PlusInterview

Zora del Buono schreef hoe haar oma een vloek afriep over de familie: ‘Ze bewonderde Tito tot het einde’

Zora del Buono. Beeld Yvonne Boehler
Zora del Buono.Beeld Yvonne Boehler

De Zwitsers-Italiaanse Zora del Buono schetst in De maarschalk het leven van haar Sloveense grootmoeder, die als communistisch matriarch een mannengezin bestierde en wapens smokkelde voor Tito’s partizanen.

Marjolijn de Cocq

De grootmoeder van Zora del Buono heette Zora Del Buono. De hoofdletter D werd bewust gevoerd in het communistische doktershuishouden in het Italiaanse Bari – want ‘del’ stond voor de oude Italiaanse adel waar radioloog Pietro Del Buono en de van oorsprong Sloveense Zora (geboren Ostan) zich verre van distantieerden.

Het was Manfredi, jongste zoon en vader van de auteur, die de D weer klein maakte; als jonge arts in Zürich wilde hij juist niets meer met het communisme te maken hebben. “Maar hij heeft die naamsverandering nooit officieel gemeld. Ik schrijf mijn naam dus eigenlijk verkeerd,” vertelt Del Buono (59), met de nachttrein vanuit Berlijn in Amsterdam gearriveerd.

Del Buono woont ruim 35 jaar in Berlijn, maar groeide op in Zürich, in een ‘tweemeidenhuishouden’. Ze keert er vaak terug om haar dementerende moeder Marie-Luise te verzorgen – zoals ze haar moeder als jong meisje al bijstond. Haar vader was op 32-jarige leeftijd omgekomen bij een auto-ongeluk, Del Buono was nog maar acht maanden oud. Maar opgroeiend was zij zich altijd bewust van het overstelpende verdriet van haar moeder.

Grootmoeder Zora Del Buono met Pietro del Buono, op een receptie voor medici in hun palazzo in Bari.  Beeld Familiearchief Zora del Buono
Grootmoeder Zora Del Buono met Pietro del Buono, op een receptie voor medici in hun palazzo in Bari.Beeld Familiearchief Zora del Buono

Nu heeft ze haar roerige familiegeschiedenis – met een grootmoeder die als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, het Interbellum, de Tweede Wereldoorlog en de vorming van Joegoslavië onder leiding van Josip Broz Tito vijf nationaliteiten zou voeren – neergelegd in de historische roman De maarschalk. Vurig, koppig en heerszuchtig was Zora Del Buono (1897 -1980), zoals haar kleindochter schrijft: ‘Aanvoerder, dirigent, maarschalk.’

Een grootmoeder van wie ze veel hield ook, en van wie ze zich Lieblingsenkelin wist, de lievelingskleindochter. Uit liefde getrouwd met een jonge Italiaanse soldaat die streed aan de kant van de overwinnaars, voelde Zora Del Buono zich beknot door het moederschap. Rosa Luxemburg was haar voorbeeld, ze wilde een actieve rol spelen op het veranderende wereldtoneel. Onder het mom van ‘keurige doktersvrouw’ wist ze wapens te smokkelen voor Tito’s partizanen.

De roman is doordesemd van oorlog; van de slag aan de Isonzo in 1916, waardoor het Sloveense dorp Bovec waar Zora opgroeide de Italiaanse naam Plezzo kreeg, tot de vluchtelingenkampen in de Sinaï-woestijn in Egypte, waar oorlogsvluchtelingen op de loop voor de nazi’s in de jaren veertig werden opgevangen. Ook schrijft Del Buono over de inzet van chemische wapens door de decennia heen.

Als u een maand eerder hier was geweest, zouden we een heel ander gesprek hebben gevoerd. Maar uw boek bevat nu uiterst actuele echo’s. Hoe ervaart u dat?

