Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

We blijven kinderen totdat er niemand is om nog kind van te zijn

PlusBabs Gons

Babs Gons

Een jaar geleden was het mijn moeder, nu zijn het andere moeders. Moeders van vriendinnen die opeens ‘iets’ hebben. Die zichzelf opeens bevinden in wachtkamers, in spreekkamers, in mallemolens, die wachten op testen, op uitslagen, diagnoses. Die de adem inhouden. Die een hoop hopen. Die moed inspreken.

Moeders die van de een op de andere dag beginnen over hun afscheid. Wat er moet gebeuren met hun spullen. Welke liedjes en gedichten hun dierbaar zijn. Moeders die fotoboeken tevoorschijn halen, herinneringen ophalen en verhalen herhalen.

En opeens herinneren we ons hoe we ons schaamden voor diezelfde moeders. Hoe we vroeger soms achter ze gingen lopen omdat ze zulke uitbundige jurken droegen. Of van die rare klompjes. Te hard lachten. Altijd lippenstift op hun tanden hadden. We wilden niet dat ze ons van jazzballet kwamen halen omdat ze dan vast weer rare dingen zouden zeggen. In dat gekke accent. Liever niet de klas in om te schminken met carnaval want wat als ze het nou zouden verpesten en de andere kinderen ons daar nog jaren aan zouden herinneren?

Maar nu de mogelijkheid zich aandient dat ze er ooit niet meer zullen zijn, nu we beginnen te voelen hoe erg het is om ze te verliezen, maakt de schaamte, die allang plaats had gemaakt voor acceptatie, plaats voor trots. Trots op de mensen die ons grootbrachten. We dragen ze hoog in onze achting want kijk toch wat ze allemaal hebben gedaan, ze hebben ons opgevoed! Sterker nog, zonder hun zouden we er niet zijn. Letterlijk natuurlijk maar we bedoelen zonder hun waren we niet zo goed gelukt.

Maar ondanks onze volwassen levens, onze verantwoordelijke levens, onze alles zelluf doen levens, onze op tijd belastingaangifte en eigen kinderen groot brengen levens, het nachtenlang peuters verzorgen, met mama’s tips, citroenkousje bij koorts, gepeld uitje bij oorontstekingen, zijn zij de reden dat we zelf nog kind zijn. We blijven kinderen totdat er niemand is om nog kind van te zijn.

En wat willen we graag nog kind zijn. Van moeders die onverwoestbaar zijn. We hebben er alles voor over, ze mogen ons weer ophalen van jazzballet, ze mogen te hard lachen met lippenstift op hun tanden. We hebben er alles voor over om ze opgelucht uit spreekkamers te zien komen, om ze weer helemaal gaaf en gezond te zien ontwaken uit narcose. Om ze weer gewoon terug te mogen, zoals ze altijd waren, met al hun eigenaardigheden. Met hun geheugen intact en meewerkende spieren.

En ik hoop dat ze, de vriendinnen, een mooie zomer met hun moeders mogen beleven. En ook al hebben zij niet het eeuwige leven, laat die zomer voor altijd duren.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over