PlusBoekrecensie

Wil Margriet de Moor met deze wisselvallige maar boeiende verhalenbundel zien hoe ver ze kan gaan?

Margriet de Moor durft nog volop te experimenteren – en al pakt dat niet altijd even goed uit, het levert wel een boeiende bundel op over mensen waar meneer en mevrouw God het hunne van denken.

Marjolijn de Cocq
Margriet de Moor is vooral sterk in de verhalen die door de bundel zijn geweven over Noordwijk, haar geboortedorp.  Beeld ANP /  ANP
Margriet de Moor is vooral sterk in de verhalen die door de bundel zijn geweven over Noordwijk, haar geboortedorp.Beeld ANP / ANP

Daar heb je hem weer, Joseph Haydn. Vorig jaar was het Anna Enquist die zich inleefde in de Oostenrijkse componist in haar laatste roman Sloop. Enquists hoofdpersoon, de succesvolle Nederlandse componist Alice Augustus, is daarin dermate obsessief bezig met het leven van Joseph Haydn dat ze zich in alles aan hem spiegelt.

Margriet de Moor (die net als Enquist een muzikale achtergrond heeft) betreedt Haydns brein juist op zijn sterfbed in Wenen, waar hij op 31 mei 1809 overleed. ‘De oude musicus ligt in zijn bed te sterven,’ opent het verhaal Joseph Haydn sterft, in haar nieuwe bundel Meneer en mevrouw God. Hij heeft weken van de ‘allermiserabelste frustraties’ achter de rug; vlak voor zijn huis gebulder, geratel en ontploffingen van de Franse troepen die de stad in puin schieten.

Maar terwijl de dieptreurenden rondom zijn bed een bezweet gelaat met een mond die in een boze grijs openhangt deppen, voelt de oude musicus geen hels gemartel meer. Hij bevindt zich in een merkwaardige toestand in een leven dat nog nooit, geen moment, níet ‘door muzieknoten is gevoed, gevleid en afgejakkerd’. Nu beluistert hij zijn zielenstemmen, de heerlijkste composities – die niet meer stante pede verwezenlijkt hoeven te worden.

Gierzwaluwtjes

Met die composities komen sleutelmomenten in zijn leven voorbij zweven. En niemand weet dat het ‘achter de dichte oogleden frisjes is, dat de zon schijnt en dat er spreeuwen en gierzwaluwtjes rondvliegen’ – een sterk poëtisch beeld. Maar er wringt iets, in dit verhaal van een auteur die vaak om haar stilistische verfijning wordt geprezen. Want het is soms zo ontzettend plat en lelijk.

De aanvallen door het leger van Napoleon: ‘rotherrie’. Het wonder dat Haydn ervaart: ‘grote mazzel’. Die muziekobsessies die hem zo satanisch hadden getreiterd: ‘Haha! Je kan er niks meer mee, hè? Nikserdenaksie hahaha!’ Is dit bedoeld om te lachen? Wil De Moor zien hoe ver ze kan gaan in de vermenselijking van de verheven componist?

Veel sterker is ze dan in de Noordwijkse verhalen die door de bundel zijn geweven. Eerst in een essayachtige bespiegeling over het dorp waar ze in de oorlogswinter werd geboren als één van tien kinderen en tot haar zeventiende onafgebroken bleef, want een groot gezin als het hunne ging in die tijd niet op vakantie. Het Noordwijk ook dat ze als schrijver – en meer schrijvers – exploiteert ‘met even weinig scrupules’ als de projectontwikkelaars.

Twee zusjes laat De Moor er elke zomer bij hun stiefzus logeren, de eerste keer in een ronduit heerlijk absurdistisch verhaal waarin ze een obsessie opvatten voor burgemeester Leonardo Theo Musch. Alleen ‘iets kolossaals’ kan die overstemmen – waarna wordt overgegaan (tuurlijk, logisch, vindt hij ook) tot de aanschaf van een MiG-straaljager, bouwjaar 1975. Met die zusjes is (behalve de rode jurken die ze gemeen hebben met de vrouw die in het boek poseert voor Rembrandts Het Joodse bruidje) meer aan de hand. Want in haar wendingen blijkt De Moor gaandeweg deze bundel onverschrokken.

Woferl Mozart

Er wordt veel gestorven. Hartverscheurend, in het verhaal over de zorgeloze jeugd van een zekere Harmke Louise waarin De Moor theatraal vooruitwijst op een fatale afloop. Of bijna, in geval van ‘Nannerl’ en ‘Woferl’ Mozart die tijdens een verblijf in Den Haag – waargebeurd, mooi vanuit hun vader verteld – na langdurige ziekbedden aan de dood ontsnappen, zodat Leopold Mozart op 22 januari 1766 alsnog drie gulden (sic) entreegeld kan vragen voor een concert met zijn dochter en ‘wonderjoch’ Wolfgang Amadeus.

En er wordt lustig gedood – van het in kindertoon gezette verhaal van Judith en Holofernes tot de ontsnapte koe die als een in tweeën gesplitst kadaver aan de haken komt te hangen. Verteller: ‘De hoeven hebben we er dan al af gehakt, de uiers eraf gesneden en recht door het borstbeen hebben we de elektrische zaag getrokken die de anatomie van het dier definitief verandert in ossenhaas, mergpijp en entrecote.’

De Moor durft nog volop te experimenteren – en al pakt dat wisselvallig uit, het levert wel een boeiende bundel op over mensen waar meneer en mevrouw God het hunne van denken. Mooist is het ragfijne miniatuur over die vader van tien, hoofd van de katholieke uloschool te Noordwijk, onder meer docent Frans. Ze zat bij hem in de klas, zijn dochter van nu tachtig, en ervoer hoe hij de lesstof zo snel mogelijk klassikaal wilde instampen zodat er verder kon worden gelezen in Le petit prince, of chansons konden worden gezongen.

Een West-Friese boerenzoon, zelf oudste uit een gezin van dertien kinderen, die op zijn elfde ’s ochtends in alle vroegte het land op ging om koeien te melken. En dan haar beeld van hem, voor het schoolbord. ‘Zijn glimlach, zijn gebaren worden één met de taal. Mijn vader is een Fransman.’

Meneer en mevrouw God

Margriet de Moor
De Bezige Bij, €23,99
159 blz.

null Beeld
Meer over