Zeventig schatten terug naar Irak

DEN HAAG - Cultuurminister Ronald Plasterk heeft vandaag bijna zeventig historische schatten uit Mesopotamië overgedragen aan ambassadeur Siamand A. Banaa van Irak.

De stukken werden door de Erfgoedinspectie en Interpol getraceerd op het internet, waar Nederlandse handelaren ze aanboden. Handel in dergelijke stukken komt nog veel voor. Het is een gevolg van illegale opgravingen en ook van de plundering van het Nationaal Museum van Bagdad in 2003.

Onder de stukken die nu teruggaan, is een tichel ofwel baksteen met inscriptie van Nebukadnezar, de machtige vorst van het Nieuw-Babylonische rijk die ook in de bijbel voorkomt. Hij 'ondertekende' met de steen de tempel die hij liet bouwen voor de Zonnegod.
Volgens de betrokken Leidse archeoloog Diederik Meijer is het mooi dat de schatten teruggaan, maar is dat niet het belangrijkste van de overdracht.

De overdracht moet ook een publiek signaal afgeven dat men internationaal de illegale praktijken wil aanpakken. "In de kunsthandel zie je constant zaken uit Mesopotamië opduiken. Met kalasjnikovs gewapende bendes struinen de vindplaatsen in Irak af op zoek naar handel. Maar die voorwerpen zelf komen vaak op de een of andere manier wel weer boven water.

De ellende van het illegale opgraven is juist dat het de bendes alleen om de spullen gaat. De context waarin ze worden gevonden, verdwijnt. Waar zijn ze gevonden, wat was hun functie, wat melden de teksten, wat kan ik uit al die gegevens concluderen? Zonder context heb je er weinig aan."

Irak was in betere tijden heel zuinig op de archeologische vindplaatsen, vertelt Meijer. "De archeologische dienst had kennis en middelen, totdat Saddam Hoessein veel geld wegsluisde naar doelen die hij belangrijker vond. De dienst heeft nu geen geld meer." (ANP)

Meer over