Filippo Scotti (Fabietto Schisa), Teresa Saponangelo (Maria Schisa) en Toni Servillo (Saverio Schisa) in The Hand of God.

PlusFilmrecensie

Wervelende ode aan Napels en de cinema in The Hand of God

Filippo Scotti (Fabietto Schisa), Teresa Saponangelo (Maria Schisa) en Toni Servillo (Saverio Schisa) in The Hand of God.Beeld Gianni Fiorito

The Hand of God mag dan wel geproduceerd zijn door streaminggigant Netflix, hij is duidelijk gemaakt voor het grote doek. Paolo Sorrentino’s filmische memoires over het trauma uit zijn jeugd zijn op en top cinema.

Roosje van der Kamp

Niemand beheerst tonale verschuivingen zo als de Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino (La Grande Bellezza). Met zijn vrolijke, strakke eerste helft en zijn sombere en meanderende tweede helft lijkt The Hand of God op het eerste gezicht misschien uit balans. Maar de film, die als een trapezeartiest tussen satire en melancholie schommelt, is niet onevenwichtig verteld. Het is een verhaal in twee delen dat dient als een filmische verkenning van uitersten: plezier en pijn, wonder en tragedie, het heilige en het goddeloze.

In Sorrentino’s cinema zijn deze tegenstellingen zo nauw met elkaar verbonden dat ze vaak naadloos in elkaar overvloeien, tot ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Een jongeman vrijt met een oudere dame terwijl de Heilige Maria vanaf een schilderij op hen neerkijkt; een vrouw in een strakke, korte witte jurk buigt voorover om de patroonheilige van Napels op zijn monnikskap te kussen en wordt vanachter bij haar kont gegrepen; een jongen besluit om Maradona in een thuiswedstrijd te zien spelen in plaats van te gaan skiën met zijn ouders en ontsnapt daarbij aan het noodlot.

In dit semiautobiografische coming-of-ageverhaal over de allesbepalende zomer van de zestienjarige Fabietto ‘Fabiè’ Schisa (Filippo Scotti) in Napels zien we hoe rouw letterlijk onze kijk op het leven verandert. Verteld met verwijzingen naar Diego Maradona – wiens transfer naar Napels de Schisafamilie dichter bij elkaar brengt en die Fabietto zelf, indirect, redt van het noodlot – draait deze film om Sorrentino’s jeugdtrauma: de nacht waarin hij alles verliest en daardoor, vreemd genoeg, ook alles weer wint. Een wonder doordrenkt van tragedie.

Filmisch pingpongen

Met zijn nieuwste film produceert Sorrentino iets wat nog het dichtst in de buurt komt van wat we tegenwoordig autofictie noemen. Dat is een vertelling over het leven van de maker zelf, waarin fictie en realiteit samensmelten en niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Een populair genre in de literatuur, maar een lastig genre voor film. Pogingen resulteren vaak in stijve verhalen die het literaire niet helemaal van zich kunnen afschudden. Maar The Hand of God is, ontegenzeggelijk, cinema.

Op het 78ste Filmfestival in Venetië. Regisseur Paolo Sorrentino (voorgrond) en acteurs Toni Servillo, Marlon Joubert, Teresa Saponangelo, Filippo Scotti en Luisa Ranieri. Beeld Yara Nardi/REUTERS
Op het 78ste Filmfestival in Venetië. Regisseur Paolo Sorrentino (voorgrond) en acteurs Toni Servillo, Marlon Joubert, Teresa Saponangelo, Filippo Scotti en Luisa Ranieri.Beeld Yara Nardi/REUTERS

Sorrentino weet het weefsel van herinneringen, de flarden van impressies en waarnemingen waaruit herinneringen bestaan en zijn opgebouwd, op film te vangen. Het vergt een volledige beheersing van de filmkunst om zoveel te vertellen in alleen beeldtaal. Dat gebeurt zonder gebruik te maken van voice-over of dagboekaantekeningen die ons de weg wijzen in het binnenste van Fabiè . En ook zonder boekachtige dialogen tussen de personages die het voorgaande netjes voor ons samenvatten.

“Het enige wat ik weet is hoe ik moet kijken!” zegt Fabiè dan ook. Nieuwkomer Filippo Scotti verbeeldt de jongvolwassen Fabiè op hypnotische wijze. Zijn kaak verslapt als hij kijkt, met grote ogen, naar de bonte personages in zijn leven. Sorrentino brengt het plezier dat hij beleeft aan dit kijken gemakkelijk over op het grote doek, met zijn karakteristiek filmisch pingpongen van wide-shots en close-ups vanuit verschillende hoeken.

Afhangende schouders

Sorrentino is een emotieve verteller die het verdriet van zijn personages niet als een voyeur benadert, maar die hun ongemak zwaar op de vertelling laat drukken. Een melancholisch glimlachje, afhangende schouders, een doffe blik. Hij is meester van de camerabewegingen, dit keer onder leiding van cameraregisseur Daria D’Antonio, die wat ingetogener zijn dan we misschien van Sorrentino’s films gewend zijn, maar die desondanks de emotie op het scherm overbrengen. Afwisselend en speels in de eerste helft, sober en ingetogen in de tweede.

“Inspireert dit je niet?” laat Sorrentino de regisseur Antonio Capuano aan het eind van zijn film tegen zijn jongere zelf zeggen, wild gebarend naar de kustlijn van Napels. The Hand of God eindigt met Fabietto’s vertrek naar Rome, de stad van de Italiaanse cinema, en is daarmee bijna een verontschuldiging. In een wervelende film presenteert Sorrentino toch een ode aan Napels, de stad waarin hij zijn jeugd verloor, maar daarvoor in de plaats cinema terugkreeg.

The Hand of God

Regie Paolo Sorrentino

Met Toni Servillo, Filippo Scotti, Teresa Saponangelo

Te zien in Cinecenter, De Uitkijk, Filmhallen, Kriterion, City, Tuschinski, Rialto De Pijp en VU, Studio/K en vanaf 15/12 op Netflix

Maradona

The Hand of God heet de nieuwste film van Paolo Sorrentino, naar de uitdrukking die de Argentijnse voetballer Diego Maradona gebruikte om een handsdoelpunt te beschrijven dat hij scoorde tijdens de kwartfinales van het wereldkampioenschap in 1986. Dat leverde producent Netflix bijna een rechtszaak op, want Maradona had geen toestemming gegeven voor het gebruik van zijn beeltenis. Netflix reageerde: de film gaat niet over Maradona, maar over de jeugd van Sorrentino. Dat mag dan waar zijn, toch komt de man als personage een paar keer in de film voor, vanachter gefilmd of bijna onherkenbaar in een auto – dat dan weer wel.

Meer over