PlusBoekrecensie

Wensdroom of liefdessprookje? Ingalls schrijft met een geraffineerde mengeling van droge humor en realistisch aplomb

Een van de magische dingen aan Mevrouw Caliban is hoezeer de oorspronkelijk in 1982 verschenen novelle van Rachel Ingalls (1940-2019) aanvankelijk een tamelijk traditioneel literair buitenwijkbluesje lijkt in de openingsscènes.

Dirk Jan Arensman
Rachel Ingalls. Beeld Gaia Banks
Rachel Ingalls.Beeld Gaia Banks

In de openingsscène van Mevrouw Caliban lezen we hoe vertelster Dorothy haar man, Fred, naar zijn werk ziet vertrekken; schutterig en met vaag gemompel over ‘later thuis.’ Het doet haar een zoveelste overspelige affaire vermoeden.

We zien haar aan een eenzame dag beginnen, terwijl we er tussen de huishoudelijke bedrijven door achterkomen welke recente drama’s dit echtpaar murw beukten en uit elkaar dreven. Een plotseling gestorven zoontje, gevolgd door een miskraam. En daarna werd een aangeschafte jack russell, Bingo, óók nog overreden.

‘Alles in haar buurt ging dood, had ze gezegd. Alles. Het was een wonder dat het gras in de voortuin zich niet omdraaide en terugzakte in de bodem.’

Maar dan hoort ‘Dot’ op de radio over ‘Aquarius de Monsterman’, die is ontsnapt uit het nabijgelegen Jefferson Instituut voor Oceanografisch Onderzoek, nadat hij eerst twee medewerkers gruwelijk verminkte. Niet veel later staat dat wezen, net terwijl ze een etentje houdt voor een zakenpartner van Fred, pardoes bij haar in de keuken.

Het heeft een licht kikkerachtig hoofd, maar het lijf van ‘een goedgebouwde, grote man’. Het luistert naar de naam Larry, en legt in vlekkeloos Engels uit dat hij in dat instituut werd gemarteld en seksueel misbruikt.

Lievelingskostje: avocado’s

Gevolg: Dot laat Larry stiekem in het gastenverblijf schuilen en van groentemaaltijden genieten (lievelingskostje: avocado’s). Algauw krijgen zij en de (meestentijds) zachtaardige amfibieman een hartstochtelijke liefdesverhouding.

Hoe het plot zich daarna ontwikkelt, laten we hier in het midden. Maar weet dat deze literaire mash-up van Richard Yates’ Revolutionary Road (1961) en Guillermo del Toro’s Oscarwinnende The Shape of Water (2017) wonderbaarlijk goed werkt. Mede omdat Ingalls alles met zo’n geraffineerde mengeling van droge humor en realistisch aplomb beschrijft, dat het nauwelijks uitmaakt of we hier nu de wensdroom van een depressieve vrouw of een zich, eh, daadwerkelijk ontvouwend liefdessprookje lezen.

Ook sprookjesachtig: in 1986 werd Ingalls, sinds haar 25ste woonachtig in Londen, uit de obscuriteit gehaald toen de British Book Marketing Council Mevrouw Caliban uitriep tot een van de twintig beste naoorlogse Amerikaanse romans. Overtrokken, maar niet eens echt bespottelijk.

null Beeld

Mevrouw Caliban

Rachel Ingalls
vertaald door Lisette Graswinckel
Orlando, €21,99
142 blz.