“Terwijl wij hier zitten, komen duizenden vluchtelingen uit Oekraïne Berlijn binnen. Ik ontdek nu dat ik oorlog nooit echt heb begrepen. Ja, ik heb erover geschreven. Ik heb dagboeken gelezen van soldaten in de Eerste Wereldoorlog, ik heb gelezen over de gifgasaanvallen. Maar als je ziet wat er nu gebeurt – en dat het ineens voorstelbaar wordt dat het ook ons kan overkomen. Want als Poetin op die atoomknop drukt, moeten we wegwezen.”

“Ik woon in Berlijn op de bovenverdieping van een oud ziekenhuis, ik deel die met vier mensen. En we praten nu ineens de hele tijd over politiek. Dat deden mijn grootouders ook, ik herinner me dat van toen ik als klein meisje in hun palazzo in Bari logeerde. Hiervoor deden we dat nooit. Natuurlijk was er altijd ergens oorlog – maar die betrok je niet zo op jezelf. Ik snap pas nu hoe mijn grootouders zich gevoeld moeten hebben en hoe zij echt geloofden dat een ander systeem als het communisme een betere toekomst kon brengen.”

U noemt het palazzo. Een door uw grootmoeder ontworpen modernistisch paleis ‘ter waarde van twaalf appartementen in Rome’ waar grootse ontvangsten werden gehouden. Ze leefden op grote voet, daar zit toch een tegenstrijdigheid met dat uitgedragen communisme.

“Mijn grootmoeder was een vat vol tegenstrijdigheden. Ze kon warm zijn, en koud. Ze was de meest genereuze persoon die ik gekend heb – maar ze bepaalde wel voor wie en vooral: voor wie niet. Ze voelde zich gevangen door haar gezin en haatte het omdat ze gevangen zat. Maar ze was tegelijk een obsessieve moeder. Ze had vooral zeer complexe gevoelens tegenover haar oudste zoon Davide, maar ze haatte ook haar schoondochter omdat die hem van haar had afgepakt. Na de dood van mijn vader, de jongste, droeg ze alleen nog zwart – en ze overleefde haar drie zoons. Ik kende haar alleen in het zwart en het verdriet was altijd voelbaar.”

Hoe voelde het om uw vader Manfredi del Buono als personage tot leven te wekken?

“Ik heb hiervoor nooit gevoelens voor mijn vader gehad. Ik wist dat het verdriet van mijn moeder zo groot was dat er niet over hem kon worden gepraat. Maar door het schrijven van dit boek – ik heb brieven gelezen die mijn ouders aan elkaar schreven - heb ik hem een beetje leren kennen en dat voelt goed. Hij was een anekdote, nu is hij meer een man van vlees en bloed.”

“Hij was de enige zoon die vrijwillig medicijnen ging studeren. Mijn moeder was in Zürich zijn radiologe. Ze werkten zó hard. Maar elke zondagmorgen om zes uur belde mijn grootmoeder hen op. Mijn vader had niet de kracht om te zeggen dat ze dat niet moest doen, dat ze wilden uitslapen. Mijn moeder heeft wel eens gezegd dat ze niet wist hoe dat op langere termijn zou zijn gegaan – ze vond het heel moeilijk dat hij zijn moeder geen tegenwicht kon bieden.”

Centraal in uw boek staat een familiegeheim – ‘De gebeurtenis.’ Die zou een vloek op uw familie hebben gelegd waardoor vijf familieleden, onder wie uw vader, bij een auto-ongeluk, om het leven zijn gekomen.

“Mijn grootmoeder zei altijd: ‘Het is allemaal mijn schuld.’ Maar ik wist niet waarom. Ik hoorde dit pas toen ik vijf jaar geleden begon met mijn research. Ik wilde schrijven over de relatie van mijn grootouders met Tito. Mijn grootvader heeft hem een paar maal behandeld, en hij heeft waarschijnlijk voorkomen dat Tito tijdens een bezoek aan Moskou in opdracht van Stalin bij een operatie na een foute diagnose werd vermoord.”

