciaal ontworpen voor de game met een streetwearsausje, denk prints met namen als wild stripes en camouflage rock.

Meer over