Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

‘Wist je dat Jan Emmink mijn opa was?’ appte mijn vriendin over de opmerkelijke connectie met Godfried Bomans

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

Ze kwamen binnen op de redactie toen zij voor het eerst in 25 jaar in Nederland was om kerst te vieren met haar ouders. Maar het verband had ik niet gelegd, tussen de heruitgegeven kinderboekjes van Godfried Bomans en mijn lang geleden om de liefde naar de Verenigde Staten vertrokken vriendin Saskya.

Ik scheef een stuk over die boekjes, een nostalgische uitgave in cassette van uitgeverij Hoogland & Van Klaveren met de originele illustraties van Jaap Pander en Jan Emmink. Over de eerste viel het een en ander te vermelden. Hij illustreerde (heerlijke titels alleen al) De ijdele engel, Het luie jongetje en De ontevreden vis.

Literatuurcriticus Arjan Peters, die het voorwoord Een meesterlijke speler schreef, vermeldt daarin de goede verstandhouding tussen Bomans en Pander en de huisbezoeken van de schrijver bij de tekenaar in Haarlem. ‘Van de Utrechtse illustrator Jan Emmink (1930-1991), die Jan de zebra, de verliefde zebra en Het locomotiefje voor zijn rekening nam, zijn geen nadere gegevens over dit project overgeleverd,’ aldus Peters.

Mijn vriendin, terug in LA, las mijn verhaal online. ‘Wist je dat Jan Emmink mijn opa was?’ appte ze.

Nee, dat wist ik niet.

Kleine reconstructie: Andries Emmink, de vader van Jan, gaf in in Batavia leiding aan Drukkerij Emmink van onder meer de titels Statuten en Huishoudelijk Reglement van de Vaderlandsche Club en Verhandelingen van het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen.

Er is meer te sprokkelen op internet. De slagzin ‘Laat Emmink voor u drukken’. En, op de site van de Rijksdienst voor Cultureel erfgoed, een geïllustreerde ‘plakadres’ (zoiets als een label) van wandkalender uit 1928: ‘Zending van Drukkerij Emmink, Weltevreden.’

Jan nam, hij was begin twintig, de drukkerij over toen zijn vader ziek werd en daarna op de operatietafel overleed. Hij had in Nederland zijn patroonsdiploma gehaald en op dansles in Amsterdam de ‘Wienerin’ Stefanie leren kennen – ze trouwden met de handschoen zodat zij hem na kon reizen naar Batavia.

En toen: de oorlog. “Mijn moeder kwam met drie kinderen in een Jappenkamp terecht,” vertelt haar zoon Thijs, na de oorlog geboren en de vader van mijn vriendin. “Mijn vader was dwangarbeider bij de aanleg van de Birma-spoorlijn.”

Na de oorlog kwam het gezin via de vluchtelingenopvang in Bussum in Naarden terecht (dus niet Utrecht). Jan ging werken bij J.F. Duwaer & Zonen – dezelfde uitgeverij die de boekjes van Bomans in 1953 uitgaf. “Ja, dat moet via de zaak zijn gegaan,” zegt Thijs. “Ik herinner me dat Godfried nog een keer bij ons thuis is geweest.”

Mooie samenloop.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over