Maarschalk Tito spreekt een menigte toe in 1953. Beeld Bettmann Archive
Maarschalk Tito spreekt een menigte toe in 1953.Beeld Bettmann Archive

“Maar toen kwam tante Mila, echtgenote van mijn oom Greco en inmiddels zelf overleden, ineens met het verhaal van die ‘gebeurtenis.’ Ik denk omdat ze mijn grootmoeder haatte, die heeft haar het leven tot hel gemaakt. Toen ze besefte wat ze had verteld en aan wie, maande ze me gelijk dat ik daar níet over moest schrijven. Maar voor mij werd er ineens meer duidelijk over die mysterieuze familie van mij – en ik wist meteen dat het een ander boek zou worden.”

“Mijn grootmoeder was een sterke vrouw met sterke meningen. Maar op het moment dat het erop aankwam, was ze klein en zwak geweest. Mijn grootouders werden daarna uit de communistische partij gezet, hun huis werd afgepakt. Het was 1948, de partij wilde geen rijke, hoogopgeleide bohemiens meer, geen saloncommunisten en Titoïsten – maar proletariërs en Stalinisten.”

U eindigt met een monoloog van uw grootmoeder in 1980, teruggekeerd naar haargeboorteland om in een armzalig verzorgingstehuis te sterven. Waarom heeft u voor deze vorm gekozen?

“Dat diende zich zo aan.” Lacht. “Maar toen mijn agente mijn manuscript had gelezen – ze is Heel Belangrijk en Heel Angstaanjagend– kwam die aanzetten met Het boek der herinneringen van Péter Nadás, een dikke zevenhonderd pagina’s. ‘Dít,’ zei ze, ‘dít wil ik van je.’ Ze vond dat ik de periode van 1948-’80 die de monoloog bestrijkt moest uitwerken. Maar dat wilde ik niet – ik wilde alle personages recht doen en de puzzelstukjes ineen laten vallen, maar niet té uitgewerkt. Het is voor de geconcentreerde lezer.”

“Ik heb me altijd afgevraagd waarom mijn grootmoeder terugging, terwijl ze bij mijn grootvader had kunnen blijven. Hij was dement maar werd in betere omstandigheden verzorgd. Toch liet ze hem achter. Ze bewonderde Tito tot het einde, ik denk dat ze een beetje verliefd op hem was. Maar ik denk ook dat ze, na zestig jaar Italië, verlangde naar haar vaderland; naar het landschap, de taal, het eten van vroeger. De eerste dagen van deze oorlog begreep ik dat ineens. Ik dacht: we gaan er allemaal aan. En ik wil niet sterven in Berlijn. Ik stapte in de auto en reed naar Zwitserland, land van mijn jeugd.”

null Beeld

Zes maanden in Amsterdam

In de winter van 1986/’87 woonde Zora del Buono zes maanden in Amsterdam. Ze studeerde architectuur en kwam, gelokt door verhalen over onder meer de Melkweg, naar Nederland. Ze spreekt nog steeds de taal, die ze leerde met een talenpracticum op het Goethe Instituut. “Toen ik aankwam, ben ik vanuit een telefooncel alle architectenbureaus uit het telefoonboek gaan bellen. Ik begon bij de A, bij de B had ik beet. Ik vond een woning op de Marnixstraat, hoek Rozengracht. Maar ik was heel neurotisch en claustrofobisch, bang in liften en bussen en ook op het kantoor van het architectenbureau. Na vier weken gaven ze me een getuigschrift dat ik de stage had doorlopen. De rest van de tijd heb ik met mijn hond, een grote windhond, door de stad gelopen. En ik heb van geld dat ik eigenlijk niet had een kaketoe gekocht die in de etalage van een dierenwinkel zat. Zo zielig. Maar die kaketoe ging niet samen met mijn hond, dus die heb ik aan Artis gegeven. Wie weet, misschien leeft die nog.”

DE MAARSCHALK

Zora Del Buono

Vertaald door Michel Bolwerk

Meulenhoff, €22,99,

382 blz.

Meer over